Fantasievolle 'Henry IV' door 't Barre Land

Voorstelling: Henry IV, deel 1 & 2, van William Shakespeare, door 't Barre Land. Bewerking en regie: Waas Gramser en Kris van Trier; vormgeving: Michiel Jansen; kostuums: Inge Büsscher. Spel: Martijn Nieuwerf, Vincent van den Berg, Margijn Bosch, Jacob Derwig e.a. Gezien: 6/6 Frascati, Amsterdam. T/m 12/6 aldaar; van 17 t/m 21/6 in Huis a/d Werf, Utrecht. Tournee van 12/9 t/m 18/10, inl (030) 231 61 42.

Een goed decor hoeft niet per se duur te zijn. 't Barre Land, een jong gezelschap dat het zonder vaste subsidie moet stellen, laat zien dat je al een heel eind komt met wat stapels kratten. Shakespeare's tweedelige koningsdrama Henry IV speelt zich af in paleis en pub, on the road en in diverse legerkampen - kortom, op erg veel verschillende locaties. En 't Barre Land verandert de bühne door de kratten domweg een eindje te verplaatsen, zodat ze bomen worden of zuilen, of door ze met donderd geraas omver te kegelen, als voorbode van de oorlog.

Op die manier is het ingewikkelde verhaal goed te volgen. Dat komt hier op neer. Hendrik de Vierde, de nieuwe koning van Engeland dankzij z'n moord op Richard de Tweede, probeert krampachtig de vrede in zijn rijk te handhaven. Maar hij voelt het zwaard der wrake boven zijn hoofd zweven; in het hele rijk worden opstanden ontketend en zijn vroegere vrienden keren zich tegen hem. Ook kroonprins Hendrik, zijn bloedeigen zoon, kan hij niet vertrouwen. Die onttrekt zich aan het even strenge als corrupte hofleven en hangt liever de beest uit met zijn schurkachtige vriend Falstaff. In de onafwendbare veldslag tussen de koning en de rebelse edellieden ontmoet prins Hendrik zijn rivaal die ook al Hendrik heet: Hendrik Hotspur, een onvermoeibare krijger, voortgedreven door primitieve instincten.

De vitale maar mateloze anarchie (Falstaff en Hotspur) versus de starheid van de gevestigde orde; het vader-zoonconflict en het verraad van een vriendschap (zodra hijzelf de troon bestijgt laat Hendrik de Jongere zijn maatje Falstaff keihard vallen): over al die zaken zet de voorstelling je aan het denken, terwijl je je kostelijk amuseert. Dat is natuurlijk in de eerste plaats te danken aan de schrijver, die zijn genie vooral in de komische scènes stopte. En die een spel speelde met schijn en werkelijkheid. Vervreemdingseffecten paste Shakespeare al in 1600 toe, ruim drie eeuwen voor Bertolt Brecht. Shakespeare doorbrak de illusie met stukjes spel-in-het-spel - in Henry IV is dat de scène waarin Hendrik Junior en Falstaff alvast de confrontatie van de prins met zijn vader oefenen. De koning die zijn zoon terechtwijst om diens schandelijke levenswijze, een koning gespeeld door de liederlijkste man ter wereld: onweerstaanbaar geestig is dat, te meer daar even later de echte koning op het toneel verschijnt.

Nog niet zo heel bedreven in het weergeven van nuances zijn de acht spelers van 't Barre Land, maar hun ongebreidelde fantasie, in banen geleid door de gastregisseurs Waas Gramser en Kris van Trier van het Vlaamse gezelschap Maten, compenseert die makke ruimschoots.

Plechtstatige redevoeringen gaan soepeltjes over in conférences; vulgaire scheldpartijen monden uit in spetterende welbespraaktheidswedstrijdjes; ernstige bespiegelingen duren nooit te lang omdat er altijd actie op volgt. Met groot gemak stapt men van de ene rol in de andere en het opschorten van een rok is voldoende voor bijvoorbeeld de metamorfose van een Lady tot morsige herbergierster. Hotspur wordt gespeeld door een vrouw - Margijn Bosch, die van woede uit haar mollige lijf lijkt te barsten - en de corpulente Falstaff krijgt juist de broodmagere gestalte van de acteur Jacob Derwig.

Het sterfbed van Hendrik de Vierde is een tapijt van witte veren dat als koningsmantel dient zodra de zoon het om zijn schouders slaat. Zo'n haast heeft prins Hendrik met het overnemen van de macht dat hij niet eens wacht tot zijn vader dood is. En daarmee evalueert hij van onbedorven, opstandige jongen tot een doortrapte heerser; zo gaat dat dus, volwassen worden. Maar Falstaff raadt ons aan te blijven lachen. “Wat u net hoorde was maar schijn”, zegt hij tot slot goedmoedig, en, zinspelend op de zwoele zomeravond buiten, op het bier en de terrasjes: “Voor wie vrolijk wil zijn komt nu het beste deel van de avond.”