Europa bloedt in achterkamertjes dood

Een ambtelijke Europese richtlijn over technische normen legt plotseling onze rechtsorde plat. Kan Europa leven zonder dat er democratisch bloed door de aderen stroomt, vraagt Alex Brenninkmeijer.

Nederland wordt met bami-akkoorden voor de EMU klaargestoomd.

'Het democratisch tekort' is een in brede kring aanvaarde kwalificatie van de ontwikkelingen in Europa. Een technocratisch ingestelde Brusselse bureaucratie beleeft gouden tijden, terwijl de Europese politici in achterkamertjes hun meningsverschillen over schijnbaar onoverbrugbare tegenstellingen buiten het gehoor proberen te houden. Het Europees parlement vervult daarbij hoofdzakelijk een decoratieve rol. Er is nauwelijks sprake van reële politieke macht of reële volksvertegenwoordiging.

Ook de gedachtenvorming over het Verdrag van Amsterdam voltrekt zich niet in de nationale parlementen of het Europese parlement, noch in de media. Het zijn de politieke leiders die zich, afgeschermd voor het oog en oor van de wereld, over de toekomst van de EU buigen.

Inmiddels staat vast dat de pogingen om de democratie in Europa te versterken weinig steun krijgen bij de regeringsleiders. Die opstelling was voorspelbaar vanuit hun machtspositie. Het Verdrag van Amsterdam zal daarin geen verandering brengen.

Het verbazingwekkende is dat dit 'democratisch tekort' als een lastige bijkomstigheid van de Europese integratie wordt aanvaard, zonder dat naar de gevolgen wordt gekeken. Het Nederlands parlement lijkt slechts lippendienst te bewijzen aan de Europese democratie, alsof het er niet toe doet dat deze tanende is. Op een begrotingstekort kunnen regeringen vallen, maar bij een democratisch tekort volstaan we met spijtbetuigingen.

Kan Europa leven zonder dat er democratisch bloed door de aderen stroomt? Democratie vervult in de samenleving de rol van immuunsysteem, even onmisbaar voor de constitutie van een rechtsstaat als het immuunsysteem voor een gezonde menselijke constitutie. Bij een slecht of niet functionerende democratie loopt een samenleving het risico van moeilijk uit te roeien ziektes. Democratie houdt een morele bewapening op de been, zodat de rechtsorde niet ten prooi valt aan bacteriële en virusinfecties. Wie het democratisch tekort accepteert, accepteert daarmee dat de Europese samenleving vatbaar wordt voor machtsmisbruik, en niet alleen Europa maar ook ieder van de lidstaten.

De nationale democratie wordt op dit moment in belangrijke mate uitgehold door de snelle groei van de Europese bevoegdheden. De EU eist steeds meer beslissingsbevoegdheid op, die vervolgens in Brussel of in ministerieel overleg wordt uitgeoefend. Behalve de ten nauwste betrokkenen heeft vrijwel niemand weet van wat er in Europees verband beslist wordt.

De EMU gaat nog een stap verder. Veel macht zal worden uitgeoefend door de Europese banktechnocraten, die vrijwel volstrekte monetaire autonomie krijgen. Er kunnen goede argumenten voor de euro zijn, maar er mag niet vergeten worden dat het Europese monetaire regime, aangevuld met de straffe regels van het stabiliteitspact, de vitaliteit uit onze nationale democratie wegneemt. Onze parlementaire democratie is gebaseerd op een historische ontwikkeling van anderhalve eeuw waarin het budgetrecht een fundamentele rol speelde. Is het reëel om te geloven dat deze democratie ook zonder dat budgetrecht kan?

De dagelijkse parlementaire praktijk leert ons dat het spanningsvolle evenwicht tussen regering en parlement - grondslag voor een democratische rechtsstaat - niet vitaal meer is. Er is geen ruimte meer voor tegenstellingen. Afgezien van enkele politieke schelmenstreken van Bolkenstein fungeren regering en parlementaire meerderheid in een innig monistische beklemming. Bovendien blijken parlementaire besluiten steeds meer bepaald te worden door Europese regels. De Europese trein dendert voort en steevast roepen ministers, Kamerleden en ambtenaren als wereldwijze conducteurs bij kritische vragen: “Dit is een gepasseerd station”. Realiseren zij zich niet dat de Europese hogesnelheidstrein zo aan zijn doel voorbijschiet? Bij sommige stations zal gestopt móeten worden, om gewone stervelingen in te laten stappen.

Boven de nationale democratie ontwikkelt zich een bureaucratisch aangestuurde rechtsorde die een ongekend krachtige uitwerking heeft. De commotie rond de gevolgen van het CIA Security-arrest (in de wandeling het Securitel-arrest) laat zien hoe disproportioneel de gevolgen kunnen zijn. Door ambtelijke onachtzaamheid, onoplettendheid van de Raad van State, juridische ondeskundigheid bij de verantwoordelijke bewindslieden en falende parlementaire controle zijn honderden wetten en regelingen niet bij de Brusselse autoriteiten aangemeld. Het gevolg is dat wettelijke regelingen geen toepassing mogen vinden. Een simpele Europese richtlijn over technische normen die slechts een beperkt harmonisatiedoel dient en die puur en alleen op ambtelijk niveau is voorbereid, blijkt onze rechtsorde plat te kunnen leggen. En een oplossing van de chaos ligt buiten ons bereik.

Maar het gaat niet alleen om zaken zoals technische normen. Onlangs werd in het Nederlands Juristenblad geconstateerd dat ook het strafrecht in de EU op hol is geslagen. Zonder parlementaire of rechterlijke controle wordt een ondoordringbaar woud van regelingen toegepast op burgers. En in het verlengde van de politieke en bureaucratische verhoudingen in de EU blijkt de openbaarheid van bestuur krachtig te worden tegengewerkt, omdat die op verzet in veel lidstaten stuit.

