Gebroeders Van Gils moeten 10 mln betalen

ROTTERDAM, 11 FEBR. De drie in België wonende gebroeders Van Gils en directeur P. Faas zijn persoonlijk aansprakelijk voor het faillissement van hun kledingbedrijf Van Gils Holding Roosendaal BV. Zij zijn veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 10,3 miljoen gulden. Dat heeft de rechtbank in Breda gisteren bepaald.

De curator had aansprakelijkheid geëist voor het hele boedeltekort van 24 miljoen gulden van de holding VGHR, die in 1993 failliet ging. Maar de rechtbank heeft een 'matiging' toegepast en vond een bedrag van 10 miljoen, plus de helft van de kosten van een onderzoek, een voldoende zware straf.

Inclusief rente bedraagt de schadevergoeding 15 miljoen gulden. De vier bestuurders moeten die vergoeding betalen uit hun privé-vermogen. De broers Alwin, Jacques en Ben wonen in België. De laatste twee produceren nog steeds kleding, voor een Engels bedrijf. Faas, die in 1981 in de directie kwam, woont in Brabant.

De rechtbank oordeelde dat de bestuurders van de Nederlandse holding, met vrijwel uitsluitend buitenlandse dochtermaatschappijen, verantwoordelijk zijn voor het wanbeleid bij die dochters. Het bedrijf heeft verkeerde informatie verstrekt aan de accountants. Daarbij werd de vermogenspositie bijna 110 miljoen gulden rooskleuriger voorgesteld dan in werkelijkheid het geval was.

Curator mr. L.J.M. Luchtman is tevreden over het vonnis. “Als de vergoeding ook wordt betaald, komt er een aanmerkelijk bedrag beschikbaar voor de crediteuren.” Bovendien kreeg hij gelijk op grond van zijn eerste en meest principiële argument. “Het ging om de omschrijving van de taak van bestuurders in een holding.” De rechtbank vindt dat ook de overige bestuurders verantwoordelijk zijn als de financieel directeur de administratie niet op orde heeft.

Advocaat mr. J. Voûte van de gebroeders Van Gils raadt zijn cliënten aan in hoger beroep te gaan. Hij bestrijdt dat de holding VGHR het werkelijke machtscentrum was. “De echte macht lag bij de Belgische holding VGI. Daar is het wanbeleid gevoerd, niet bij de Nederlandse holding. Dus kunnen alleen schuldeisers van VGI proberen hun schade te verhalen.” De Belgische holding heeft dezelfde directie als de Nederlandse holding, maar de Belgische curator heeft tot nu toe nog geen actie ondernomen.

Het kledingbedrijf van de broers Alwin, Jacques en Ben van Gils ging in 1993 failliet, waardoor 180 mensen hun baan verloren. Het failliete Van Gils, al sinds 1980 in moeilijkheden, was een moeilijk te ontwarren kluwen van vennootschappen en beheersmaatschappijen, waarvan sommige op de Antillen waren gevestigd. De resultaten en het vermogen van het onder Klemoco vallende Van Gils Holding Roosendaal (VGHR) werd herhaaldelijk te rooskleurig afgeschilderd. De produktietak ontving opdrachten van het in België zetelende Van Gils Intercontinental (VGI), onderdeel van VGHR. VGI nam vorderingen in haar boeken op die vervolgens elders in de groep in het niets verdwenen.

Curator Luchtman overweegt, als de schadevergoeding niet geheel te verhalen blijkt, ook accountant Deloitte & Touche nog aansprakelijk te stellen. Het boedeltekort, nu 24 miljoen gulden, kan oplopen tot 110 miljoen gulden als een claim van ABN Amro wordt toegekend. Die zaak komt over twee weken voor de rechtbank.