Japanse bedrijven zijn 'Mr. Yen' dankbaar

De Japanse industrie boekt recordwinsten en -omzetstijgingen. Dankzij de bemoeienissen van het Amerikaanse en het eigen ministerie van Financiën, waardoor de koers van de yen is gedaald. Ook de banken hebben het dieptepunt achter de rug.

TOKIO, 10 JUNI. Toyota, Japans grootste autoproducent, kondigde over het op 1 april afgesloten boekjaar een stijging aan van de winst vóór belastingen met 82 procent tot 620 miljard yen (ruim 10 miljard gulden). Van de winst valt volgens het bedrijf ruim een derde toe te schrijven aan de goedkope yen.

De gemiddelde koers van de yen lag het afgelopen jaar rond de 110 voor een dollar. Een paar jaar geleden was de yen met ruim 90 voor een dollar veel duurder. De steeds duurder wordende yen dwong de afgelopen jaren de export-gerichte industrie tot enorme herstructurering en verplaatsing van productie naar het buitenland. Deze inspanningen hebben ertoe geleid dat deze industrie, met name auto's en elektronica, momenteel met een koers van boven de 100 yen voor een dollar concurrerend is met het buitenland.

Volgens onafhankelijk bedrijfsanalist Akio Mikuni stond de bedrijven twee jaar geleden het water nog aan de lippen. Hun producten waren door de dure yen op de internationale markt minder concurrerend. Tot die tijd hadden ze de kosten kunnen drukken door hun toeleveranciers lagere prijzen af te dwingen, maar met een koers van 79 yen in 1995 kwam het moment dichtbij, dat ze eigen personeel zouden moeten gaan ontslaan.

Op dat kritieke moment benoemde het Japanse ministerie van Financiën Eisuke Sakakibara tot directeur-generaal Internationale Financiën. Sakakibara staat bekend als zeer uitgesproken en werd geacht goed met de Amerikanen te kunnen onderhandelen. Sindsdien is Sakakibara's bijnaam Mr. Yen, want al snel verzwakte de yen aanmerkelijk. Momenteel ligt de koers rond de 115 yen per dollar. Tot op de dag van vandaag noteert de pers nauwgezet de uitspraken van Sakakibara over de gewenste yen-koers.

Volgens Kenneth Courtis, chef-analist van de Deutsche Bank in Tokio, bestaat het destijds gemaakte akkoord tussen Sakakibara en de Amerikaanse minister van Financiën Rubin uit vier punten. Japan beloofde de rente vrijwel tot het nulpunt te brengen en de economie fiscaal te stimuleren. De VS zouden op hun beurt voorlopig zwijgen over handelsproblemen en de dollar versterken.

De reden dat de Amerikanen hiermee instemden is, aldus Courtis onlangs tijdens een voordracht voor Europese zakenlieden in Tokio, dat niet alleen de industrie in 1995 een crisis nabij was, maar dat ook het bankwezen op een dieptepunt zat wegens de oninbare leningen die zijn overgebleven na het klappen van de 'zeepbel', de hausse in grond- en aandelenprijzen eind jaren tachtig. Als grootste crediteur ter wereld zou een crisis in de financiële sector, bijvoorbeeld door een grootschalige uitverkoop van buitenlandse activa, de gehele wereldeconomie in een crisis kunnen hebben storten. Bovendien was voor de Amerikaanse regering de resulterende lagere Amerikaanse rente welkom als steun in de rug bij de herverkiezing van president Clinton, aldus Courtis.

Dankzij vrijwel gratis geld in Japan - de officiële rente staat nog steeds op een half procent - hebben de Japanse banken sindsdien grote reserves kunnen opbouwen. Volgens Courtis is hiermee nu 45 procent van de oninbare leningen gedekt en het dieptepunt voor de banken voorbij. De minder hoge winsten die de banksector het afgelopen jaar behaalde zijn zo bezien niet het resultaat van verslechterende zaken, maar van afschrijvingen en het aanleggen van deze reserves.

De tien grote, algemene banken zagen gezamenlijk in 1996 een winstdaling van 23 procent vergeleken met het voorafgaande jaar, en de Dai-Ichi Kangyo Bank (DKB) noteerde zelfs een verlies. De DKB is dan ook de enige bank die het afgelopen jaar méér reserves aanlegde dan in 1995 en ook in absolute bedragen het meest opzij legde. Dit alles neemt niet weg dat de winst over 1996 van deze tien gezamenlijk nog altijd 2.687 miljard yen (44 miljard gulden) bedraagt. Volgens een berekening van een financieel dagblad zijn de meeste landelijke banken in Japan in twee jaar van hun slechte leningen verlost.

De zwakkere yen die uit de Japans-Amerikaanse onderhandelingen resulteerde zorgt bij het exportgerichte bedrijfsleven voor binnenstromende winsten. Naast Toyota zagen ook de andere producenten hun verkopen stijgen. Dit resulteerde bij Honda in een winstgroei met ruim 200 procent tot het recordbedrag van 221 miljard yen, anderhalf maal het oude record uit 1985. Nissan boog een verlies van 88 miljard yen vorig jaar om in een winst van 78 miljard yen. In de autosector zag alleen Mazda - waar ironisch genoeg het Amerikaanse Ford het afgelopen jaar zijn aandeel uitbreidde en een Schotse directeur nu de scepter zwaait - zijn verkoopgroei nog gepaard gaan met financieel verlies.

Ook de sector consumenten-elektronica doet het goed. Na een verlies in 1995 stoomde elektronicagigant Matsushita dit jaar de top vijf binnen van de meest winstgevende bedrijven in Japan. Het jaar werd afgesloten met een winst van 138 miljard yen en met hogere verkoopcijfers dan ooit eerder gehaald. Wegens dalende prijzen voor halfgeleiders zagen alleen producenten van computers en halfgeleiders als Hitachi, Toshiba en Fujitsu hun winsten licht dalen, bij een omzetgroei van tussen de 5 en 20 procent en stijgend marktaandeel in het buitenland.

Terwijl de beurzen in de VS en Europa onstuitbaar stijgen en Tokio stil lijkt te staan, constateerde analist Courtis voor zijn Europese publiek dat Japan het afgelopen jaar met 3,5 procent een hogere economische groei kende dan de VS of Duitsland. “Ook al roept men in de VS: 'Detroit is back', de Japanse autoproducenten hadden het laatste kwartaal met ruim 32 procent een groter marktaandeel in de VS dan ooit tevoren.”

Dankzij de goedkopere yen verwachten de gezamenlijke Japanse autoproducenten dit jaar een exportstijging van 7,9 procent. De goedkopere yen lijkt zo ook zijn invloed te doen gelden op het handelsoverschot van Japan. Terwijl dit overschot de afgelopen twee jaar gestaag daalde, begint zich de afgelopen maanden nu en dan weer een stijging af te tekenen ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Het Japanse ministerie van Financiën houdt bij de bekendmaking van zulke cijfers vol dat over de langere termijn de dalende trend zich voort zal zetten.

Bedrijfsanalist Akio Mikuni betoogt echter dat Japan vastbesloten is de dollar sterk te houden, zodat de eigen fabrieken kunnen blijven draaien voor de export. Hij meent tevens dat Japan niet oneindig een grote crediteur kan zijn, terwijl het tevens grote handelsoverschotten oploopt. Net zo min als de Verenigde Staten oneindig Japans geld kunnen blijven lenen om de Japanse producten te consumeren.