Colin Gray houdt zijn ouders en hun spullen tegen het licht

Tentoonstelling: Colin Gray. T/m 29/6 in de Kunsthal, Rotterdam. Geopend: di. t/m za. 10-17 uur, zo. 11-17 uur. Catalogus: ƒ 37,50.

Peter Martens heeft zijn ouders gefotografeerd toen de dood ze kwam halen. Zijn bejaarde moeder lag na een hersenbloeding met een ontbloot bovenlijf in een ziekenhuiskamer. Zijn vader viel van de trap en overleed ter plekke, steunend tegen de voordeur. Beide portretten hingen vorige maand op het Fotofestival Naarden.

Hoe consequent de zelfkant-fotograaf Martens (1937-1992) in zijn vak ook geweest moge zijn door zelfs die zeer nabije ellende vakkundig vast te leggen, je vraagt je toch af welke andere emoties daarbij het veld moesten ruimen. Zou je in die omstandigheden hetzelfde doen? Zou je de beelden van je afgetakelde vader en moeder exposeren? Waarom moeten onbekenden ze eigenlijk zien?

De ouders van Colin Gray (1956) leven nog en ook zij treden op in zijn fotografisch werk, nu tentoongesteld in de Kunsthal in Rotterdam. In de serie 'The Parents', 'supercolour'-opnamen over een periode van zo'n vijftien jaar, figureren ze als derderangs-acteurs in hun eigen huis en in hun dagelijkse doen.

Soms poseren ze in een symbolisch getinte setting. Vader, staand voor de dreigende voorplecht van een schip-in-dok, krijgt de 'The helping hand' van moeder aangereikt. Of het echtpaar heeft zich verkleed als zwemmers, die in een huiskamer-bassin van plastic folie-'water', net doen of ze in vakantiestemming aan het dollen zijn; blijkbaar een kleinschalig leven in een ondiep bewustzijn.

Dankzij de belichting en scherpte op 40 bij 40 cm-formaat zal de toeschouwer niets ontgaan van de aftakeling die zich in die foto-jaren heeft voltrokken. Het lijf verslapt, krimpt, degenereert tot een ballast die met medicijnen draaglijk wordt gehouden. Bepaalde eigenaardigheden worden blijkbaar sterker. De moeder koopt bij een prijsstunt geen twee, maar vier identieke flessen shampoo. Vader dommelt sneller dan vroeger weg voor de televisie.

In 1983 staat mevrouw Gray, in de schemering bijgeflitst, nog aan de waterkant naast een wegglijdende zwaan. Ze heeft een dikke bos haar en een ferme blik op de horizon. Tien jaar later is van haar volle mond een rafelend gleufje over. Het matte hoofd wordt omrand door een stralenkrans van lampjes, alsof zij al tot het rijk der heiligen is toegetreden.

Hoe diep die relatie tussen Gray en zijn ouders gaat, blijft onzichtbaar, tenzij men in het vroege plezier en de latere welwillendheid van het echtpaar om aan alle mogelijke ensceneringen mee te werken, de liefde wil herkennen die zij hun fotograferende zoon toedichten. Intussen laat de zoon in het midden of hij de spot drijft met het lelijke interieur, de sentimenten, gewoontes en pleziertjes van zijn ouders, prototypen blijkbaar uit een glans- en kansarme levensfase.

De registratie van het verval zet zich verder door in twee andere fotoseries van Gray: close-ups van formaat die chirurgisch de onregelmatigheden in beeld brengen die de huid van zijn ouders te zien geven: van schilfers en spataders tot verdachte korstjes en grillige haargroei. En dan ligt in het verlengde van deze opnamen natuurlijk het inwendige onderzoek van hun lichaam dat, door gecomputeriseerde scans transparant gemaakt, op 'dia-positieve lichtbakken' volle darmen, botverbanden en verdachte zwarte plekken blootgeeft. Ook sommige eigendommen, zoals moeders tas met medicijnen en de schemerlamp van thuis moesten aan die scanapparatuur geloven.

Gray hield dus zijn ouders en hun dingen tegen het licht. Hij vergrootte hun fysieke aftakeling uit, hun beperkingen en hun gezamenlijke poging iets van de resterende tijd te maken - of, zo men wil, die tijd door te komen. Maar net als bij de ouders van Peter Martens, bekruipt je die wrange irritatie daar helemaal geen getuige van te willen zijn. Laat mevrouw en mijnheer Gray maar de billetjes van hun kleinkind zoenen, laat ze maar half in pyjama een beetje op de bedrand zitten babbelen voordat ze hun lastige lijf te slapen leggen. Spaar me die privé-foto's en die pseudo-objectieve, lispelende ondertoon van 'kijk eens hoe sentimenteel en kleingeestig het er bij bejaarden aan toe kan gaan.'