Iraanse regisseur reconstrueerde in 'A Moment of Innocence' aanslag die hij zelf in 1975 pleegde; Makhmalbaf is sober omdat zijn verhaal er toe doet

A Moment of Innocence (Nun va goldun). Regie: Mohsen Makhmalbaf. Met: Mirhadi Tayebi, Ali Bakhshi, Ammar Tafti, Maryam Mohamadamini, Mohsen Makhmalbaf. In: Desmet, Amsterdam; 't Hoogt, Utrecht; Chassé, Breda.

Alle dingen zien er stoer, helder en karig uit in A Moment of Innocence, de tweede film van de Iraanse regisseur Mohsen Makhmalbaf (1957) die dit jaar in Nederland wordt uitgebracht. Bloemen zijn geen velden vol geel en rood leven als in Gabbeh, bloemen zijn hier één bloem, een bleke roos die eenzaam in een aardewerken pot groeit. Die bloem is de liefde, zoals brood eten is en een mes geweld.

Het is maar goed dat die dingen zo eenvoudig zijn in A Moment of Innocence, ze zijn bakens in een film waarin verder bijna niets vaststaat. A Moment of Innocence is een wirwar van heden en verleden, verzinsels en werkelijkheid, herinnering en ambitie. Deze onderwerpen deelt de film wel met Gabbeh en andere films van Makhmalbaf als Salaam Cinema (1995). Ook Makhmalbafs landgenoot Abbas Kiarostami, dit jaar een van de winnaars van de Gouden Palm, maakt vaak films die naar zichzelf of naar elkaar verwijzen. Eén ervan gaat over een werkloze die zich uitgeeft voor Makhmalbaf.

In A Moment of Innocence is de verwarring strak geregisseerd. Het tijdloze, kleurrijke sprookje van Gabbeh is vervangen door een droge, in de recente geschiedenis van Iran verankerde vertelling die zich afspeelt tussen de zandkleurige stenen van modern Teheran.

In A Moment of Innocence is Makhmalbaf sober omdat het verhaal er toe doet. Twee mensen mogen in deze film een belangrijk, waar gebeurd moment uit het verleden reconstrueren. De ene is de regisseur zelf, die in 1975 als jonge revolutionair een politieman neerstak. Hij verdween in de gevangenis en kwam weer vrij toen de islamitische revolutie een feit was. De ander is de politieman. Beiden krijgen een camera en zoeken een jongen uit die henzelf kan spelen. Pas als de aanslag weer plaatsvindt, zullen ze elkaar ontmoeten, zodat het heden het verleden zo perfect mogelijk kan imiteren.

De meeste tijd van de twee regisseurs gaat heen met het vinden en instrueren van de acteurs. Behalve de twee jongens is dat een meisje, dat 22 jaar geleden aan de agent vroeg hoe laat het was. Het is dit meisje dat de herinnering aan de aanslag voor de regisseur en de agent zo anders doet zijn. De politieman had de bloem meegenomen omdat hij verliefd op haar was, en zij vast ook op hem: ze kwam immers bijna elke dag iets aan hem vragen? Tijdens de reconstructie snapt de politieman eindelijk dat het meisje bij Makhmalbaf hoort: hij stuurde haar op de politieman af om hem af te leiden.

Vaak is in de film volkomen onduidelijk of de acteurs aan het repeteren zijn of dat ze 'zichzelf' spelen. Het mooist en het grappigst is het als het verleden zich letterlijk herhaalt: als de actrice die het meisje speelt zich naar huis haast, en aan de jongen die de agent speelt vraagt hoe laat het is.

Voor westerse kijkers is het verschil tussen heden en verleden en het spel dat daarmee gespeeld wordt, vast moeilijker aan te voelen dan voor Iraanse. Zou een politieuniform uit de tijd van de sjah in hedendaags Iran niet erg opvallen? En was iedere vrouw in 1975 al gehuld in zo'n zwarte chador?

Een bezwaar van het verweven van heden en verleden door middel van acteurs die acteurs spelen die acteurs spelen etcetera, is dat het niet altijd nodig is om dít verhaal te vertellen. Soms lijkt er, anders dan bij Kiarostami, sprake van loos gespeel.

Een van de ruwe charmes van A Moment of Innocence is de achteloze manier waarop het dingen over Iran leert, die je uit het nieuws niet te weten komt, al was het maar de manier waarop vrouwen in die zwarte gewaden met mannen moeten praten. Ze houden een punt van hun chador omhoog, zodat die een muur vormt tussen man en vrouw waar zij net overheen kan kijken.

A Moment of Innocence is vooral een film over de macht van film, over glamour (een kleermaker wil pas een oud politieuniform maken als hij weet dat het voor een film is), over onthulling en verhulling (als het meisje haar chador omhooghoudt, staan wij kijkers aan de goede kant van de muur) en over politiek. Over politiek wordt niet gepraat in A Moment of Innocence. Makhmalbaf en de politieman zeggen niets over de aanslag. Maar door hem na te spelen, laat Makhmalbaf wel ruimte voor verschillende perspectieven. Niet voor verschillende waarheden: van de twee interpretaties van het gedrag van het meisje kan er volgens mij maar één waar zijn. Maar voor het liefdesverdriet van de politieman is wel net zoveel aandacht als voor het idealisme van de jonge Makhmalbaf.

Toen Makhmalbaf zijn carrière begon, was hij een steile islamiet. Volgens de regisseur zelf heeft het maken van films hem van het fundamentalisme bevrijd. Het heeft hem milder gemaakt, hem leren relativeren, hem het belang van het individu boven dat van de groep doen stellen. Mischien worstelen de regisseur en de politieman wel met hetzelfde probleem, al kan of wil Makhmalbaf dat niet expliciet zeggen (hij maakt tenslotte films in een land dat de fatwa over Salman Rushdie heeft uitgesproken). De politieman heeft jaren geleefd met een leugen. Zou Makhmalbaf dat van zichzelf ook vinden?