Mafiabestrijders beloven Italië nog jaren bloed, zweet en tranen

De aanhouding van mafiabaas Pietro Aglieri afgelopen vrijdag geldt als een groot succes in de strijd tegen de mafia. Maar de kenners zijn somber. Terwijl de mafia zich reorganiseert, willen sommige politici de teugels maar weer laten vieren.

ROME, 9 JUNI. Het is voor politie en justitie maar kort feest als er een kopstuk van de mafia is gearresteerd, zoals afgelopen vrijdag. Een man aanhouden van het kaliber van Pietro Aglieri, de vermoedelijke nummer twee van Cosa Nostra, is natuurlijk een enorm succes. Maar als de opschrijfboekjes worden getrokken en de tv-lampen aangaan, is de belangrijkste boodschap dat de strijd tegen de mafia nog jarenlang bloed, zweet en tranen zal eisen.

“Zelfs een succes als dit betekent weinig voor het dagelijks leven van een gewone burger die in een gebied woont dat wordt gecontroleerd door de mafia,” zegt de linkse senator Pino Arlacchi, Italiës belangrijkste mafioloog. Wat hij noemt “de mafia van alledag” is nog nauwelijks aangepakt.

De afgelopen jaren is er een indrukwekkende reeks successen geboekt. Vrijwel heel de top is gearresteerd. Het probleem van de banden tussen mafia en politiek is niet langer taboe. De rol van Cosa Nostra in de internationale drugshandel is ingeperkt.

Maar niet voor niets wordt de mafia vaak la piovra genoemd, de inktvis. Haar tentakels zitten overal. “De economische, sociale en culturele fundamenten zijn nog vrijwel niet aangepakt, net zo min als de territoriale macht van de mafia”, zegt Arlacchi. Betrekkelijk kleinschalige problemen als afpersing, woekerij en het afdwingen van beschermingsgeld zijn zelfs toegenomen. Cosa Nostra heeft meer geld nodig om advocaten te betalen. Bovendien wordt er volgens Arlacchi minder verdiend met de drugshandel.

Arlacchi en andere mafiabestrijders schetsen het beeld van een organisatie die aangeslagen is, maar probeert zich te reorganiseren. “We moeten van één feit uitgaan”, zegt Giancarlo Caselli, de hoofdofficier van justitie in Palermo. “Eenderde van ons land is geïnfecteerd door een sterke aanwezigheid van de georganiseerde misdaad. Cosa Nostra is erg sterk en rijk. Al het geld betekent vooral een enorm vermogen om te corrumperen.”

Bovendien is de mafia op zoek naar een antwoord op de pentiti, mafiosi die samenwerken met de justitie. Veel successen van de afgelopen jaren zijn gebaseerd op informatie van die pentiti. Onder Totò Riina, de in 1993 gearresteerde baas der bazen die volgens Caselli nog steeds probeert macht uit te oefenen, was de mafia verticaal georganiseerd, strak hiërarchisch. Volgens de justitie is nu gekozen voor het model van cellen die betrekkelijk onafhankelijk van elkaar opereren. Aglieri wordt beschouwd als één van de mensen die die reorganisatie hebben begeleid. De nieuwe structuur zou mede verklaren waarom de justitie naar eigen zeggen geen enkel spoor heeft van Bernardo Provenzano, algemeen beschouwd als de belangrijkste voortvluchtige mafialeider.

Caselli en Arlacchi proberen het feestgeroes ook te dempen om de Romeinse politiek ervan te doordringen dat er nog steeds sprake is van een noodsituatie. Sommige politici willen de teugels uit humanitaire overwegingen wat laten vieren, andere hebben duisterder redenen om het kalmer aan te willen doen. Zo zijn er afgelopen maanden stemmen opgegaan om het strenge gevangenisregime voor de mafiatop, dat zeer succesvol is gebleken, wat te verlichten. Er liggen verschillende voorstellen van de rechtse oppositie op tafel om de macht van officieren van justitie om bijvoorbeeld telefoons af te luisteren, te beperken.

Dergelijke plannen verklaren waarom de held van de dag, de Palermitaanse officier van justitie Alfonso Sabella, de man die Aglieri heeft laten arresteren, afgelopen weekeinde alleen maar norse vraaggesprekken gaf. Hij liet weten dat hij zo snel mogelijk weg wilde van zijn geboorte-eiland. “Het is niet de moeite waard om je te laten vermoorden als sommige politieke sectoren proberen ons tegen te werken”, zei hij. Sabella voelt zich in de steek gelaten door de politiek. “In Palermo zouden de partijen bijvoorbeeld een moreel pact moeten sluiten waarin ze openlijk en publiekelijk verklaren stemmen van de mafia te weigeren. Maar ik realiseer me dat dat misschien te veel is gevraagd.”

Uit afgeluisterde gesprekken blijkt dat Aglieri's mafiabende uit Palermo vijfhonderd stemmen heeft beloofd aan een zekere Filippo. Misschien dat een priester hem kan overhalen daarover te praten - Aglieri, die is schoolgegaan op een seminarie, lijkt erg religieus. Bij zijn arrestatie droeg hij een houten missionarissenkruis. In zijn onderkomen ontdekte de politie een klein huisaltaar en wat religieuze boeken. Direct na zijn arrestatie heeft hij twee uur lang op zijn knieën in zijn cel gezeten. “Ik heb gebeden, ik heb mijn berouw getoond tegenover God”, legde hij uit. Vooralsnog is er geen aanwijzing dat hij dat ook tegenover de wereldse rechters wil doen.