Nieuw speeltje voor politici

Politieke leiders zoeken voortdurend naar manieren om zich scherper te profileren. Vijf jaar geleden stond Elco Brinkman, toen nog de aanstormende junior-leider van het CDA, op een partijraad in Heerenveen ongedwongen met een hand in de zak op het podium. De fractieleider liep, als was hij een quizmaster, losjes over de bühne en sprak rechtstreeks tot de verraste christen-democraten.

'Wat doet ie nu weer', zag je Ruud Lubbers op de eerste rij denken. Op aanraden van zijn media-adviseur Frits Wester meed Brinkman dekatheder en zocht hij via een loopmicrofoon het contact met de zaal: de Brinkman-shuffle was geboren.

Bij de Partij van de Arbeid zagen ze het nieuwsgierig aan. Was dit ook niet iets voor hun mensen. Felix Rottenberg, de vernieuwingsgezinde partijvoorzitter, wilde wel. Bij een drugsdebat in het Haagse stadhuis voorzag hij zich van een microfoontje op zijn revers. Maar Rottenberg is geen Brinkman: in het vuur van het debat sloeg hij zich op de borst en knetterde zijn elektronica de zaal in. “Dat was dus een ramp; dat was ééns, maar niet weer”, herinnert een medewerker van de PvdA zich.

Is de VVD nu zijn tijd ver vooruit en gaan de liberalen de concurrentie op techniek verslaan? Lennaert van der Meulen, campagneleider van D66 bij de Tweede-Kamerverkiezingen van '94, vindt die suggestie overdreven. “Het is maar wat je wil als partij: als je een leider wilt neerzetten met de look van een staatsman die waardig over de hoofden van zijn publiek heenkijkt, is het een methode. Maar het heeft ook beperkingen: bij Clinton zie je dat het langzamerhand zijn enige pose is.

In de Amerikaanse politiek is autocue al enkele decennia een onmisbaar fenomeen. De Great Communicator Ronald Reagan kon als president bijna niet zonder een automatische tekst. Op de conventie van de Democratische partij was senator Jesse Jackson vorig jaar de enige big shot die zonder autocue sprak. En er waren partijgenoten die dat een riskante onderneming vonden.