Turken bewaken centrum om brand te voorkomen

De wijk Angelslo in Emmen werd de afgelopen weken opgeschrikt door een reeks brandstichtingen. Vooral gebouwen van allochtone minderheden waren het doelwit. De Turkse vereniging besloot haar gebouw zelf te gaan bewaken.

EMMEN, 9 JUNI. Zes mannen drinken koffie aan de bar van het Turkse ontmoetingscentrum in de Emmense wijk Angelslo. Buiten regent het hard, door de geopende deur van het noodgebouwtje dringt het geluid binnen van donderslagen. Het is zaterdagnacht 01.30 uur. De zes Turkse mannen houden de wacht in het ontmoetingscentrum om te voorkomen dat het in brand gestoken wordt.

Angelslo is de afgelopen weken opgeschrikt door een reeks nachtelijke brandstichtingen, die vooral gebouwen van allochtone minderheden als doelwit hadden. “Wij hebben besloten het ontmoetingscentrum zelf te verdedigen”, zegt secretaris E. Aksit van de Turkse Werknemersvereniging. Hij is een van de mannen aan de bar. De vereniging beheert het centrum. Aksit: “Het is geen oorlog, we zullen geen geweld gebruiken, maar we willen die brandstichters wel tegenhouden.”

Aksit denkt dat de branden het gevolg zijn van de toegenomen concentratie van etnische minderheden in Angelslo. Maar het gemeentebestuur heeft volgens hem ook schuld. De gemeente kondigde onlangs aan dat zij van een voormalig schoolgebouw in de wijk een sociaal-cultureel centrum wilde maken voor Marokkanen, Turken en Surinamers. Iedere bevolkingsgroep zou zijn eigen ruimte krijgen.

De omwonenden van het schoolgebouw lieten de bestuurders op een rumoerige 'informatie-avond' weten dat ze niets voor het plan voelden. Ze verwachtten overlast. De wijkvereniging stuurde maandag 28 april een brief aan het gemeentebestuur waarin dit bezwaar werd herhaald. Nog dezelfde week, in de nacht van vrijdag op zaterdag rond 5.00 uur, ging het houten schoolgebouw in vlammen op. Door brandstichting van buitenaf, constateerde de politie.

Anderhalf etmaal later, op zondagochtend, vonden Aksit en zijn medebestuurders naast het Turks ontmoetingscentrum de resten van een Molotov-cocktail. Volgens de politie was de fles met benzine afgeketst tegen een ruit en buiten het gebouw ontbrand. Het weekend daarop was het weer raak. Onbekenden probeerden het centrum in brand te steken met brandende autobanden, die aan de buitenkant tegen de houten muren waren gezet. Twee weken daarna brandde op vijftig meter van het Turkse ontmoetingscentrum een kindercrèche tot de grond toe af. Zeven dagen later ging het Marokkaanse centrum in vlammen op. Dat was vorige week zondag, om 3.00 uur. De politie gaat ervan uit dat alle branden zijn aangestoken.

Aksit staat buiten het Turkse centrum in de stromende regen. Hij wijst de plek aan waar de afgebrande peuterspeelzaal stond. “Na die crèche dachten we: nu zijn wij aan de beurt. Maar dat werd dus het Marokkaanse centrum.”

De politie liet het onderzoek naar de branden lange tijd over aan de wijkagent, met enige assistentie vanuit het bureau. Pas vorige week, nadat het Marokkaanse ontmoetingscentrum was afgebrand, werd een rechercheteam van vier personen geformeerd. Het team is vandaag uitgebreid met nog een rechercheur.

De Emmense politie zegt dat zij eigenlijk eerder een rechercheteam op de zaak had moeten zetten, maar volgens de woordvoerder van het district was dat door gebrek aan mankracht niet mogelijk. De politie verdenkt inmiddels twee autochtone mannen van de brandstichtingen. Zij heeft echter nog niet voldoende bewijs om tot aanhouding over te gaan. Over de beweegredenen van de mogelijke daders tasten de rechercheurs nog in het duister. “We houden er rekening mee dat deze verdachten niet voor alle branden verantwoordelijk zijn”, zegt een ingewijde op het politiebureau.

De zes mannen in het Turkse centrum drinken koffie onder het toeziend oog van Kemal Atatürk, stichter van de seculiere Turkse staat. Links van Atatürk hangt de Turkse vlag, rechts de Nederlandse. Het is 2.15 uur. De mannen hebben nog een paar uur te gaan, want ze zijn van plan te blijven totdat het licht is. “Wij zullen de komende weekends àlle nachten waken”, zegt Aksit. “Totdat de politie de brandstichters heeft opgepakt. Dan kunnen we weer slapen.”