Chinezen willen taboes doorbreken

Tentoonstelling: Another Long March, Chinese conceptual art 1997. T/m 3 augustus in Chassé Kazerne, Keizerstraat Breda. Di t/m za 10-17u, zo 11-17u. Catalogus verkrijgbaar rond 20/6: ƒ 49,50.

Het plasje op het Plein van de Hemelse Vrede is niet gevormd door de regen maar door de kunstenaar zelf op 7-jarige leeftijd. Een pril protest van een geboren dissident of waren de toiletten te ver voor de hoge nood? Feng Mengbo (Peking, 1966) geeft geen antwoord. Hij laat de foto's uit zijn familiealbum en allerhande plaatjes die hij onder de titel 'My Private Album' heeft uitgebracht op cd-rom, voor zich spreken. Maar toch op zo'n manier dat we achter elk beeld een verborgen boodschap zoeken.

Klikkend met een muis door zijn familiealbum vallen we van de ene verbazing in de andere. Naast dagtochtjes en familieportretten - soms geanimeerd tot korte filmpjes - zien we zoetgekleurde schoolboekplaatjes, zelfportretten door de jaren heen en academische tekenstudies als een David naar Michelangelo. Behalve op een monitor zijn de beelden ook gelijktijdig in een oogopslag te zien tussen de rode gordijnen van het toneel in de voormalige officiersmess in de Chassé Kazerne in Breda.

De persoonlijke geschiedenis in beeld vormt een onderdeel van 'Another Long March', een opmerkelijke overzichtstentoonstelling van conceptuele- en installatiekunst van achttien meest jonge Chinese kunstenaars; kunstenaars die volgens de samenstellers Marianne Brouwer (conservator Kröller-Müller Museum) en Chris Driessen (curator Stichting Fundament) gezien kunnen worden als de erfgenamen van de Beweging '85 die in 1989 een bloedig einde vond.

“De essentie van mijn werk”, zo stelt Feng Mengbo, “is het spel; en dat is over het algemeen ook de essentie van kunst. Ik zou liever als een spel-kunstenaar gezien willen worden dan als een Politieke Pop-kunstenaar. Omdat ik een spel-kunstenaar ben, kan ik het leven makkelijker onder ogen zien en kan ik een vrij standpunt over de geschiedenis en cultuur innemen. Ik heb geen gevoel van verantwoordelijkheid ten opzichte van de geschiedenis. Dit betekent niet dat ik me niets van de geschiedenis aantrek, maar ik hoef er geen verantwoordelijkheid voor te nemen.”

Lang niet alle deelnemende kunstenaars - allen werkend en wonend in Peking, Shanghai of Guangzhou - gaan zo subtiel met hun onderwerp om als Feng Mengbo. Met westerse ogen blijkt hun veelal ter plekke gemaakte werk - velen verwerkten de vroegere bestemmingen van de gebouwen, kazerne en asielzoekerscentrum - een nauwelijks verholen commentaar op een aantal taboes als erotiek en politiek. Zo is het foto-project van Zhu Jia voor Chinese begrippen bijzonder taboedoorbrekend. We zien foto's van telkens een willekeurige man en een vrouw. Op de voorgrond wordt een bord voor de camera opgehouden met de tekst 'Hadden ze seks met elkaar?'. De kunstenaar wil liever niet dat zijn foto's in de krant komen. Het zijn gevoeligheden als deze waar Brouwer en Driessen bij de inrichting mee moesten leven. Een serie zeefdrukken waarop wordt uitgelegd hoe je dient te klappen tijdens partijbijeenkomsten is, hoewel aangekondigd, toch niet op de tentoonstelling te zien. Vreemd genoeg kunnen we wel een serie compositieportretten bekijken die door buren van de kunstenaar zijn gemaakt van onbekende bezoekers, die tevergeefs bij hem aanklopten.

Een tocht door de kamers van de kazerne geeft een ongemakkelijk gevoel; je voelt dat er voor de kunstenaars, door hun gewaagde kunst, veel op het spel staat, vooral als men spreekt over 'schijnbewegingen in het Westen.... toeslaan in het Oosten', en dat, volgens Driessen, een Chinese criticus wonend in Parijs deze tentoonstelling heeft bestempeld als 'een mijlpaal in de Chinese geschiedenis'.

Op een video staat een vrouwelijk ogende kunstenaar zich verleidelijk te wassen onder een douche terwijl levende vissen aan draadjes om hem heen naar lucht happen. Van dezelfde kunstenaar (Ma Liuming) ligt een opengeslagen Engelse encyclopedie vol afdrukken van zijn penis. In de toiletten kunnen we op een monitor in een spiegel gluren naar - westerse - meisjes die hun behoefte doen. Het blijkt om video-opnamen van Chen Shaoxiong te gaan; na het doortrekken verlaat niemand het afgesloten toilet.

Over het exercitieterrein buiten klinken regelmatig Chinese militaire trompetgeluiden uit een kazernetoren van Zhou Tiehai, een kunstenaar uit Shanghai. Maar ook werken van zuiver beeldende poëtische schoonheid zijn te zien in Breda. Tienduizend naalden stak Lin Tianmiao in een dertig meter lange broek van papier. En eveneens Chinees aandoend is de op zijn kop gehangen boom omwikkeld met katoendraad, met veertjes op de grond en vogelgeluiden op de achtergrond. Werken als deze bewijzen dat de Chinezen niet verstrikt raken in hun bedoelingen en ook van vormgeven weten. Prachtig uitgevoerd met gevoel voor detail zonder glad effectbejag zijn de videopresentaties van Zhou Tiehai, die een originele manier van presentatie heeft bedacht. Hij heeft monitoren waarop portretten te zien zijn, geplaatst achter omlijste spiegels die zicht bieden op wanden met Chinees behang. Dat behang blijkt overigens gewoon in een verfzaak in Breda te zijn gekocht.

'Another Long March' is van een niveau zoals je zelden ziet. Als dit de Chinese avant-garde is, kunnen we nog heel wat verwachten. Hopelijk is de kracht van 'Another Long March' niet alleen veroorzaakt door, maar ook ondanks het politieke klimaat in China.