De politie in Punjab heeft haar heldenrol verloren

De zelfmoord van een politieman die een hoofdrol speelde bij het neerslaan van een opstand van militante sikhs in de deelstaat Punjab, heeft in India oude wonden opengereten. Het land krijgt alsnog de rekening gepresenteerd van een donker en nog grotendeels onverwerkt verleden.

NEW DELHI, 11 JUNI. Verbitterd en tot in het diepst van zijn ziel gekrenkt zette hoofdinspecteur van politie Ajit Singh Sandhu op 23 mei een streep onder alles en wierp zich in zijn woonplaats Dera Bassi voor de aanstormende Himalaya Queen-express. “Het is beter te sterven dan in vernedering te leven”, stond in een briefje, dat de politie later op zijn stoffelijk overschot naast de rails aantrof.

Het was een roemloos einde voor de trotse sikh, die door sommigen werd bezongen als een held en zelfs als de redder van India, maar door anderen werd verguisd als een gewetenloze massamoordenaar. Op het ogenblik van zijn zelfmoord liepen er 43 aanklachten tegen hem wegens zijn spijkerharde optreden tijdens de jaren van de opstand van militante sikhs in de Punjab. Bovendien was hij tot nader order als hoofdinspecteur geschorst. Vorig jaar had hij al enige tijd in de gevangenis in voorarrest gezeten, waarbij hij op een gegeven moment, vernedering der vernederingen voor een man als hij, werd afgerammeld door militante separatistische sikhs die daar gevangen zaten wegens terroristische activiteiten.

Het geval van Sandhu heeft India er op pijnlijke wijze aan herinnerd dat het land nog lang niet in het reine met zichzelf is gekomen over de bloedige strijd tussen militante sikhs en de politie in de Punjab, die tussen 1982 en 1993 zo'n 20.000 mensen het leven kostte, vooral sikh- en hindoe-burgers. De radicale sikhs waren erop uit een eigen staatje, Khalistan genaamd, in de Punjab te vestigen.

Nadat de Indiase regering, vooral dankzij de Punjabse politie, met zeer harde hand de orde had hersteld en het geweld in de loop van 1993 eindelijk was geluwd, bestond de neiging de dramatische episode van de tijd daarvoor zo snel mogelijk te vergeten. De meeste burgers, zowel de sikh-meerderheid als de hindoes, snakten naar vrede en keken liever vooruit dan achteruit. In korte tijd slaagden de Punjabi's er zo met hard werken in hun deelstaat weer tot een van de welvarendste van India te maken.

Maar onder de oppervlakte bleef het ongenoegen over de verschrikkingen van destijds knagen, vooral bij veel sikhs. Dat het een gevoelig onderwerp blijft, bleek enkele maanden geleden, toen de film Maachis (lucifers) werd vertoond. Veel sikhs zagen het drama over de ondergang van een sikh-familie, van wie enkele zoons zich bij de militanten voegen, met tranen in de ogen aan, maar sommige politici vonden dat de film had moeten worden verboden omdat de politie er te ongunstig in zou zijn voorgesteld.

Geleidelijk aan dienden meer en meer sikhs, daartoe aangemoedigd door allerlei groepen voor de rechten van de mens, aanklachten in tegen politiefunctionarissen wegens wreedheden tegen henzelf of om de dood dan wel verdwijning van familieleden. De rechtbanken, die tijdens de opstand weinig enthousiasme hadden getoond voor zaken tegen de politie, werden daar nu een stuk ontvankelijker voor. Een pleidooi de politie amnestie te verlenen voor daden begaan tijdens de jaren van de opstand, werd intussen niet gehonoreerd door de politici.

Zo kon iemand als Sandhu plotseling van een held in een schurk veranderen. Op slag leek iedereen vergeten dat diezelfde man kort daarvoor tot tweemaal toe was onderscheiden wegens de doortastende wijze waarop hij tussen 1991 en 1993 in het beruchte district Tarn Taran, een bolwerk van de militante sikhs, het Indiase staatsgezag had weten te herstellen. In plaats daarvan was er alleen nog aandacht voor de vuile handen die hij daarbij had gemaakt.

Het was allang bekend dat het in Tarn Taran bijzonder hard was toegegaan. Voor zowel de politie als militante sikhs lag de dood steeds op de loer. Talloze sikhs en hun familieleden werden gedood of verdwenen spoorloos. Willens en wetens zouden de schietgrage Sandhu en zijn mannen soms onschuldige mensen hebben gedood. In de slotfase, toen de sikhs aan de verliezende hand waren, zouden Sandhu en zijn mannen hun machtspositie bovendien hebben misbruikt en, net als de militante sikhs vaak deden, gewone burgers hebben afgeperst. In Tarn Taran liet vorige maand dan ook niemand een traan over Sandhu's dood.

Ondanks het feit dat hij het karwei in Tarn Taran tot volle tevredenheid van zijn politieke meesters in New Delhi had geklaard, waagden echter ook die het de afgelopen weken niet goed van de dode te spreken. Op zijn begrafenis lieten de meesten verstek gaan.

Dit alles schoot Sandhu's vroegere chef, de roemruchte ijzervreter K.P.S. Gill, zelf ook een sikh, in het verkeerde keelgat. Ook hij had aan den lijve ervaren dat de positie van de Punjabse politie minder onaantastbaar was dan voorheen. De altijd martiaal ogende, gewezen directeur-generaal van de Punjabse politie kreeg een veroordeling aan zijn broek omdat hij speels een vrouwelijke ambtenaar in het achterwerk zou hebben geknepen. Een advocaat verklaarde onlangs ongestraft Gill op één lijn te stellen met de beulen van Auschwitz.

Verontwaardigd richtte Gill zich nu via ingezonden stukken tot de natie en herinnerde eraan hoe de politie ten koste van zware opofferingen en vele doden de Punjab voor India had weten te behouden. Als Sandhu bij voorbeeld in zijn missie had gefaald, aldus Gill, hadden de militante sikhs zich zeer wel meester kunnen maken van de rest van de Punjab. Het was bovendien allerminst denkbeeldig dat na een Indiase nederlaag in de Punjab separatistische groepen elders in het land, vooral in Kashmir en het altijd gistende noordoosten van India, hun strijd met hernieuwde energie zouden hebben hervat. Zo werd India in zijn huidige vorm rechtstreeks in zijn voortbestaan bedreigd.

Na enkele stekelige opmerkingen over corrupte politici vervolgde Gill: “Degenen die vandaag voorop lopen in een eigenmachtige heksenjacht op agenten van de Punjabse politie moeten zich eens afvragen waar zij zich 10 jaar lang schuil hielden, toen de terroristen vrij rondzwierven en door niemand behalve de Punjabse politie, hun geüniformeerde kameraden en een handvol moedige boeren, die niet toe wilden geven aan terreur, iets in de weg werd gelegd.”

Zelfs Gill ontkent echter niet dat politiemensen die duidelijk over de schreef zijn gegaan, zich voor de rechter moeten verantwoorden. Zowel in de Punjab als in New Delhi lijkt het besef te groeien dat er alleen met het verleden kan worden afgerekend, als de waarheid boven tafel komt. Moet er dan misschien, net als in Zuid-Afrika, een Waarheid en Verzoeningscommissie komen? Ram Narayan Kumar, lid van een actiegroep die openheid over de gebeurtenissen in de Punjab wil, zei daarover in het dagblad The Pioneer: “Het is belangrijk de waarheid te zeggen. Dat zou een heel stuk helpen om de wonden te helen.”