Voetballen voor een beetje hoop in Suriname

De beste Surinaamse Nederlanders voetbalden gisteren in Utrecht een benefietduel tegen een blank All Stars-elftal. Voetballen in een elftal met alleen maar Surinamers gaf Clarence Seedorf een speciaal gevoel.

UTRECHT, 9 JUNI. Ze hadden elkaar gistermiddag op de verzamelplaats als broers begroet en voor de elftalfoto sloegen ze de armen om elkaars schouders. Ondanks dat ze waar dan ook in Europa een zwaar seizoen achter de rug hadden, waren de Nederlandse voetballers van Surinaamse afkomst, de Suriprofs, naar Utrecht gekomen om een benefietwedstrijd te spelen voor het armlastige voetbal in hun vaderland. Maar ze waren er vooral om eens met elkaar te kunnen spelen.

Ze spraken over hun roots. “Ik ben Nederlander, maar ik ben ook Surinamer. En ik verloochen mijn afkomst niet”, zei Clarence Seedorf. De 21-jarige speler had net de vermoeiende trip met Oranje naar Zuid-Afrika achter de rug en moet met Real Madrid de Spaanse competitie nog afmaken. Toch speelde Seedorf, als centrale middenvelder, gisteravond de hele wedstrijd tegen de All Stars, een ploeg met goede eredivisiespelers. “Ik wilde er per se bij zijn. Op deze manier wilde ik het Surinaamse voetbal een beetje hoop geven.”

Het gaf Seedorf “een heel speciaal gevoel” in een elftal te spelen met alleen maar Surinamers. Hij wilde ook absoluut niet verliezen. Dat gebeurde uiteindelijk wel, met 3-2. Seedorf had na afloop de pest in en schold op de scheidsrechter die de wedstrijd niet zou hebben aangevoeld. Ook Frank Rijkaard, de aanvoerder, maakte de negentig minuten vol. Ondanks dat hij al twee jaar geen serieuze wedstrijd had gespeeld. Doorweekt van het zweet stapte de veteraan van het veld. “Als het niet meer zou gaan, zou ik stoppen. Maar ik vond het leuk en dus ging het wel”, zei Rijkaard, die als eerste positief had gereageerd op de uitnodiging voor het bijzondere duel.

Alle spelers werden na de wedstrijd voor de camera's gesleept van de dolenthousiaste verslaggevers uit Suriname. Hier is meneer Vanenburg. En daar komt meneer Helder. “Bedankt dat je dit belangeloos heb willen doen, jongen.” Toch is niet iedereen in Suriname trots op de spelers die in Nederland furore maken. “Ik weet”, sprak Seedorf tot het thuisfront, “dat er vooral kritiek is op voetballers uit gemixte huwelijken, zoals Frank Rijkaard. Maar dat is niet terecht. Ook die spelers houden met heel hun hart van Suriname.” In totaal stonden er gisteravond acht Nederlandse internationals en ex-internationals in het veld bij de Suriprofs. Het was op papier de sterkste ploeg met voetballers van Surinaamse afkomst die ooit speelde. En het had nóg sterker gekund, maar Bogarde, Davids, Kluivert, Taument, Reiziger én Gullit waren óf geblesseerd, óf hadden verplichtingen met hun clubs. “Want anders hadden ze zeker ook meegedaan. Iedereen wilde meedoen”, zei trainer Henk ten Cate. Davids en Gullit zaten wel op de tribune in Utrecht en bezochten in de rust de kleedkamer. “Als we echt compleet waren geweest, dan loopt zo'n wedstrijd heel anders”, wist Rijkaard.

De gisteren gehuldigde Humprey Mijnals (drie interlands) was in 1960 de eerste Surinamer die Oranje haalde. Pas 21 jaar later volgden Gullit en Rijkaard hem op. Daarna ging het snel. In december 1995, tijdens het EK-beslissingsduel tegen Ierland in Liverpool, was zelfs meer dan de helft van Oranje, zes man, Surinaams. Er zijn mensen die beweren dat het Nederlands elftal ooit geheel uit Surinamers zal bestaan. “Alles is mogelijk”, stelt Seedorf. “De besten moeten spelen.”

Ingenieur Erik L. Tjon Kie Sim, de voorzitter van de Surinaamse Voetbal Bond, rekent niet op een volledig Surinaams Oranje. “Niet dat er geen elf goede donkere jongens te vinden zijn, maar zoiets vergt een psychologische aanpassing. En ik kan me geen Nederlands elftal zonder blank deel voorstellen. Ik zou al blij zijn met een ploeg met zeven, acht Surinamers.” Tjon Kie Sim wilde niets weten van een controverse tussen de Surinaamse en de Nederlandse spelers bij Oranje, zoals die tijdens het EK zou zijn ontstaan. “Ik zie het anders.” Hij zei er onlangs nog met Guus - hij bedoelde bondscoach Hiddink - over te hebben gesproken.

Om niet onnodig olie op het vuur te gooien, lijkt het geen goed plan om in de toekomst een wedstrijd tussen de beste Surinamers en de beste blanke Nederlanders te organiseren. Het zou wel een heel interessante ontmoeting zijn. “Maar het is verkeerd als prestige het belangrijkste aspect van zo'n wedstrijd zou worden”, zegt trainer Ten Cate, zelf zoon van een Nederlandse vader en een Surinaamse moeder.

Natuurlijk vindt bondsvoorzitter Tjon Kie Sim het jammer dat de topspelers van Surinaamse afkomst niet voor Suriname, maar voor Nederland uitkomen. “Maar ze zorgen wel voor uitstraling voor onze jonge natie. Dat is ook belangrijk.” En volgens de optimistische bestuurder zal Suriname ook op eigen kracht, met spelers uit de eigen competitie, de eindronde van een wereldkampioenschap bereiken. “Dat verwacht ik binnen twaalf jaar.”

Dan zal er wel snel veel moeten veranderen. Het voetbal in Suriname heeft namelijk gebrek aan goed materiaal, goed kader en goede velden. Al twee jaar ligt de oude hoofdtribune van Heerenveen opgeslagen in Parimaribo, maar geld om haar op te bouwen als deel van het André Kamperveen-stadion was er niet. Nu door de opbrengst van de benefietwedstrijd in Utrecht - er waren zo'n 8.500 toeschouwers - waarschijnlijk wel. “We moeten gericht steunen. Zo maar geld geven heeft geen zin”, zegt keeper Stanley Menzo, gisteren uitgeroepen tot beste keeper van België. De doelman is een van de weinige Suriprofs die in Suriname zijn geboren. Mede daarom is Menzo zeer begaan met het lot van het voetbal daar en het leven in het algemeen.

Menzo behoort ook tot de Surinaamse selectie die vanochtend van Schiphol naar het vaderland vertrok. Er worden daar de komende tien dagen wedstrijden gespeeld en demonstraties gegeven. Zakken met materiaal gingen er mee. Ook de drijfnatte witte shirts die de Suriprofs gisteren droegen werden ingeladen.