Regels kinderbijslag worden aangepast

DEN HAAG, 11 JUNI. De criteria voor het verkrijgen van kinderbijslag worden verruimd. Bij de beoordeling van het recht op kinderbijslag zal na 1 oktober van dit jaar alleen nog worden gekeken of het kind zelf al dan niet eigen inkomsten uit werk heeft. Andere vormen van inkomen - zoals een wezenpensioen of huursubsidie, bij een zelfstandig wonend kind - spelen dan geen rol meer.

Dat schrijft staatssecretaris De Grave (Sociale Zaken) in een brief aan de Tweede Kamer. Tot de wijziging is besloten na klachten van ouders die de regeling voor kinderbijslag onredelijk vonden.

Het gaat vooral om kinderen die een wezenuitkering ontvangen. Als één van de ouders overlijdt, kan de achtergebleven ouder of de eventuele pleegouders geen aanspraak maken op kinderbijslag.

Inkomen wordt in de nieuwe regeling omschreven als 'inkomen uit arbeid verworven'. Daaronder vallen ook stagevergoedingen en inkomen in natura (kost en inwoning) zoals bij au-pairs.

Per kwartaal wordt een vast bedrag vrijgesteld. Overschrijdt het inkomen uit arbeid die grens dan wordt het recht op kinderbijslag beëindigd. De inkomensgrens zal ieder jaar per 1 oktober worden aangepast aan de ontwikkeling van de kinderbijslagbedragen in dat jaar.

Zogeheten verwervingskosten, zoals reiskosten, mogen van het inkomen worden afgetrokken. Een reiskostenvergoeding van de werkgever wordt als inkomen aangemerkt.

Wat betreft vakantiewerk blijft de regeling van kracht datbovenop het vrijgestelde kwartaalbedrag nog eens 1700 gulden per jaar mag worden bijverdiend, zonder dat dit van invloed is op het recht op kinderbijslag.

Voor de nieuwe regeling is vier miljoen gulden uitgetrokken.