Filosofie

Prettig dat ons nationale genie, Harry Mulisch, zich op 27 mei gewijd heeft aan een bespreking van het eindexamen filosofie. Weliswaar komen we over dit examen vrijwel niets te weten maar dit gemis wordt ruimschoots vergoed door een uiteenzetting van een alternatief examen van Mulisch' eigen hand.

In feite is Mulisch natuurlijk in geen enkel opzicht gekwalificeerd om over filosofie of wetenschap te schrijven maar zelf zit hem dat niet dwars.

Zijn incompetentie blijkt uit de biografische gegevens die hij vermeldt en uit wat hij over filosofie te berde weet te brengen in zijn eigen examen. Mulisch heeft naar eigen zeggen behalve twee verkeersdiploma's nooit een examen gehaald. In plaats van uit dit betreurenswaardige feit de juiste conclusie te trekken en zich te beperken tot de productie van romans en het berijden van fietsen en auto's, waarvoor hij immers bevoegd is, gaat hij er ondanks zijn gebrek aan kennis regelmatig toe over om publiekelijk zijn meningen te etaleren over kwantummechanica, cosmologie, filosofie of welk ingewikkeld onderwerp dan ook op voorwaarde dat het moeilijk en abstract genoeg is om er indruk mee te maken. Wel realiseert hij zich dat hij het 'examen filosofie 1997' - waarover hij ook nog foutief vermeldt dat je Ch. Taylors 'Sources of the Self' gelezen moest hebben (moet zijn Taylors 'Malaise van de Moderniteit') niet gehaald zou hebben.

Tot slot wijdt Mulisch nog een beschouwing aan de eigentijdse filosofie en haar toekomst. Dit is een onderwerp voor minstens acht proefschriften maar Mulisch doet het onderwerp in acht zinnen af. Zijn boodschap komt erop neer dat filosofie thans tot 'slavin van de wetenschap' is geworden. Voor de filosofie als geheel is dit maar moeilijk voorstelbaar vooral als je probeert te begrijpen hoe zulke belangrijke onderdelen van de filosofie als ethiek, esthetica en sociale filosofie, waar waarden en normen centraal staan, ooit in slavernij van de wetenschap gebracht kunnen worden daar die nu juist zo veel mogelijk waardevrij wil zijn. Maar goed, Mulisch voorziet dat de filosofie zich weer met 'alles' gaat bezighouden en hij profeteert verder 'De dag nadert dat er meer Schelling gelezen zal worden dan Popper'. God verhoede dat het ooit zover zal komen!

Ik hoop eerder op de dag waarop we Mulisch publiekelijk horen verzuchten: 'ik weet dat ik niets weet' en daar de consequenties uit trekt.