Voetbal en Holbrooke moeten Cyprus herenigen

Het probleem-Cyprus lijkt zo langzamerhand onoplosbaar. Maar president Clinton heeft er nu zijn “taaiste onderhandelaar”, Richard Holbrooke, op gezet. Het is wel zeker dat Holbrooke deze keer veel geduld zal moeten opbrengen.

ATHENE, 9 JUNI. In de benoeming van de Amerikaanse oud-onderminister Richard Holbrooke tot speciale afgevaardigde van president Bill Clinton inzake de kwestie-Cyprus zit een stuk magie. Het Grieks-Turkse conflict, dat zich 38 jaar voortsleept, lijkt onoplosbaar. Maar de 55-jarige diplomaat heeft de afgelopen jaren niet alleen een soort vrede gebracht in Bosnië, hij heeft ook Athene en Skopje bewogen tot het sluiten van een interimakkoord. En in de kritieke nacht van 31 januari 1996, toen Griekenland en Turkije dicht bij een oorlog kwamen om het rotseiland Imia/Karnak, heeft hij gezorgd dat wederzijdse 'manschappen, vaartuigen en vlaggen' uit deze contreien verdwenen. “Terwijl Europa sliep”, zei hij er later bij.

Hoewel de kersverse Griekse premier Simitis de Verenigde Staten toen in het parlement bedankte, was Holbrooke aanvankelijk niet welkom in Athene, maar deze houding is allang overgedreven. Grieken, Turken, Grieks- en Turks-Cyprioten hebben zijn benoeming zoal niet toegejuicht, dan toch verwelkomd met iets van ontzag, en zij zijn voorbereid op een periode dat de 'tovenaar' alle drie de hoofdsteden wellicht ontelbare keren zou gaan bezoeken. Van optimistische Griekse zijde kan men horen dat “als iemand de Turks-Cyprische leider Denktas kan aanpakken, hij het wel is”. Denktas van zijn kant heeft verklaard te hopen dat Holbrooke spoedig de “Cyprische realiteit zal leren kennen”.

Eén ding is zeker: de vastbesloten bemiddelaar die houdt van directe confrontatie, zal deze keer geduld moeten opbrengen. Het feit dat hij zelf slechts een week per maand voor deze taak beschikbaar heeft, zal wellicht psychologisch in zijn voordeel werken. Algemeen ziet men aankomen dat zijn missie pas volgend jaar serieus op gang komt.

Holbrooke zal op de achtergrond toekijken als in juli de Grieks- en Turks-Cyprische leiders Kliridis en Denktas elkaar voor de zoveelste keer in 34 jaar als onderhandelaars ontmoeten, ditmaal weer eens in New York onder auspiciën van VN-secretaris-generaal Kofi Annan. Drie ronden zijn daarvoor uitgetrokken, maar er wordt weinig resultaat verwacht. Wat echter de Grieks-Cyprioten nu reeds het meest bezighoudt, zijn de presidentsverkiezingen van februari volgend jaar, waarvoor de 79-jarige Kliridis zich hoogst waarschijnlijk weer kandidaat zal stellen. Hij zal het zich niet kunnen veroorloven vlak tevoren zijn goedkeuring te geven aan concessies waarmee een oplossing van de kwestie-Cyprus noodzakelijkerwijze gepaard moet gaan.

Afgezien daarvan is de zomer op Cyprus toch altijd al de slechtste periode voor onderhandelingen. Er wordt dan van weerszijden allerlei herdacht: de Turkse inval van 20 juli 1974, die een reactie was op de Griekse staatsgreep tegen Makarios vijf dagen tevoren en die de Grieken met rouw vervult maar in de Turkse sector voor feestvreugde zorgt. Vervolgens de Turkse bezetting van ruim eenderde van het eiland op 14 augustus van datzelfde jaar, waarvan de herdenking vorig jaar leidde tot ernstige incidenten waarbij aan Griekse kant twee doden vielen. In het niemandsland tussen de twee zones werd een Grieks-Cyprioot, die door het prikkeldraad was gedrongen, doodgetrapt en -geslagen door extreem-rechtse Turkse 'Grijze Wolven' en kort daarna werd een ander Grieks-Cyprioot, die in een Turkse vlaggemast was geklommen, doodgeschoten.

