Basisscholieren goed in wiskunde

DEN HAAG, 11 JUNI. Nederlandse basisscholieren zijn beter in wiskunde dan leerlingen in elk ander westers land. Alleen leerlingen uit Singapore, Zuid-Korea en Japan scoren hoger. Ook in aardrijkskunde, biologie, natuurkunde en milieu - natuurwetenschappen - presteert de Nederlandse basisscholier boven het gemiddelde.

Dit blijkt uit een gisteren in Boston gepresenteerd internationaal onderzoek, de 'Third International Mathematics and Science Study'.

Bij rekenen-wiskunde scoren Nederlandse leerlingen het best op de onderdelen meten, schatten, getalgevoel, gegevensanalyse en kansberekening; bij natuuronderwijs op biologie en milieu. Leerlingen uit Nederland, Japan en Korea, landen die relatief goed presteren bij wiskunde, vinden het vak gemiddeld minder leuk dan leerlingen uit andere landen.

Het onderzoek werd gehouden onder scholieren van acht en negen jaar oud in 26 verschillende landen. De gemiddelde prestaties van Nederland zijn voor wiskunde hoog met relatief weinig uitblinkers. Voor het Nederlandse deel verwerkte de Universiteit Twente de prestaties van 4.000 leerlingen in groep 5 en 6 van 142 basisscholen. Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, en Zweden deden dit jaar niet mee aan het onderzoek.

Nederland presteert voor wiskunde internationaal bekeken beter dan voor natuurwetenschappen, al staan Nederlandse basisscholieren in beide gevallen in de top 10. Bij wiskunde delen leerlingen uit Nederland de vierde plaats met leerlingen uit Tsjechië. Bij natuurwetenschappen scoren acht andere landen op hetzelfde niveau als Nederland: Singapore, Engeland, Oostenrijk, Slovenië, Tsjechië, Australië, de Verenigde Staten en Canada.

Uit het hoofd leren is iets wat de meeste leerlingen in de meeste landen belangrijk vinden. In Nederland vindt slechts een kwart van de basisscholieren dat. Eenzelfde vergelijkend onderzoek in november toonde aan dat Nederlandse scholieren van dertien jaar internationaal gezien met wiskunde op de negende plaats staan en met natuurwetenschappen op de zesde.