Kritiek op aanpak Dijkstal; Kamer tegen centralisatie beleid politie

DEN HAAG, 10 JUNI. Een meerderheid in de Tweede Kamer vindt niet dat de ministers Dijkstal (Binnenlandse Zaken) en Sorgdrager (Justitie) meer zeggenschap moeten krijgen over het beleid van de politiekorpsen, zoals het kabinet wil.

Dit bleek gisteren tijdens een debat over de werking van de Politiewet 1993. PvdA, CDA, GroenLinks en de kleine christelijke fracties vinden dat met name minister Dijkstal meer gebruik zou moeten maken van de bevoegdheden die hij volgens de wet al heeft. Bij de reorganisatie, die zich tussen 1991 en 1994 voltrok, werden de gemeentelijke politiekorpsen en de rijkspolitie omgesmeed tot 25 regionale korpsen en een landelijk korps, een operatie waarbij ongeveer 40.000 ambtenaren betrokken waren.

Alleen de VVD-fractie kan zich vinden in de kabinetsvoorstellen. Het Kamerlid Korthals vindt met de bewindslieden dat de huidige Politiewet onvoldoende mogelijkheden biedt om door de politiek vastgestelde landelijke prioriteiten te realiseren. Daarbij gaat het om uitbreiding van de politiesterkte, besteding van de financiële middelen en om prioriteiten op opsporings- en handhavingsterrein. D66 staat weliswaar achter de lijn die het kabinet kiest, maar de voorstellen om tot meer centralisatie te komen gaan het Kamerlid De Graaf te ver.

De Kamer is vooral tegen het voorstel om de jaarlijkse beleidsplannen van de regionale korpsen voortaan te laten goedkeuren door de minister van Binnenlandse Zaken. Gevreesd wordt dat dit leidt tot bureaucratisering van het werk bij de politie. “Dan wordt er straks op het departement weer een aparte beleidsafdeling opgebouwd die die beleidsplannen tot op de komma moet gaan analyseren en beoordelen”, zei PvdA'er De Cloe. Het Nederlands Politie Instituut (NPI), het samenwerkingsverband van korpsbeheerders, hoofdcommissarissen en hoofdofficieren van justitie, wees eerder al op de bureaucratisering van de politie.

VVD-minister Dijkstal werd gisteren bekritiseerd om zijn aanpak. Met uitzondering van zijn partijgenoot Korthals stelden alle Kamerfracties vast dat Dijkstal te gemakkelijk stelt dat hij geen bevoegdheden heeft om de politie te sturen. “Beheer op afstand leek bij deze minister soms wel eens op afstand van beheer”, zei De Graaf.

Dijkstal legde die kritiek naast zich neer. Hij voerde een en ander terug op een verschil van mening over de mate waarin de Politiewet hem en Sorgdrager bevoegdheden geeft om de politie aan te sturen. Dijkstal liet de mogelijkheid open dat een volgend kabinet alsnog besluit tot wijziging van het huidige politiebestel. Als Kamerlid was hij tegenstander van de Politiewet en voorstander van de invoering van provinciale politie. Een meerderheid van de Kamer is tegen een nieuwe reorganisatie.