Akkoord over euromunt

LUXEMBURG, 10 JUNI. De Europese ministers van Financiën bereikten gisteren in Luxemburg overeenstemming over het uiterlijk en de samenstelling van de euromunten, die in 2002 worden ingevoerd. De Zweden hebben het pleit gewonnen. Zij verzetten zich met hand en tand tegen het gebruik van nikkel, dat ook in Nederlandse rijksdaalders, guldens, kwartjes en dubbeltjes wordt toegepast.

Dit metaal zou volgens de Zweden leiden tot allergische reacties. Zij bepleitten het zogenoemde 'Noordse goud', een legering die voor het grootste deel bestaat uit koper, maar waaraan geen goud te pas komt.

Zondagavond besloten de ministers dat alleen muntstukken van een en twee euro nikkel zullen bevatten. Het gaat hier om 8 procent van de totale hoeveelheid in circulatie gebrachte munten. De munten van 10, 20 en 50 euro-cent zullen worden gemaakt van het 'Noordse goud'. Voor de kleinste waardes, 1, 2 en 5 cent, gaan de muntmeesters gebruik maken van een andere nikkel-vrije legering.

De Zweedse afgevaardigde was zo verrukt over het succes van deze Zweedse euro-lobby, dat hij voorspelde dat de keuze voor het 'Noordse goud' zal leiden tot “een grotere Zweedse inspanning de publieke opinie gunstig te stemmen ten opzichte van de Economische en Monetaire Unie”. Een vreemde uitspraak, omdat de Zweedse regering enkele dagen uitsloot dat het land in 1999 tot de EMU zal toetreden.Ook minister Zalm boekte een succesje. Hij verkreeg een toezegging dat het muntstuk van 2 euro een randschrift, als 'God zij met ons', zal krijgen. De munt zal ongeveer fl.4,50 waard zijn. Zalms gesprekspartners weigerden aanvankelijk een randschrift, omdat het problemen zou opleveren voor blinden en slechtzienden. In plaats daarvan wilden de ministers van financiën ribbels van verschillende diktes laten aanbrengen op de zijkanten. Maar op de munt van twee euro, die een gladde kant heeft, mogen de lidstaten wel een randschrift aanbrengen. Ook de Duitse bondskanselier Kohl kan opgelucht adem halen. De Duitsers wilden per sé geen veelkantig muntstuk, en dat zal er ook niet komen. Alleen de munt van 20 cent zal niet volkomen rond zijn. Het zal enkele inkepingen krijgen, om de blinden te helpen onderscheid aan te brengen in de nieuwe valuta.

AMSTERDAM - De kosten van de invoering van de euro zullen volgens directeur van de Nederlandsche Bank A. Wellink ongeveer na twee jaar zijn terugverdiend. De voorbereidingen voor de Europese eenheidsmunt in het jaar 2002 gaan het Nederlandse bedrijfsleven en de banken bij benadering 6 miljard kosten. Daar staat een jaarlijkse directe besparing van 2,3 miljard tegenover. Dat zei Wellink gisteren tijdens een toespraak voor Amsterdamse studenten.

Volgens Wellink, die binnenkort bankpresident W. Duisenberg zal opvolgen, verwacht het Nederlandse bedrijfsleven ongeveer 5 miljard gulden kwijt te zijn aan de voorbereidingen. De banken rekenen op een kostenpost van 1 miljard. Wellink baseerde zich op een NIPO-enquete onder 600 particulieren en 800 bedrijven, die onlangs in opdracht van de Nederlandsche Bank is uitgevoerd.

De grootste kosten zullen gemaakt worden in het aanpassen van software, boekhouding en financiële administratie, en het vervangen van computerapparatuur. Wellink wees er op dat deze aanpassingen ook positieve bijwerkingen hebben. “Automatiseringsbedrijven en software-ontwikkelaars zullen natuurlijk van een dergelijke ingrijpende operatie profiteren. Ook voor financiële en juridische adviseurs biedt dit proces kansen.”

De aanvankelijke kosten zullen snel goedgemaakt worden door de besparingen, voorspelde Wellink. Bedrijven en banken zullen minder kosten maken, bijvoorbeeld omdat valutarisicos niet meer hoeven worden afgedekt. Het wegvallen van omzettingen in een andere valuta zullen leiden tot lagere transactiekosten en vereenvoudigde boekhoudingssystemen en kasbeheer.

Daarnaast rekent Wellink op indirecte baten, bijvoorbeeld als gevolg van lagere rentelasten en een lagere inflatie, een grotere afzetmarkt en meer prijstransparantie. Als alleen de directe kostenbesparingen in ogenschouw worden genomen, zullen de kosten van de invoering van de euro na twee jaar zijn terugverdiend. Als de indirecte opbrengsten worden meegenomen “kan men de kosten al eerder goedmaken”.

Wellink tekende aan dat de kosten van de euro niet door alle bedrijven even snel zullen worden terugverdiend. Vaste wisselkoersen, lage transactiekosten en een groter thuismarkt zijn vooral voordelig voor de industrie en handelsmaatschappijen, die sterk op export en import zijn gericht. De detailhandel en de zakelijke dienstverlening zal veel minder van de voordelen kunnen profiteren.