Top van Japanse bank gearresteerd

TOKIO, 10 JUNI. De Japanse justitie heeft vandaag vier topfunctionarissen van de Dai-Ichi Kangyo Bank (DKB) gearresteerd wegens het schandaal rond leningen aan een afperser. Daarnaast heeft de bank vandaag besloten een nieuwe president te benoemen en de halve raad van bestuur te vervangen.

Onder de arrestanten van vandaag zijn twee voormalige vice-presidenten van het bedrijf. Justitie arresteerde vorige week al vier functionarissen van de bank en heeft vandaag aansluitend vice-president Ichiro Fujita voor ondervraging opgeroepen. Fujita zou eigenlijk de nieuwe president van de bank worden, maar wegens de verdenkingen dat hij weet had van de illegale praktijken zal nu vice-president Katsuyuki Sugita op de aandeelhoudersvergadering van 27 juni als president worden benoemd. De DKB heeft aangekondigd maatregelen te nemen om vergelijkbare schandalen in de toekomst te voorkomen. Zo zal er onder meer een commissie van buitenstaanders in het leven worden geroepen dat controles zal uitvoeren naar eventuele dubieuze activiteiten. Functionarissen van het Japanse ministerie van Financiën lieten gisteren doorschemeren dat het de DKB in de toekomst zal uitsluiten bij de uitgifte van nieuwe staatobligaties. Deze straf is inmiddels al uitgedeeld aan effectenhuis Nomura, dat in hetzelfde schandaal is verwikkeld. De Japanse Federatie van Economische Organisaties, de Keidanren, heeft gisteren laten weten dat het beide bedrijven voor een jaar zal uitsluiten van activiteiten van deze club. Het schandaal draait om afperser - sokaiya - Ryuichi Koike die aandelen bezat in de DKB en leningen kreeg op basis van memo's van de afdeling algemene zaken van de bank. Een collega van sokaiya Koike verklaarde eerder op televisie dat effectenhuizen in het verleden het initiatief hebben genomen tot het gebruik van criminelen om voor rust te zorgen op aandeelhoudersvergaderingen.