Frankrijk gijzelt Top Amsterdam

De Franse eis bedenktijd over het 'stabiliteitspact' te krijgen voert de druk op de EU-partners op om verdere concessies te doen.

LUXEMBURG, 10 JUNI. “Een période de réflection” vroeg de nieuwe socialistische Franse minister van Financiën Strauss-Kahn gisteren aan zijn Europese collega's tijdens overleg in Luxemburg over het 'stabiliteitspact'.

Dat pact, moeizaam overeengekomen tijdens de vorige Europese Top in Dublin, houdt in dat landen die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie niet alleen vooraf hun staatshuishouding op orde moeten hebben, maar die ook op orde houden als de EMU eenmaal van start is gegaan.

Het pact had gisteren door de ministers van financiën moeten worden afgehamerd, zodat de regeringsleiders het volgende week tijdens de Top van Amsterdam feestelijk hadden kunnen fiatteren. Samen met de presentatie van het winnende ontwerp voor de Europese muntstukken. Vervolgens had de Top over kunnen gaan op het eigenlijke agendaonderwerp: de herziening van het Verdrag van Maastricht, de besluitvorming en structuur van de Europese Unie.

Strauss-Kahn's eis voor 'bedenktijd' over het pact dreigt nu de Top van Amsterdam op 16 en 17 juni in de wielen te rijden. Hij verwees naar de regeringsverklaring van het vorige week geïnstalleerde socialistisch-communistische kabinet, die pas op 19 juni aan het parlement wordt gepresenteerd. Voordien kan het pact volgens de Franse bewindsman onmogelijk worden ondertekend.

De herziening van Maastricht hangt, zoals zoveel processen in de Europese Unie, echter af van geven en nemen op soms totaal andere gebieden, waaronder bijvoorbeeld de muntunie. Als daar geen overeenstemming over is, dan kan dat volgende week de beslissende onderhandelingen over een nieuw 'Verdrag van Amsterdam' frustreren. Mocht dat Verdrag er vervolgens niet komen, en ook het pact in de lucht blijven hangen, dan hebben de verenigde regeringsleiders volgende week geen enkel succes te melden behalve de presentatie van munten zonder muntunie.

Dat risico wil niemand lopen. EU-commissaris Thibauld de Silguy hamerde er vanmorgen op dat er vóór Amsterdam een compromis moet zijn.

Zo zet Frankrijk zijn Europese partners onder zware druk. Of 19 juni voor de Fransen werkelijk heilig is, is een open vraag. Een diplomaat bromde gisteren dat het voor de nieuwe Franse regering blijkbaar onmogelijk is om zonder mandaat over het pact te spreken, maar intussen wel over de herziening van 'Maastricht'.

Er zijn deze week gelegenheden te over voor verdere gesprekken over het pact. Maar daarvoor zal eerst één ding duidelijk moeten worden: wat willen de Fransen werkelijk? Het begint er steeds meer op te lijken dat Frankrijk de gewraakte 'D-mark-zone' via de EMU wil ombuigen tot een 'franc-zone', waarin de Franse politieke kijk op de economie aan belang wint.

'Niet opnieuw onderhandelen'

“Heronderhandelen over het stabiliteitspact is niet aan de orde,” zei de Duitse minister Waigel gisteren meteen na het Franse voorbehoud. Ook minister Zalm, voorzitter van de bijeenkomst, onderstreepte dat. Niet alleen zorgt het openbreken van de tekst voor praktische problemen. Het pact is, nu Duitsland zelf dreigt niet te voldoen aan de toetredingscriteria voor de EMU, het enige dat Waigel nog over heeft om het sceptische Duitse electoraat ervan te overtuigen dat de euro even hard zal zijn als de mark. Daarover zijn geen concessies meer mogelijk.

Strauss-Kahn maakte gisteren duidelijk dat het stabiliteitspact zich te veel concentreert op de monetaire convergentie in de EU - het streven naar zo gelijkluidend mogelijke staatshuishoudingen. Ook Jaques Delors, oud-commissievoorzitter en adviseur van het nieuwe Franse kabinet-Jospin, zei gisteren in de Duitse pers dat de passages uit het oorspronkelijke Verdrag van Maastricht op sociaal-economisch gebied zijn weggedrukt door de criteria op financieel-economisch terrein. Tel daarbij op dat de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, het komende halfjaar EU-voorzitter, zondag zei de Europese ministers van Sociale Zaken meer te willen betrekken bij het economische beleid in de EU, en er tekent zich aan de horizon een krachtige sociaal-economische tegenhanger af van de toekomstige Europese Centrale Bank: een 'economische regering' zoals Delors en Juncker in de mond namen. Dat is iets anders dan de 'informele stabiliteitsraad' waarmee Duitsland en Nederland dachten aan de Franse wens te zijn tegemoetgekomen. In die 'stabiliteitsraad' zouden de ministers van Financiën alleen vrijblijvende adviezen aan de Europese Centrale Bank kunnen geven.

Een 'economische regering' is van een ander kaliber. Daarmee zou het sociaal-economische beleid in Europa evenzeer geconvergeerd worden als het financieel-economische beleid nu. Het openbreken van het stabiliteitspact is daarvoor geen optie. Waarnemers in Luxemburg gingen gisteren eerder uit van een protocol bij het pact waarin de kiem voor dit idee wordt gelegd, en dat op termijn kan uitgroeien tot een volwaardige tegenhanger van het pact zelf.

Hoe zal Duitsland daarop reageren? Van convergentie van het economische beleid is, zeker sinds het aantreden van de regering-Jospin, steeds minder sprake in de Europese Unie. Elke inbreuk op de soevereiniteit van de ECB is voor Duitsland onbespreekbaar. Zo kan Strauss-Kahns voorbehoud het begin zijn van een nieuwe splijtzwam in de EU.