Term 'technisch voorschrift' onduidelijk

Vandaag spreekt de Kamer over het Securitel-arrest, dat bijna 400 Nederlandse voorschriften ongeldig lijkt te maken.

DEN HAAG, 10 JUNI. Hoe onbekend Europese regels zelfs voor juristen en politici zijn, werd vorige week treffend geïllustreerd door het Kamerlid Korthals. Hij vond het 'opmerkelijk' dat Brussel iets te zeggen heeft over technische voorschriften. Korthals is sinds 1982 lid van de Kamer, vice-voorzitter van de VVD-fractie en ook nog advocaat. De Europese afspraak die hem zo verbaasde, is echter al in 1983 met volledige Nederlandse instemming gemaakt.

Aan de vaststelling van richtlijnen, dus ook aan de nu veel besproken richtlijn over de melding van technische voorschriften, gaat een uitgebreide procedure vooraf. De Europese Commissie doet een voorstel, de lidstaten besluiten. Op de 'Permanente Vertegenwoordiging' van Nederland in Brussel werken daarom ambtenaren van bijna alle ministeries. Zij overleggen met hun superieuren in Den Haag en uiteindelijk neemt de betrokken minister samen met zijn Europese collega's het besluit. Voor de coördinatie van de Nederlandse opvattingen zijn er tal van overlegorganen.

Met de uitvoering gaat het soms wat minder. Zoveel minder zelfs, dat in het verleden al tal van onderzoekscommissies zich al over het probleem hebben gebogen. In de jaren tachtig had Den Haag een voortdurende achterstand opgelopen bij de uitvoering van Europese richtlijnen. Tussen 1977 en 1994 werd Nederland daarvoor 27 keer door de Europese Commissie voor het Hof van Justitie gedaagd. Daarom is er nu de 'BNC': de commissie voor de beoordeling van nieuwe Commissievoorstellen.

Het gezelschap met deze bijna Eurocratische naam bestaat uit juristen van de verschillende ministeries en buigt zich maandelijks in beginsel over alles wat 'Brussel' van plan is of heeft besloten. Het college houdt de Tweede Kamer rechtstreeks van de Brusselse ontwikkelingen op de hoogte. Het houdt ook in de gaten hoever ministeries met de uitvoering van richtlijnen zijn.

Waarom gaat het dan toch nog wel eens mis? Bij de richtlijn over de meldingsplicht van technische voorschriften speelde het probleem dat nooit helemaal duidelijk werd wat precies onder een technisch voorschrift moet worden verstaan. Een belastingvoordeel bij de verkoop van auto's met een katalysator, komt daar een technisch voorschrift aan te pas? De Europese Commissie vond van wel. Moet versoepeling van de eisen die worden gesteld aan de samenstelling van margarine in Brussel worden gemeld? Ja, vond de Commissie.

De richtlijn was ook anders dan gebuikelijk. De meeste richtlijnen bevatten een maatregel die eens en voor altijd moeten worden omgezet in nationaal recht. Dit keer werd een verplichting opgelegd om élke keer dat er een nieuw technisch voorschrift aankwam, dit aan Brussel te melden. Dat maakte de controle door de juristen van de BNC niet eenvoudiger.

Geen wonder dat Den Haag in actie kwam toen het Europese Hof van Justitie in 1994 over de gewraakte meldingsplicht een zaak in behandeling nam. Ook voor dit soort interventies zijn vaste procedures, die zo'n 40 keer per jaar leiden tot Nederlandse interventie bij het Hof. In samenspraak met EZ werd in dit geval besloten er bij het Hof op aan te dringen de plicht niet zo te interpreteren dat niet-gemelde voorschriften niet-toepasselijk zouden zijn. Op dat moment is niet nagegaan op welke Nederlandse voorschriften de zaak mogelijk betrekking zou hebben. Door betrokkenen wordt als verklaring aangevoerd dat het er op dat moment nog niet naar uit zag dat het Hof een zo ver strekkende uitspraak zou doen. Verder wordt erop gewezen dat het inventariseren van niet-aangemelde voorschriften een ingewikkelde klus is, die toen nog niet nodig leek. Niemand had een vermoeden dat het er zoveel zouden zijn - en hoe ingrijpend daardoor het arrest kon worden.

Op 30 april 1996 kwam het Hof met zijn uitspraak, waarbij bleek dat het Nederlandse pleidooi terzijde was gelegd. Nadat het arrest volgens de standaardprocedure over alle ministeries was verspreid, volgde spoedoverleg. Zomer 1996 is bewust besloten geen lijst te maken met technische voorschriften die niet zijn aangemeld: het gevaar dat zo'n lijst zou uitlekken en advocaten zou wakker schudden werd te groot geacht. Elk departement zou zelf aan het speuren gaan en zijn problemen oplossen.

Over wat vervolgens gebeurde bestaat onenigheid. Op BZ verluidt het dat de juristen van dat ministerie zouden hebben gepleit voor een snelle aanmelding van de gevonden voorschriften. Op EZ wordt dit tegengesproken. Feit is dat najaar '96 op hoger ambtelijk niveau is overeengekomen de landsadvocaat ernaar te laten kijken. Die heeft het rapport opgesteld waarmee Wijers in januari naar de ministerraad ging. De raad gelastte een inventarisatie van niet-aangemelde voorschriften, waarna Wijers naar eigen zeggen eind mei de omvang van het probleem begon te beseffen. Op 4 juni schreef hij zijn eerste Kamer-brief .