Forse stijging van omzet en netto winst CLB in '96

AMSTERDAM, 10 JUNI. Het Centraal laboratorium van de bloedtransfusiedienst van het Nederlandse Rode Kruis (CLB) in Amsterdam heeft vorig jaar een netto resultaat behaald van ruim 10,5 miljoen gulden, 6,6 miljoen gulden meer dan in 1995. Ook de omzet van het CLB steeg fors van 147 naar 174 miljoen gulden.

Vooral de omzet van de bloedproducten nam toe. Volgens de directie van het CLB is het resultaat winst vooral bereikt door terughoudend beleid ten aanzien van kostenverhogingen omdat werd verwacht dat de omzet zou stabiliseren of zelfs terug zou lopen. Bij het bedrijf werken 758 mensen.

Dit blijkt uit het jaarverslag van het CLB dat vandaag werd gepresenteerd. Uit een analyse die vorig jaar is gemaakt blijkt dat de efficiëntie van het bereiden van bloedproducten door het CLB beter kan. Als de flexibiliteit van het bedrijf en de doorlooptijden in het productieproces worden vergeleken met concurrerende bedrijven blijkt het CLB tot 'het middenveld' te behoren. De komende twee jaar wil het CLB op die punten in 'de voorste linie' geraken door logistiek en productie door te lichten en aan te passen aan de nieuwste inzichten.

Het CLB kent drie divisies; Producten, Diagnosties en Onderzoek en Onderwijs. De bruto omzet van de divisie Producten is vorig jaar met 19 procent gestegen, vooral als gevolg van een hogere omzet van plasma factor VIII (dat aan hemofilie-patiënten wordt gegeven) en overschotsproducten. De divisie Diagnostiek groeide met 4,6 procent.

Het CLB, dat een unieke positie heeft in Nederland, wordt steeds vaker door buitenlandse instellingen en regeringen te hulp geroepen. Zo is het bedrijf - in juridische zin een stichting - sterk betrokken bij de opbouw van de gezondheidszorg in Oost-Europa, vooral op het gebied van bloedtransfusie en de beheersing van infectieziekten die via bloed worden overgedragen.

Zo is het CLB gevraagd te helpen bij het onder controle krijgen van de difterie-epidemie in de landen van de voormalige Sovjet-Unie. Na de val van het Sovjet-rijk brak deze epidemie uit in vooral de grote steden. De bacterie was meegebracht door militairen uit Afghanistan. De ziekte kon zich vooral uitbreiden door de lage immunisatiegraad van de bevolking. Zo was in Sint Petersburg slechts 35 procent van de kinderen ingeënt tegen difterie. In de jaren '94 en '95 waren er in het land nog 100.000 gevallen. In steden als Moskou, Kiev en Sint Petersburg is de epidemie nu over haar hoogtepunt heen, maar zij breidt zich nog wel uit in de richting van bijvoorbeeld Kazachstan.

Het CLB gaat de Russen nu voorzien van anti-difterietoxine in de vorm van een immunoglobuline, een tegengif tegen de dodelijke stof die de difteriebacterie uitscheidt. Dat tegengif kan het CLB uit het bloed van donoren winnen. Ook de Europese Unie heeft het CLB gevraagd dit product te leveren om een noodvoorraad ervan op te bouwen binnen de lidstaten. Op het gebied van HIV/aids staat het CLB de Russen terzijde met diagnostiek en therapieën.

In Bulgarije is het CLB betrokken bij het verbeteren van de bloedtransfusie-organisatie. De capaciteit daarvan is de afgelopen jaren gehalveerd, de kwaliteit verdient niet meer dan het predikaat 'marginaal'. Het project wordt gefinancierd door onder andere het Nederlandse ministerie van VWS en de Wereldbank.

CLB-directeur, professor dr. E.J. Ruitenberg wijst er op, dat deze internationale activiteiten niet enkel zijn gebaseerd op hulpvaardigheid, maar dat de volksgezondheid in Nederland er ook mee gebaat is. “Je blijft door een veelheid van internationale contacten goed op de hoogte van allerlei mogelijke mutaties van ziektekiemen, waarop je vervolgens het in Nederland gedoneerde bloed kunt testen. Daardoor blijven onze bloedproducten veilig. Toeristen en dus ook donors gaan steeds vaker en verder weg.”

Die uitwisseling van kennis vindt ook plaats met een aantal Aziatische landen. Ondanks de bekoeling van de betrekkingen met China als gevolg van het recente 'mensenrechtenincident' heeft het CLB sterke banden met Peking, Shanghai en Shandong. In Peking ondersteunt het CLB het National Institute for Vaccines, in Shanghai het Institute for Biological Products en sinds kort is er samenwerking met de provincie Shandong.