Drassige poldergrond inspireerde kunstenaars

Tentoonstelling: Grote meesters terug in Kortenhoef. Van Gabriël tot Breitner bij Kunst aan de Dijk, t/m 21 juni in het Oude Kerkje, Kortenhoefsedijk 168, Kortenhoef, dag. van 10-21 u, zo gesloten. Cat. ƒ 20,-. Vaartocht i.s.m. Natuurmonumenten, duur ca. 1 uur. Afvaart bij het kerkje.

'Groen' is de belangrijkste karakteristiek van het landschap rond het kerkje van Kortenhoef op een warme junidag. Traditiegetrouw wordt hier deze maand weer een tentoonstelling gehouden rond de vele kunstenaars die dit dorpje in het Hollandse plassengebied in het verleden bezochten. Sinds het rond 1870 ontdekt werd door de schilder Paul Gabriël, die er tot zijn dood in 1903 elke zomer kwam werken, is het typisch 'Hollandse' karakter van Kortenhoef en omgeving een constante in de Hollandse kunst.

Op de 25ste tentoonstelling die de Stichting Kunst aan de Dijk nu in Kortenhoef organiseert, zien we een samenvatting van alle vorige onderwerpen die er de revue passeerden. Het begon met de schilders uit de Haagse School, zoals Gabriël, Weissenbruch en ook Geesje Mesdag-van Calcar, wier Kortenhoefse huis op palen nog steeds een eindje voorbij het kerkje in de drassige poldergrond staat. Verder zien we expressionisten uit de kring van de Bergense school, zoals Gestel en Colnot, die zich net als hun Haagse voorgangers soms maandenlang aan de Kortenhoefse Dijk terugtrokken in het fameuze café het Regthuis. Ook hangen er weer vertegenwoordigers uit de succesvolle thematentoonstellingen die de Stichting organiseerde: Breitner, de Amsterdamse Joffers, Grote Realisten (Ket, Pyke Koch, Schuhmacher) en niet te vergeten de Belgische kunst van rond de eeuwwisseling, met Constant Permeke, Frits van den Berghe en Gustave de Smet.

Organisator en dijkbewoner Frans Sluijter legt uit dat de Stichting er naar streeft steeds weer zoveel mogelijk onbekend werk uit particulier bezit te laten zien. Dat levert misschien niet zo'n consistente tentoonstelling, maar wel veel verrassingen op. Een van de mooiste werken is een caféscene van Isaac Israëls - of misschien stelt het gewoon een dame voor die thuis zit te ontbijten. Ze heft een wit kopje en roept daarmee een wereld op die frivool en huiselijk tegelijk is. Ook Coba Ritsema is prachtig vertegenwoordigd met een van haar stillevens waarop ze met stevige toets in een paar vegen een gloedvol boeket tevoorschijn heeft getoverd dat staat als een huis. Verder is er van Ritsema een portret van een meisje waarvan driekwart wordt ingenomen door een uiterst virtuoos geschilderde zilverkleurige zijden japon. Tenslotte hangt op het koor van de kerk ook Ritsema's indringende portretje van Wiesje, een ietwat flodderig meisje met pieken in een dieprood jurkje, die alle kwetsbaarheid van de opgroeiende jeugd in zich vertegenwoordigt.

En wie dan via Jan Sluijters, Dick Ket en Gustave de Smet weer buitenstapt staat direct midden in het ongerepte groen. Direct naast het kerkje liggen de half onder wilgen en struiken verborgen slootjes waardoorheen de Stichting Natuurmonumenten om de paar uur een vaartochtje organiseert. En al is het vorig jaar tot mijn grote schrik herdoopt tot 'Jan en Alleman', ook het oude Regthuis, waar de schilders volgens de traditie met hun werk betaalden, staat er nog.