De Wit ziet toch geen kans voor korpschef Brinkman

ROTTERDAM, 11 JUNI. De Rotterdamse hoofdofficier van justitie, L. de Wit, die eerder deze week stelde dat een 'werkrelatie' met korpschef J. Brinkman nog tot de mogelijkheden behoorde, is gisteren teruggekomen op zijn standpunt. In een brief aan de 22 burgemeesters in het Rijnmondgebied schrijft hij nu dat er “niet of nauwelijks ruimte overblijft voor verder functioneren van de korpschef”.

De korpschef van de Rotterdamse politie raakte in opspraak na een aanvaring in april met de ondernemingsraad en drie politiebonden. Burgemeester Peper van Rotterdam, die Brinkman zelf had aangetrokken om het Rotterdamse politiekorps te reorganiseren, steunde hem steeds. Vorige week liet Peper zijn steun echter varen en zegde het vertrouwen in Brinkman op.

Aanleiding voor de gisteren verzonden brief van hoofdofficier De Wit is het gerucht dat hij een lobby zou voeren om Brinkman te behouden en zou willen bemiddelen tussen de burgemeester en de korpschef. De Wit zegt overigens geen afstand genomen te hebben van de conclusie van de burgemeesters dat het vertrouwen in Brinkman “ernstig ondermijnd” was. De Wit: “Voor deze formulering is bewust gekozen. (...) Maar de deur zit daarmee nog niet helemaal dicht”. Ook burgemeester J. Waayer van Ridderkerk wil de “deur nog niet helemaal dicht doen” maar vraagt zich af of een gesprek tussen burgemeester Peper en Brinkman nog wel zin heeft.

Burgemeester L. Lamers van Bleiswijk ergert zich aan het gedrag van Brinkman die openlijk kritiek uit aan het adres van burgemeester Peper en op zijn beurt het functioneren van Peper wil laten onderzoeken. “Zijn gedrag in de afgelopen dagen heeft mijn beeld bevestigd: hij heeft geen gevoel voor bestuurlijke verhoudingen. Hij ondermijnt hiermee het gezag”, aldus Lamers vanmorgen op het Radio 1 journaal.

De gemeenteraadsleden in Rotterdam willen opheldering over de plotselinge ruzie tussen burgemeester Peper en korpschef Brinkman. De PvdA, de grootste partij in de raad, overweegt de positie van Peper ter discussie stellen.

“Dat hangt af van de antwoorden die de burgemeester moet geven”, aldus fractievoorzitter E. Kuijper dinsdag. “De problemen met het korps komen op de eerste plaats, de positie van Peper komt op de tweede plaats.” Maandag hebben D66 en CDA in de Tweede Kamer al aangedrongen op duidelijkheid over het optreden van Peper als korpsbeheerder van de politie Rotterdam-Rijnmond.

De irritatie over de manier waarop de burgemeester omgaat met de crisis rond Brinkman, neemt toe bij de partijen in Rotterdam. De VVD hoopt “tegen beter weten in” dat een bemiddeling resultaat zal opleveren en wil tot die tijd geen uitspraken doen.

Fractielid E. ter Kuile-van der Hoeven heeft echter op persoonlijke titel felle kritiek. “De burgemeester heeft al jaren de mond vol van zijn verantwoordelijkheid als korpsbeheerder. Dat heeft hij nooit waargemaakt en nu met Brinkman heeft hij ook zijn laatste goodwill verspeeld. Dat loopt als een rode draad door alle zaken rond de burgemeester. Hij zit boordevol goede ideeën, maar moet ze vooral niet zelf uitvoeren.”

Als verzachtende omstandigheid geldt volgens de VVD dat een crisis ingebakken zit in de huidige politiewet. “Het is te gek dat 22 burgemeesters zich kunnen bemoeien met slechts één korps”, aldus Ter Kuile-Van der Hoeven.

De PvdA benadrukt Peper niet op voorhand te willen afbranden. De omslag in het denken over Brinkman, dat niet hij maar burgemeester Peper mogelijk fout zit, is volgens fractievoorzitter Kuijper echter wel een politieke realiteit. “Het conflict begint ook trekjes van een mannelijke machtsstrijd te vertonen.”