Hup Nuis, zet hem op!

Aad Nuis wil dat de omroepen nu eindelijk eens die honderd miljoen gulden per jaar gaan bezuinigen. De staatssecretaris wil bovendien dat die bezuinigingen niet ten koste gaan van de kwaliteit van de programma's. Wij zagen gisteren op ons beeldscherm verontruste parlementariërs, wij zagen een verontruste TROS-voorzitter, die kwam uitleggen dat er bij de omroepen geen overhead meer is waarop bezuinigd kan worden.

Is dat zo?

Neem bijvoorbeeld eens het aantal omroepvoorzitters. Je hebt niet alleen een TROS-voorzitter, maar ook een AVRO-voorzitter, een KRO-voorzitter, een NCRV-voorzitter, een EO-voorzitter, een VARA-voorzitster en een VPRO-voorzitter. Ik tel, die andere zendgemachtigden nog buiten beschouwing gelaten, zo al zeven voorzitters. Maak daar naar het BBC-model nu eens 1 (één) voorzitter van.

Stel je eens voor wat je met die besparing allemaal kunt doen. Voor die zes goed betaalde overhead-voorzitters zou je, om te beginnen, drie wat minder goed betaalde programma-makers in dienst kunnen nemen. Voor de zes goed betaalde overhead-vice-voorzitters zou je nog eens twee minder goed betaalde programma-makers in dienst kunnen nemen. Er openen zich hier ongekende mogelijkheden, waarbij niet alleen drastisch kan worden bezuinigd, maar tegelijkertijd de kwaliteit drastisch kan worden verhoogd. Hup Nuis, zet hem op!

Tot voor kort zond de TROS ter zelfpromoting een spotje uit, waarin werd gesuggereerd dat de staatssecretaris een staatsomroep wil naar Oost-Europees model. Er werden als metafoor zelfs kranten verbrand, zodat je je als kijker afvroeg of ze bij de TROS wel goed bij hun hoofd zijn. Het is, als je de geschiedenis van de omroep een beetje kent, nogal ironisch dat uitgerekend de TROS zich heeft opgeworpen als de grootste verdediger van het publieke bestel en als de bewaker van kwaliteit en pluriformiteit. Woef-woef, zeggen wij met het hondje Lassie.

Hoe het trouwens werkelijk met de kwaliteit van de publieke programma's is gesteld, bleek gisteravond. Tegenwoordig eindigt het omroepseizoen ergens in mei en begint het pas weer in oktober, zodat we vooral geconfronteerd worden met flinterdunne zomerprogramma's en veel herhalingen. Over Remi van der Elzen, het nieuwe knuffeldier van de KRO dat o zo vertrouwelijk haar hand op het been van haar gast kan leggen, heeft Frits Abrahams vorige week al geschreven. Ze probeert intimiteit te creëren en zelf buiten schot te blijven, dat maakt haar optreden wat klefjes.

Maar gisteren had de KRO behalve Remi ook nog eens Ik houd van jou voor ons in petto. 'Een zoektocht naar de liefde in Nederland. Vandaag: Zierikzee', las ik in mijn gids. Gewone mensen praten over de liefde en hun verliefdheden. Nu heb ik niets tegen gewone mensen, niets tegen Zierikzee en helemaal niets tegen de liefde, maar al die vlinders in de buik, al die goede uitstralingen en andersoortige chakra's, werden mij een beetje te veel van het goede, te meer daar ik al eerder op de dag bij de NCRV had gekeken naar de vorige week overleden Klazien uit Zalk, die niettemin helemaal naar Aruba was gereisd om daar in contact te treden met de lokale natuurgenezers en kruidendokters. Een middeltje tegen haar eigen dood had zij daar kennelijk ook niet gevonden.

Men ziet, als je de krenten er tussen uitpikt, is er genoeg kwaliteit bij het publieke bestel. Wel vraag je je af waarom omroepen als de KRO en de NRCV, die toch nog altijd de christelijke identiteit belijden, met dit soort programma's een karikatuur van zichzelf maken. “Als je verliefd wordt, gaat er wat door je heen”, zei iemand in Ik houd van jou.

Ook al was het allemaal al eens eerder vertoond, het meeste plezier beleefde ik nog aan de serie Lang leve de vereniging, dit keer gewijd aan een danswedstrijd. Ik kijk nu eenmaal graag naar huilende ballroomvrouwen in rose dansjurken. Het liefst had ik ook nog iets positiefs gezegd over Positief genieten met Hans Dorrestein. Maar het ging weer tegen de hond, terwijl ik al zijn anti-hondenboeken 1, 2 en 3, alsmede zijn uitgebreide en vernieuwde anti-hondenboeken 4, 5 en 6, al in de kast heb staan.

De volgende keer graag wat anders.