De Grieks-Cyprische Motorrijders Federatie had deze manifestaties georganiseerd en hoewel zij heeft aangekondigd dit jaar van zo'n inval in het niemandsland af te zullen zien, zal zij de data zeker niet ongemerkt laten passeren. Reeds heeft zij zich vorige maand geweerd bij het Grieks-Turkse concert van rockmuziek, dat onder auspiciën van de VN-vredesmacht op een vergeten sportveld langs de Groene Lijn werd gehouden. Deze manifestatie leidde onder de Grieks-Cyprioten tot verhitte debatten en, op de avond zelf, tot gevechten waarbij de Motorrijders zich weer niet onbetuigd lieten. Hun gedrag was deze keer zo ruig, dat Griekse voorstanders van het concert hen gingen vergelijken met de Grijze Wolven aan de overkant. Hun leider, Jorgos Chatzikóstas, die de gevorderde leeftijd van 45 heeft bereikt, werd betrapt op contacten met de ronduit racistische organisatie 'Stochos' (Doel). Van hem is ook een uitspraak dat “je beter voor de nationale zaak kunt sterven dan in het verkeer”.

De eigenlijke Grijze Wolven aan de andere kant tonen zich ook weer actief en wisten de Turkse zanger Burak Kut met een steen te verwonden. Van Turkse kant kwam er veel meer publiek opdagen dan van Griekse, omdat het concert ook in een veel grotere Turkse behoefte voorzag dan in een Griekse. De jeugd in de Turkse 'Republiek' Noord-Cyprus - die alleen door Ankara wordt erkend - voelt zich hopeloos geïsoleerd en het concert bood daaruit een uitweg. Dit Turkse aspect wordt echter van Griekse zijde nauwelijks aangevoeld. Misschien door president Kliridis, die het concert - anders dan Denktas - uitdrukkelijk toejuichte, maar niet door eeuwig nee-zeggende partijleiders als Lyssaridis en Kyprianou, door de fanatieke kerkleiders, en door populaire Griekse zangers als Savópoulos en Daláras, die de Grieks-Cyprioten aanrieden niet te gaan.

In september wordt - als hij wat is hersteld van oververmoeidheid - de veel bekendere Griek Theodorakis op het eiland verwacht voor een concert met zijn Turkse collega en vriend Zülfü Livaneli. Hiervoor hebben de Verenigde Naties het in onbruik geraakte internationale vliegveld bij Nicosia aangewezen, en het is denkbaar dat er wat meer ideologischer werking van uitgaat. Maar in eerste instantie heeft de muziek dus gefaald beide zijden tot elkaar te brengen.

Er wordt nu weer een nieuw hulpmiddel ter hand genomen: voetbal. Niet de VN maar de FIFA is hierbij de organisator. Bijna een halve eeuw zijn er op dit gebied geen contacten geweest tussen Grieken en Turken op het eiland. Beide groepen hebben hun eigen competitie, de Grieken voor deelname in Europees verband, de Turken - niet door de FIFA erkend - alleen voor eigen vertier, met hooguit eens een uitstapje naar het Turkse vasteland. De frustratie over deze 'inteelt' is in de noordelijke sector groot.

De FIFA wil nu een heel bescheiden begin maken met unificatie. Op 12 en 19 juni spelen Limassol en het Turks-Cyprische Cetinkaya tegen elkaar, met jeugdelftallen, eerst in het Makarios-stadion, daarna - als er dan nog geen ernstige dingen zijn gebeurd - in het Atatürk-stadion. Het publiek van beide zijden zal niet meer dan 300 bedragen, maar uitgezonden worden de wedstrijden natuurlijk wel. Grieken zullen als scheidsrechters optreden, Turken als grensrechters, op zichzelf al een schilderachtig experiment.

Wederom zijn de discussies fel opgelaaid. Denktas is deze keer voorstander, en dat maakt dat weer heel veel Grieken tegen zijn. Zij zijn bang dat het spelen tegen een Turks-Cyprische vereniging een erkenning inhoudt van de noordelijke 'republiek'. Bij het voormalige Ledra-hotel aan de Groene Lijn van Nicosia, waar de Grieken op 19 juni zullen moeten passeren op weg naar de Turkse sector, zullen velen dit trachten te verhinderen. Hieronder zullen ongetwijfeld ook weer honderden Motorrijders zijn.