Brinkman met buitengewoon verlof gestuurd

ROTTERDAM, 12 JUNI. Korpschef J.W. Brinkman van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond is met onmiddellijke ingang tot 1 augustus met buitengewoon verlof. Brinkman, korpsbeheerder burgemeester Peper van Rotterdam en minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) zijn dit overeengekomen. Minister Dijkstal zal zo spoedig mogelijk een waarnemend korpschef in Rotterdam benoemen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft dit gisteren bekendgemaakt.

De periode tot 1 augustus geeft, zo wordt in de bekendmaking gezegd, de gelegenheid een definitieve oplossing te vinden voor de 'gerezen problematiek'. De burgemeesters van de 22 Rijnmondgemeenten, verenigd in het 'regionaal college', verklaarden vorig week donderdag dat Brinkman door zijn optreden het “vertrouwen ernstig had ondermijnd”. De 50-jarige Brinkman, die oktober vorig jaar als korpschef in Rotterdam aantrad, raakte in conflict met korpsbeheerder Peper over diens besluiten voor een oplossing in het conflict tussen de korpschef en de ondernemingsraad van het korps en drie politiebonden die eind april zijn vertrek eisten.

Volgens de advocaat van Brinkman, mr. C. van Leeuwen, is het buitengewoon verlof geen opstapje voor het definitieve vertrek van Brinkman uit Rotterdam. “Brinkman heeft zelf om dit verlof gevraagd. Hij zou twee weken geleden al met vakantie gaan. De korpschef vindt het een goed idee de vakantie wat langer te laten duren, zodat de gemoederen enigszins kunnen bekoelen.” Burgemeester Peper wilde gisteren niet reageren.

De politiebonden gaan ervan uit dat het buitengewoon verlof een tussenstap is naar het definitieve vertrek van Brinkman. Voorzitter K. de Neef van de Rotterdamse afdeling van de NPB spreekt van een “verstandig besluit dat niet onverwachts komt”. “Nu kan in alle rust verder worden gezocht naar een voortzetting elders van de carrière van Brinkman”, aldus De Neef. “Er is tijd gemaakt om te kunnen onderhandelen”, aldus W. van der Zee van de politiebond ACP. Voorzitter K. Notenboom van de ondernemingsraad zei het belangrijk te vinden dat er een periode van rust in het korps komt.

Minister Dijkstal vroeg maandag procureur-generaal Docters van Leeuwen en de commissaris van de koningin in Zuid-Holland, J. Leemhuis-Stout, een onderzoek in te stellen naar het conflict tussen Brinkman en Peper.

Pagina 3: Van Thijn: verkeerde keus van Peper

Brinkman gaf gisteren zijn visie over de gebeurtenissen aan Doctors van Leeuwen en Leemhuis, die voor eind deze week verslag moeten uitbrengen aan Dijkstal. Ook de burgemeesters van de Rijnmondgemeenten en de Rotterdamse hoofdofficier van justitie, De Wit, zijn gehoord.

Op 28 april eisten de ondernemingsraad en drie politiebonden (NPB, ACP en ANPV) het aftreden van Brinkman, wie autoritair gedrag en gebrek aan communicatie werd verweten. Belangrijker was dat de korpschef zich niet wilde houden aan de afspraken over advies- en instemmingsrecht die de ondernemingsraad met Brinkmans voorganger Hessing had gemaakt. Vorige week maandag maakte Brinkman bezwaar tegen besluiten van Peper om een oplossing te vinden voor het conflict met de OR. Nadat het regionaal college van burgemeesters en hoofdofficier De Wit hun instemming hadden betuigd met Pepers rapport, bleef Brinkman bezwaar maken tegen het belangrijkste besluit, de uitbreiding van de Rotterdamse korpsleiding met een vijfde man, die belast zou worden met het overleg met de ondernemingsraad. De dag daarop liet Brinkman weten dat hij het rapport volledig zou uitvoeren. Het regionaal college besloot vorige week donderdag dat Brinkman het vertrouwen ernstig had ondermijnd.

Tweede-Kamerleden reageerden gisteren positief op Dijkstals besluit Brinkman buitengewoon verlof te geven. Korthals (VVD) en Van der Heijden (CDA) stelden dat de situatie onhoudbaar was geworden. Oud-burgemeester E. van Thijn van Amsterdam zei gisteren dat burgemeester Peper verkeerd heeft gehandeld toen hij Brinkman, voormalig generaal-majoor bij de landmacht, als korpschef aantrok. “Het demotiveert dienders als ze van bovenaf alles krijgen opgelegd, zonder tekst en uitleg”, aldus Van Thijn, die erop wees dat de bevelsstructuur in de krijgsmacht zeer afwijkt van die bij de politie. “Het is over en uit als een burgemeester zijn vertrouwen opzegt.”