VS: nog moorden op vluchtelingen in Congo

GENÈVE, 11 JUNI. De Verenigde Staten geloven dat in het oosten van Congo (ex-Zaïre) nog steeds Hutu-vluchtelingen uit Rwanda worden vermoord.

Dat zei gisteren Brian Atwood, hoofd van het Amerikaanse Bureau voor Internationale Ontwikkeling (USAID), die sprak van een “schijnbaar systematische inspanning” om moordpartijen in het gebied te verhullen. Hij deed in dit verband een beroep op de nieuwe leider van Congo, Laurent Kabila, als ook op diens bondgenoten Rwanda en Oeganda hun troepen in het gebied onder controle te brengen.

“We spreken niet in de verleden tijd”, zei Atwood op een in Genève uitgezonden video-persconferentie tijdens een bijeenkomst van hulpfunctionarissen in de Zwitserse plaats Wolfsberg. “Er zijn nog steeds gebieden ontoegankelijk voor hulpwerkers in het oosten van Congo, en we vermoeden dat er daar gruwelijkheden plaats hebben.” “De werkelijke vraag is of we kunnen (..) proberen om een eind te maken aan de gruwelijkheden die daar nu gebeuren.”

Internationale hulpfunctionarissen vrezen dat de afgelopen weken tienduizenden vluchtelingen - van de naar schatting 300.000 - zijn vermoord.

De machtsgreep van Kabila is begeleid door berichten dat zijn (Tutsi-)troepen in het oosten van het land systematisch Hutu-vluchtelingen vermoorden. De VS steunen Kabila en zijn bondgenoot van Rwanda en Oeganda, die hem materiële hulp en manschappen hebben geleverd, maar zij oefenen de laatste tijd steeds meer druk op Kabila en de zijnen uit om een eind te maken aan de gemelde moordpartijen.

Het afgelopen weekeinde beloofde Kabila onder druk van de bezoekende Amerikaanse VN-ambassadeur, Bill Richardson, alle hindernissen voor een VN-onderzoek naar moordpartijen onder de vluchtelingen in het oosten van Congo weg te nemen. Een eerdere dergelijke belofte was hij overigens niet nagekomen. Een VN-delegatie vertrekt volgende week naar het gebied om het onderzoek voor te bereiden. (Reuter, AFP)