De Nederlandse politici zijn op hun beurt wars van een referendum of een verkiezing toegespitst op de Europese vraagstukken. Men wil snel en efficiënt besluiten in het belang van de economie. De infrastructuur van Nederland moet opgewaardeerd worden, zodat de Nederlandse regio beter kan concurreren. Beleidsconcurrentie (die met name het sociale betreft) moet dit effect nog versterken, zodat obstakels als onafhankelijke rechterlijke toetsing opzij gezet worden. Zoals Noordhollandse commissaris van de koningin Van Kemenade het onlangs voorstelde: na voor- of inspraak en besluitvorming door de politieke organen mag de rechter geen controle meer uitoefenen. Dat Van Kemenade hiermee de rechtsstaatgedachte bruskeert, is weinigen opgevallen.

De Europese politieke macht is gefixeerd op de monetaire unie. De lidstaten moeten met een ongekende hardheid ingrijpen in de sociale en financiële structuur van de economie. Nederland vervult daarin een voortrekkersrol. Onze oosterburen kijken met afgunst naar Frau Antje die onder haar klederdracht het lichaam van een flink afgetrainde hardrijdster verborgen bleek te hebben. Onze politici vormen de trotse toeschouwers van de race waarin Nederland zal bewijzen op wereldniveau te kunnen concurreren. Zoals Nederland de Elfstedentocht heeft gewonnen, zo zal na een lange afvalrace blijken dat het ook als enig land de Europese muntunie mag betreden.

De voor de sociale kant van onze samenleving vaak zo pijnlijke ingrepen in de economie vinden plaats terwijl de AEX-index in koortstempo het succes van de kapitaalmarkt illustreert. De hoge optiewinsten aan de bovenkant van de arbeidsmarkt staan in schril contrast met de armoede van de onderkant. De schaarse arbeid wordt herverdeeld; de arbeidszekerheid vervluchtigt door de flexibilisering en de sociale zekerheid biedt - mede dankzij de vele wijzigingen - geen zekerheid meer. De Nederlandse democratische organen hebben het land met bami-akkoorden en crisisbesluitvorming klaargestoomd voor de EMU, maar deze beschamende geschiedenis wordt narcistisch verdrongen.

In de dagen voor het Verdrag van Amsterdam zeggen sommige politieke leiders dat Europa ook een sociale paragraaf moet hebben. Gelet op de miljoenen werklozen en de miljoenen mensen in min of meer marginale arbeidsverhoudingen, is dit een terechte eis. Wie zou die echter kracht bij moeten zetten? Waar klinkt de stem van een parlementaire meerderheid die de eenzijdige fixatie op de florerende kapitaalmarkt tegenspreekt en aandacht eist voor de weinig florissante arbeidsmarkt?

De aandacht die politici voor de arbeidsmarkt hebben, is koel en instrumenteel. Het primaat ligt bij de monetaire indicatoren. Loonmatiging, zo zeggen ze, is noodzakelijk voor de budgettaire evenwichten en wanneer dat evenwicht is bereikt, zal de arbeidsmarkt er wel bij varen. Deze veronderstelling is echter onbewezen en berust op een onjuist uitgangspunt. Het gaat niet om een economische wetmatigheid, maar om macht en cumulatie van macht. Slechts een verblind toeschouwer zal staande kunnen houden dat er een gezond evenwicht is tussen de steeds sterkere cumulatie van de macht van het kapitaal tegenover de afkalving van de macht van de arbeid. Of mag deze waarneming na de val van de Berlijnse Muur niet meer worden gedaan?

De fixatie op de EMU en onze grote gevoeligheid voor de criteria van 'Maastricht' maken ons misschien ook te ongevoelig voor de andere kant van de Europese samenwerking: de verbreding van de samenwerking richting Oost-Europa. Wordt de afstand tussen de zwakkere Oost-Europese economieën en de naar verhouding krachtige West-Europese economieën niet als te groot beleefd? Worden de aanmaningen tot voorzichtigheid met verbreding van de EU niet te gretig nagepraat?

Ook hier wordt de stem van een parlementaire vertegenwoordiging gemist, die voor verantwoordelijkheid voor een vreedzame samenwerking met Oost-Europa pleit. Wat dat betreft kan slechts bewondering worden uitgesproken voor het voormalige West-Duitsland dat Oost-Duitsland tot zijn bond liet toetreden. Natuurlijk was er geen keus, maar Duitsland heeft wel het risico genomen van een moeizame worsteling met een verstoord economisch evenwicht, in die mate dat het halen van de EMUnormen nu een probleem is.

Alle Europese landen moeten aanvaarden dat onze primaire verantwoordelijkheid bij de vreedzame samenwerking binnen Europa ligt. Deze gedachte vormde toch de grondslag voor de Europese samenwerking? De voorwaarden waarop Oost-Europese staten mogen toetreden en de intensiteit van de toekomstige samenwerking moeten hiervan een weerspiegeling zijn.

Op korte termijn kan dit nadelen voor de monetaire rust opleveren en nadelen voor de kapitaalmarkt, maar deze moeten afgewogen worden tegen het belang op de lange termijn van een vreedzame samenwerking. Kenmerkend voor onze gemuilkorfde democratie is echter, dat de korte-termijnbelangen breed uitgemeten worden, zodat het gerechtvaardigd lijkt om de belangen voor de lange termijn op te offeren voor inflatievrije koerswinsten.