Uitstel vrijmaking gasmarkt Europa

KOPENHAGEN, 10 JUNI. De Europese Unie zal niet meer onder het Nederlandse voorzitterschap een richtlijn (Europese wet) vaststellen over de vrijmaking van de aardgasmarkt. Door de verkiezingen in Groot-Brittannië, Frankrijk en Ierland en de regeringswisselingen in Londen en Parijs is dat onmogelijk geworden. Dat zei de Deense minister van Milieuzorg en Energie, Svend Auken, gisteravond als gastheer van de wereldgasconferentie die deze week in Kopenhagen wordt gehouden.

Minister Auken verwacht dat de Europese Raad van Energieministers het tegen het eind van dit jaar, onder het Luxemburgse voorzitterschap, eens kan worden over een richtlijn die vanaf 1998 de markt voor aardgas in alle vijftien lidstaten met ten minste 30 procent opent voor concurrentie.

Dat betekent dat grote industriële gasverbruikers en elektriciteitsproducenten vrij zijn in de keuze van hun leveranciers in binnen- en buitenland. Zij zijn niet langer gebonden aan nationale monopoliebedrijven zoals in Nederland de Gasunie. Wel krijgt de industrie voor het transport van aardgas dat elders voordeliger wordt ingekocht, bijvoorbeeld in het buitenland, toegang tot het pijpleidingennetwerk. Voor het transport moet met de eigenaren van het netwerk dan een contract worden afgesloten. Inkoop van aardgas uit Groot-Brittannië zal grote aardgasafnemers vanaf volgend jaar miljoenen guldens per jaar gaan schelen.

Volgens minister Auken zal de Europese Unie op korte termijn krachtiger maatregelen moeten nemen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Volgens de jongste doelstelling van de Unie moeten de emissies in het jaar 2010 15 procent lager zijn dan in 1990 het geval was. Zonder verdere beperking van het energieverbruik bestaat echter volgens het Internationaal Energie Agentschap in Parijs een 'reëel gevaar' dat de uitstoot in 2010 met 50 procent zal zijn toegenomen. In Nederland zijn de emissies van het belangrijkste broeikasgas, kooldioxide, de afgelopen jaren met 7 procent gestegen.

Denemarken zal volgens Auken een forse bijdrage aan de vermindering leveren door geen nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrales meer te bouwen, steeds meer op aardgas over te schakelen en veel meer windmolens te installeren. Ook zal de Deense industrie en de transportsector het energieverbruik per eenheid product verder terug moeten brengen.

Met energiebesparing hebben de Denen grote successen behaald, want sinds de eerste oliecrisis in 1973 is het energieverbruik constant gebleven terwijl de economie tot dit jaar met 60 procent groeide. In 1972 bestond het Deense energieverbruik voor meer dan 90 procent uit geïmporteerde olie. Sindsdien is de productie van aardgas en olie op de Noordzee op gang gekomen en vandaag is het land een netto-exporteur van gas en olie.