Klant uit buitenland mag drugs hier kopen

DEN HAAG, 11 JUNI. Er komt geen landelijk verbod op de verkoop van softdrugs in coffeeshops aan buitenlanders. De departementen van Justitie, Binnenlandse Zaken en het openbaar ministerie zien te veel juridische en praktische obstakels voor zo'n landelijke regeling, zo melden bronnen in Den Haag.

Het kabinet bespreekt eind deze maand een nog vertrouwelijke brief van minister Sorgdrager (Justitie) waarin zij het verbod afwijst. De Tweede Kamer vroeg de minister vorig jaar uit te zoeken of de verkoop van hasj aan buitenlanders in coffeeshops kon worden verboden. Daarmee kon de aanzuigende werking van het Nederlandse drugsbeleid mogelijk aan banden worden gelegd, veronderstelde een deel van de Kamer. Veel Fransen, Engelsen en Duitsers komen naar de Nederlandse grensplaatsen om in coffeeshops softdrugs te kopen.

Justitie acht het niet mogelijk dat een potentiële koper in een coffeeshop naar zijn paspoort wordt gevraagd op basis van de Wet op de Identificatieplicht. Bovendien verwacht justitie dat een verkoopverbod aan buitenlanders zal leiden tot een opbloeiende 'tussenhandel' op straat en daardoor extra overlast kan veroorzaken. Ook zou de regeling moeilijk te handhaven zijn door de politie.

In augustus 1994 oordeelde de rechtbank in Almelo dat gemeenten coffeeshops niet mogen sluiten om het enkele feit dat zij hasj verkopen aan buitenlanders.