Ted Jaspers over Dakar Sound

Anthologie of the Modern Senegalese Music (Dakar Sound DKS 1 t/m 6); Sekou Diabate (Guinee): Diamond Fingers; Alou Fané & Foté Mocoba (Mali); Bana Maquis (Tanzania): Leila; Sekou & Djanka Diabate: Samba Gaye; Horoya Band (Guinee): Paya Paya (CNR). Loladamusica: Dakar Sound. 12/6 Ned 3, 19.45-20.10u.

“In '68, toen iedereen achter de Beatles aanliep, reisde ik vanuit Venlo naar Amsterdam voor een nachtconcert van het American Folk Blues Festival. Big Joe Williams en John Lee Hooker, dat soort oude knakkers. Ik heb altijd gezocht naar iets anders, muziek die minder in de mode was.”

Ted Jaspers (45) studeerde vergelijkende taalwetenschap, doceerde één jaar Nederlands maar hield het leraarschap daarna voor gezien. In '76 ging hij naar Ghana om een broer op te zoeken en ontdekte 'de Afrikaanse manier van leven'. De vonk van de Afrikaanse muziek slaat over bij een concert van Femi Kuti in Brussel en groeit uit tot een gloeiende passie als hij in 1981-'82 Senegal bezoekt. Hij keert terug met een stapel cassettes waar, zo vindt hij, dringend iets mee gedaan moet worden. Sinds '93 beheert hij het label Dakar Sound dat inmiddels tien cd's heeft uitgebracht. In maart bracht hij zijn zoveelste bezoek aan Dakar, dit keer gevolgd door de VPRO-televisie.

“Het opvallendste van die Senegalese casettes was het rauwe en lawaaiige. Het geluid was meestal hartstikke vervormd; verkeerd opgenomen en dan ook nog eindeloos gekopieerd. Ook de optredens die ik er bijwooonde hadden dat ongepolijste, waardoor ik direct bij mijn kladden werd gepakt. Heet en zweet, daar hou ik van, dat is wat popmuziek interessant maakt.

“Als je daar rondneust dan merk je dat alles heel snel verdwijnt. Iedereen is gericht op het allernieuwste, er is totaal geen historisch besef. Als ik die oude cassettes aan de jongeren van daar laat horen dan vragen ze of die 'takkeherrie' af mag. Het zoeken naar de mastertapes is een ramp, ze zijn vaak zomaar 'verdwenen' of, als ze er nog zijn, in heel slechte staat. Het kost dus massa's energie maar ik doe het omdat ik vind dat de muziek uit de Westafrikaanse 'Golden Age' bewaard moet blijven. Ik bedoel daar de jaren 1970-'80 mee, toen de Afrikaanse musici ophielden met imiteren en begonnen hun eigen wegen in te slaan.

“Met de opnamen van Etoile 2000, heb ik jaren geleurd, o.a. bij de Britse labels Stern's en World Circuit. Ze vonden de muziek weliswaar 'reuze interessant' maar het leverde nooit iets concreets op. Dan moet ik het zelf maar doen, besloot ik, al had ik geen verstand van de platenbusiness. In '93 verscheen de eerste Dakar Sound-cd, verspreid door het Nederlandse Semaphore.

“Helaas ging die firma snel failliet, waardoor ik volkomen aan de grond zat. Nu heb ik met CNR een open afspraak voor drie jaar. Zij kijken wat ik aandraag en ik kijk hoe zij het doen.

“Grote sterren zitten natuurlijk niet op mij te wachten. Youssou N'Dour en Baaba Maal bijvoorbeeld hebben in Dakar hun eigen studio's en staan bij grote maatschappijen onder contract. Dakar Sound is een stichting. Sommigen begrijpen nog steeds niet waarom ik het doe. Voor hen ben ik een halve gare met een ongeneeslijke Afrika tic.”