Het wonder van Amsterdam

Tot de bijdragen van C. Northcote Parkinson aan de wetenschap van het hogere bedrijfsleven hoort zijn beschrijving van een aandeelhoudersvergadering waar men zal moeten beslissen over een buitengewoon ingewikkeld vraagstuk dat door vrijwel geen der belanghebbenden wordt begrepen.

De directie die weet wat ze wil, heeft het ongeveer in het midden van de agenda gezet. Bovenaan staan een paar punten waarover men het gemakkelijk eens kan worden; helemaal onderaan de controversiële uitbreiding van de fietsenstalling. De vergaderaars ontplooien hun deskundigheid over de eenvoudige zaken. Dit verleent hun het alibi zich over het belangrijkste onderwerp na twee minuten akkoord te verklaren en dan vliegt men elkaar nog een uur in de haren over het fietsenrek. Een week voor de Eurotop beginnen de voorbereidingen tot de ondertekening van het stabiliteitspact iets Parkinsoniaans te krijgen.

Onderschat de deskundigheid der Europese bestuurders niet. Maar er zijn grenzen aan het menselijk bevattingsvermogen, en dus ook aan de capaciteit tot het nemen van verstandige en begrijpelijke besluiten die bovendien door de meerderheid worden aanvaard. De Franse kiezers hebben, door in grote meerderheid links te kiezen, zichzelf een regering bezorgd met een programma dat de begrotingsdiscipline zoals die in het oorspronkelijk stabiliteitspact wordt geëist, onmogelijk maakt. Het scheppen van 700.000 banen, zonder privatisering, zonder belastingverhoging, met ook maar een bevriezing van het begrotingstekort is een sprookje uit het oude commmunistische repertoire. ('Lonen omhoog, prijzen omlaag!', heette het vroeger). De 'reflectieperiode' die door de Fransen werd geëist was een eufemisme. Beantwoording aan de Europese eisen nu zou erop neer komen, dat premier Jospin zich al een paar weken na zijn aantreden, schuldig zou moeten maken aan het grofste kiezersbedrog.

Nauwkeurig het tegengestelde doen de Duitsers, wil althans Helmut Kohl. Het stabiliteitspact nu. Dat vergt de radicale maatregelen die door de Franse socialisten zó fel en expliciet worden verafschuwd, dat ze daar een groot deel van hun overwinning aan te danken hebben. Komt er geen stabiliteitspact dan wordt de euro uitgesteld, en dat leidt, volgens een onderzoek van het economisch instituut Wefa (geciteerd in deze krant van maandag) tot een groei van de werkloosheid met 130.000 in 1998 en een werklozentotaal van 800.000 in 2002. “Rampzalig”, zegt het instituut. Het politiek-economisch dilemma van Kohl, veroorzaakt door de FDP, is op het nippertje weggewerkt.

Het stabiliteitspact met in het verschiet de euro is de nieuwe beproeving van Europa. Want wat was 'Europa'? Na de oorlog eerst een droom van idealisten, daarna een programma van euro-ideologen die zich voor alles 'Europeaan' noemden. Dat heeft door de jaren heen tot de politieke en bestuurlijke constructies geleid die we samengevat 'Brussel' noemen. Dankzij 'Brussel' maar ook terzijde daarvan zijn de Europese naties verwikkeld geraakt in een steeds nauwere vorm van coëxistentie zonder de wezenskenmerken van hun nationale identiteit op te geven. Dat is een natuurlijk proces. Men hoeft geen 'Europeaan' in de ideologische betekenis te zijn om er mee in te stemmen. Men moet een ouderwetse, zelfs reactionaire nationalist zijn om zich ertegen te verzetten.

Amsterdam moet het begin van de nieuwe fase zijn. 'Europa' heeft de Europese naties definitief omsingeld; gaat bij de oplossing van de meest wezenlijke nationale vraagstukken de wet voorschrijven. 'Europa' stapt verder over de drempel van het nationale huis en maakt aanstalten om het, terwille van het gemeenschappelijk hoger doel, de zeggenschap over werk en geld te ontnemen. Het hoger doel verdringt de verschillen tussen Duitsland en Frankrijk niet. Het Europees rigorisme botst op de werkelijkheid der naties.

Met bewonderenswaarige energie en diplomatie zijn de heren Kok en Van Mierlo bezig, dit rigorisme zo te plooien dat een aangepast stabiliteitspact de Top van Amsterdam zal redden. Door een clausule over het scheppen van werkgelegenheid zullen de nieuwe Fransen zich ermee kunnen verzoenen. De vraag hoe de werkgelegenheid voor 700.000 Fransen tot stand komt en hoe de groei van de Duitse werkloosheid kan worden vermeden, wordt impliciet terugverwezen naar Parijs en Bonn.

Zo zal, na de adembenemende voorgeschiedenis, het Verdrag van Amsterdam iets krijgen van het Wonder van Amsterdam. De eigenschap van wonderen is dat ze het begrip van de gewone mensen te boven gaan. Intussen begrijpt men wel dat 'Europa' geen wonder is, maar een gewrongen constructie die door een decor van feestelijkheid en plechtigheid een paar dagen aan het oog wordt onttrokken. Dit is de oorzaak van het onbestemd, vaak onberedeneerd maar groeiend wantrouwen tegen 'Europa'. Het is een verklaring voor de optochten in de richting van de hoofdstad. Het is het motief achter de backlash onder de intellectuelen die zich zonder de nieuwe bestuurlijke en andere organisatorische consequenties voor een goed deel en zonder moeite als Europeanen beschouwen.

Het Europa-nummer van het tijdschrift Tirade, hier gisteren door J.L. Heldring besproken, getuigt ervan. Anders, even scherp, is het essay van de Britse historicus Tony Judt, Een grenzeloze illusie? De kwestie Europa. (Uitgeverij Bijeleveld). Met alle waardering voor wat het proces van eenwording tot nu toe heeft bereikt, betoogt hij dat de grenzen in zicht komen, dat het einde van het 'historisch intermezzo' snel nadert. “Het zou ook zo kunnen zijn dat de ouderwetse natie-staat een betere vorm is om een gezamenlijke loyaliteit te verzekeren, de minder bedeelden te beschermen, een eerlijker verdeling van welvaart af te dwingen en compensatie te bieden voor ontwrichtende internationale economische ontwikkelingen”, schrijft hij.

De Top in Amsterdam leek aanvankelijk de grote Europese bijeenkomst te worden waar, volgens deze omschrijving, in de eerste plaats door de onderscheiden Duitse en Franse vraagstukken en de nationale remedie, de nationale grenzen weer iets van hun oude reliëf zouden krijgen. Ook al door de bekwaamheid waarmee Nederland zijn voorzitterschap uitoefent, zal deze ontmaskering waarschijnlijk worden vermeden. Wat achter het masker gebeurt, blijkt als iedereen weer thuis is.

Intussen zijn ongeveer 30.000 werkloze aandeelhouders van Europa op mars om de directie van het werelddeel op hun belangen attent te maken. Hun probleem is eenvoudig: ze willen aan het werk. Ze zijn de enigen niet die zich van de varianten voor een oplossing geen duidelijke voorstelling kunnen maken, noch hoe die varianten zich laten verzoenen.

Zo komt het dat de Eurotop in de verte doet denken aan de vergadering die Parkinson heeft beschreven. De vraag is, wat op de agenda in Amsterdam de plaats van de fietsenstalling inneemt. Het zou weleens kunnen zijn dat dit het randschrift op de euro is.