Program van paarse partijen bepleit

DEN HAAG, 9 JUNI. De drie 'paarse' partijen PvdA, VVD en D66 moeten de komende Kamerverkiezingen ingaan met een gezamenlijk programma. Alleen op die manier kan de kiezer een duidelijke keuze maken tussen het paarse programma en de alternatieven van de oppositie, CDA en GroenLinks.

P. Rosenmöller, fractieleider van GroenLinks in de Tweede Kamer, zei dit zaterdag tijdens een bijeenkomst van zijn partij in Amsterdam. Hij zei voor de komende verkiezingen voornamelijk “schijngevechten” te verwachten en een “opgeklopte tweestrijd” tussen PvdA-leider Kok en VVD-voorman Bolkestein, terwijl beiden na de verkiezingen hoogstwaarschijnlijk verder gaan met de paarse samenwerking. Om die schijngevechten te voorkomen moeten PvdA, VVD en D66 een 'paars programakkoord' sluiten. Bijkomend voordeel van zo'n constructie is dat de kans kleiner wordt dat Kok stemmen wegtrekt bij GroenLinks, zei Rosenmöller.

Rosenmöller bepleitte verder in zijn toespraak een verbod op korte vliegreizen binnen Europa zoals van Amsterdam naar Londen, Parijs of Frankfurt. Volgens Rosenmöller is een dergelijke milieusparende maatregel mogelijk als straks de hogesnelheidslijnen van Amsterdam naar Parijs en naar Duitsland zijn aangelegd. Er zou geen Europese regelgeving zijn die zich tegen een dergelijk verbod verzet, aldus Rosenmöller. In de tussentijd zouden de prijzen van vliegtickets voor vluchten naar die Europese steden omhoog moeten.

Tijdens de bijeenkomst in Amsterdam werd tevens de bundel 'Een toekomst in Aanbouw' besproken, bedoeld als bijdrage aan de totstandkoming van het komende verkiezingsprogramma van GroenLinks. In de bundel met bijdragen van onder anderen L. Reijnders (hoogleraar milieukunde en medewerker van de stichting Natuur en Milieu), H. van Gunsteren (hoogleraar politieke theorie) en Rosenmöller, wordt veel aandacht besteed aan het belang van een vitaal maatschappelijk middenveld van organisaties tussen overheid en individu. Volgens Rosenmöller heeft GroenLinks zich te veel laten beïnvloeden door “de cultuur van de zelfontplooiing van de jaren zeventig en tachtig”. Dit proces is te veel doorgeschoten. “Dan kan individualisering een vrijbrief zijn voor egoïsme of onverschilligheid.”

Net als het CDA altijd al deed, en D66 in haar laatste verkiezingsprogramma, beklemtoont Rosenmöller in de bundel het belang van maatschappelijke organisaties om die trend te keren. Bovendien spelen dergelijke organisaties een groeiende politieke rol, zoals in het milieu. “Een mooi voorbeeld van dat laatste is het rechtstreeks onderhandelen van de Stichting Natuur en Milieu met een multinational als Shell over investeringen in duurzame energieprojecten”, aldus Rosenmöller.