Dijkstal is de baas, maar niet in zijn eentje

De Rotterdamse hoofdcommissaris, Brinkman, moet weg, vinden korpsbeheerder Peper en de burgemeesters in Rotterdam-Rijnmond. Maar hoe pakt minister Dijkstal dat aan?

DEN HAAG, 11 JUNI. “Het benoemen van een politieman is in zekere zin gemakkelijk”, zei minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) maandag in de Tweede Kamer. “Dan is iedereen nog vrolijk bezig.” Anders wordt het als carrières in negatieve zin op het spel komen te staan, zoals die van de Rotterdamse korpschef J.W. Brinkman.

De voorzichtigheid waarmee Dijkstal de affaire rond korpschef Brinkman aanpakt is niet helemaal onbegrijpelijk gezien de voorgeschiedenis. Vergelijkbare zaken hebben sinds het uitbreken van de IRT-affaire, begin 1994, al een aantal zware debatten in de Tweede Kamer opgeleverd.

Het meest recente voorbeeld van de hachelijke positie waarin een minister van Binnenlandse Zaken kan terechtkomen is de affaire rond de omstreden politiebaas in Haarlem, korpschef R. Straver. De Tweede Kamer vond een jaar geleden dat Straver zijn geloofwaardigheid had verloren omdat het politiekorps Kennemerland in opspraak was geraakt door massale drugsimporten onder het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland/Utrecht (IRT). Het functioneren van de Haarlemse korpschef werd destijds uiterst kritisch beoordeeld tijdens de IRT-onderzoeken van de parlementaire-enquêtecommissie (Van Traa) en de rijksrecherche. En voor het herstel van het vertrouwen in de Nederlandse politie zou het beter zijn als een van de verantwoordelijke bazen, Straver, iets anders ging doen, vond de Kamer.

Daar was best iets voor te zeggen, vond toen ook Dijkstal, maar zo gemakkelijk gaat dat niet in de Nederlandse arbeidsrechtelijke verhoudingen. De minister van Binnenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de voordracht tot benoeming, schorsing of ontslag van een korpschef. De minister wordt daarbij volgens de Politiewet 1993 geadviseerd door de korpsbeheerder, het college van burgemeesters in de politieregio, de procureur-generaal in het betreffende ressort en de commissaris van de koningin. Ook de minister van Justitie moet akkoord gaan in het Nederlandse bestel, dat nadrukkelijk is gebaseerd op een gedeelde verantwoordelijkheid.

Dijkstal is dus de baas, maar niet in zijn eentje. Daarom verklaarde hij tijdens het Kamerdebat over de nasleep van de IRT-affaire, in mei vorig jaar, dat maatregelen tegen korpschef Straver formeel niet mogelijk waren, vooral omdat Straver de onvoorwaardelijke steun genoot van het regionaal college van burgemeesters in Kennemerland. Straver stemde uiteindelijk in met overplaatsing naar Leiden.

De zaak-Brinkman in Rotterdam ligt door zijn voorgeschiedenis - een 'buitenstaander' die voor het eerst aan het hoofd kwam te staan van een politiekorps - misschien wel net zo gevoelig, maar is een stuk minder gecompliceerd. Brinkman wordt door geen enkele van de tweeëntwintig burgemeesters in Rijnmond meer gesteund, zo bleek vorige week. Dijkstal kan het standpunt dat er geen werkbare verhoudingen meer zijn overnemen, maar wil daarbij “uiterst zorgvuldig” te werk gaan. “Ik beheer niet het personeelsdossier (van de korpsbeheerder over Brinkman, red.) en ik ben niet de feitelijke baas”, zegt de minister. Nu wil hij laten nagaan in hoeverre de burgemeesters hun onderzoek naar het functioneren van Brinkman met de vereiste zorgvuldigheid hebben gedaan.

Enerzijds is Dijkstal verrast door de plotselinge ommezwaai van de Rotterdamse burgemeester, Peper, die Brinkman tot voor kort steunde. Anderzijds wil hij weten waarom de Rotterdamse hoofdofficier van justitie De Wit in het weekeinde zei dat hij nog wel mogelijkheden zag voor samenwerking met Brinkman. Vanochtend werd bekend dat hij in een brief aan de tweeëntwintig burgemeesters in het Rijnmondgebied schrijft dat er nauwelijks of geen ruimte overblijft voor verder functioneren van de hoofdcommissaris. Er valt op zijn minst wel wat licht te ontdekken tussen de verschillende uitlatingen van burgemeester Peper en hoofdofficier De Wit.

In het onderzoek dat nu wordt uitgevoerd door de Haagse procureur-generaal Docters van Leeuwen en de commissaris van de koningin in Zuid-Holland, Leemhuis, zal Dijkstal duidelijk moeten worden wat er precies is voorgevallen. Mochten Docters van Leeuwen en Leemhuis aan het eind van deze week tot dezelfde conclusies komen als de burgemeesters, dan rest Dijkstal niets anders dan Brinkman een andere baan aan te bieden.

In dat stadium zit al weer de volgende kuil in de weg. Als Brinkman moet vertrekken omdat er een onherstelbare vertrouwensbreuk is ontstaan, dan is de vraag hoe Dijkstal de zaak zal aanpakken. Met gouden handdrukken zal Dijkstal in de Tweede Kamer weinig vrienden maken, zo bleek maandag al tijdens het debat over de politie. “Ik voel niets voor een geldverspillende afkoopsom”, zei De Cloe (PvdA) al voordat Dijkstal besloten heeft wat hij met Brinkman gaat doen. CDA'er Van der Heijden wil dat het helemaal geen geld gaat kosten. Dijkstal zelf wil dat ook liever zo. Hij herinnert zich nog goed hoe de gouden handdruk van minister Sorgdrager (Justitie) aan de toenmalige Amsterdamse procureur-generaal R. van Randwijck eind 1995 bijna leidde tot haar aftreden.

De Kamer drong vorig jaar, naar aanleiding van de perikelen rond korpschef Straver, aan op een regeling die het overplaatsen, schorsen of ontslaan van hoge ambtenaren vergemakkelijkt. Dat zou bijvoorbeeld moeten kunnen gebeuren “in het belang van de dienst”, zodat de minister van Binnenlandse Zaken minder hoeft te touwtrekken zoals tijdens de nasleep van de IRT-affaire. Kamerlid De Graaf (D66) zei deze week dat de minister de bevoegdheid moet hebben in bijzondere omstandigheden hoge politiemensen eervol te ontslaan of over te plaatsen in het “algemeen belang”, of omdat het functioneren onmogelijk is gebleken.

Dijkstal zelf heeft eerder gezegd dat hoge ambtenaren, bij politie of elders bij de rijksoverheid, gemakkelijker van plaats zouden moeten kunnen wisselen omdat dat verfrissend kan werken. Het was eerder deze week een van Dijkstals redenen om in de Kamer te pleiten voor het terugdraaien van de in zijn ogen te ver doorgeschoten decentralisatie bij de politie.