Commissie wil 'inconsistente' studiebeurs van tafel

UTRECHT, 12 JUNI. Het huidige stelsel van studiebeurzen moet van tafel. Studenten zullen voor de kosten van hun studie en levensonderhoud altijd afhankelijk blijven van hun ouders. De beurs moet in de eerste studiejaren van hogeschool en universiteit omhoog, in de laatste studiejaren moet vooral worden geleend. En het stelsel dient meer in te spelen op de wensen van de individuele student.

Deze uitgangspunten voor de toekomst van de studiefinanciering schetst een commissie onder voorzitterschap van L. Hermans, commissaris van de koningin in Friesland. In opdracht van minister Ritzen (Onderwijs) droeg Hermans gisteren de eerste 'bouwstenen' aan voor een compleet nieuw stelsel studiefinanciering. Begin oktober zal de commissie verschillende scenario's hebben uitgewerkt. Op basis daarvan kan een politieke keuze worden gemaakt.

De commissie hekelt het huidige stelsel van studiefinanciering, waarbij alle studenten ongeacht het inkomen van hun ouders een basisbeurs krijgen op voorwaarde dat ze elk studiejaar de helft van hun studiepunten halen. Het stelsel is 'ondoorzichtig', 'inconsistent', en kenmerkt zich door 'rechtsongelijkheid'. Door alle aanpassingen - maar liefst 55 wetswijzigingen in tien jaar - gelden voor elke lichting studenten andere regels. Daarnaast vereisen enerzijds de aangescherpte prestatie-eisen een straffer studietempo maar wordt anderzijds de noodzaak tot bijverdienen groter na achtereenvolgende verlagingen van de basisbeurs. De commissie stelt vast dat de uitgangspunten van de wet uit 1986 om studenten meer zelfstandigheid te geven en hen onafhankelijker te maken van hun ouders, verlaten zijn.

Hoe het stelsel er wel precies moet uitzien, weet Hermans niet. Hij acht die keuze “politiek” en zal daarom “geen blauwdruk” schetsen, maar bouwstenen aandragen.

Een “onontkoombaar” uitgangspunt is financiële ouderafhankelijkheid. Rijke ouders zullen meer moeten bijdragen aan de studiebeurs. “Alleen wanneer de draagkracht tekort schiet, zal de overheid het budget van studenten aanvullen”, aldus het advies. Om te zorgen dat de ouders daadwerkelijk meebetalen, overweegt de commissie de bijdrage door de overheid te laten innen langs fiscale weg. In een terugkeer naar een stelsel van rijksstudietoelagen, zoals CDA-leider De Hoop Scheffer onlangs voorstelde, ziet VVD'er Hermans niets. Daar is veel te weinig geld voor, schamperde hij. “Niet voor niets is er sinds de start van dit systeem 1,6 miljard gulden op studiefinanciering bezuinigd.”

Ander uitgangspunt is het versterken van de positie van de student ten opzichte van de school of universiteit. Student en instelling zouden in de ogen van de commissie een contract moeten afsluiten waarin de studieduur, de studiefinanciering en de prestaties worden geregeld. Zo kan de ene student afspreken dat hij langer studeert, er meer bij werkt maar elk jaar een lagere beurs krijgt, terwijl een tweede student zich commiteert aan een straf studietempo en een hoge beurs. Gevolg is dat er een veel gedifferentieerder stelsel ontstaat.

Ook moet de noodzaak om geld te lenen of met een baantje geld bij te verdienen in het nieuwe stelsel afnemen, vindt de commissie. Zij denkt er aan het lenen te concentreren in de latere studiefase. In het begin van de studie kan een student dan geen grote schuld oplopen. Daardoor zullen met name kinderen van ouders met lage inkomens eerder gaan studeren, denkt de commisie. Nu worden zij daarvan soms weerhouden door 'leenvrees'.