'Ik ben de beste man, alleen de vrouwen zijn beter'

Anky van Grunsven werd gisteren voor de achtste keer in successie Nederlands dressuurkampioen. Weer slaagde Sven Rothenberger er niet in de koningin van de dressuur te onttronen. Weer werd hij tweede.

NIJMEGEN, 9 JUNI. Vrolijk stapt Sven Rothenberger bij de perstent van de mini-bromfiets waarmee hij zich over het terrein verplaatst. Als de dressuurruiter onder zijn tweede plaats lijdt, weet hij dat verbluffend goed te verbergen. “Met zo'n concurrentie als in Nederland moet je tevreden zijn met een tweede plaats. Als je daar ontevreden mee bent, kun je beter stoppen”, zegt hij moedig. De vertrouwde zilveren medaille heeft van hem allesbehalve een ongelukkige ruiter gemaakt.

De basis voor zijn tweede plaats legde Rothenberger al op vrijdag, in het feeërieke Park Brakkestein in Nijmegen. Net zoals Van Grunsven de eerste stap naar de landstitel zette. Ze won met Bonfire de eerste proef, de Grand Prix, voor Sven Rothenberger (Weyden), Ellen Bontje (Silvano) en Gonnelien Rothenberger (Olympic Bo).

Zaterdag schreef de Brabantse amazone de Grand Prix Special op haar naam, met weer Rothenberger op de tweede plaats. Terwijl de zon gistermiddag alleen voor haar scheen, schitterde de blondine ook in de kür, het muzikale sluitstuk van het Nijmegen Dressuur Festival. Wie er tweede werd? Inderdaad, alweer Sven Rothenberger.

De Duitser reed zijn vierde Nederlandse kampioenschap dressuur. Na zijn huwelijk met collega en amazone Gonnelien Gordijn liet Sven Günther Rothenberger zich vier jaar geleden tot Nederlander naturaliseren. Het echtpaar wilde uit praktische overwegingen voor één land rijden. Omdat het voor Sven gemakkelijker was zich een plaats in de Nederlandse équipe te verwerven dan voor Gonnelien om zich in de Duitse ploeg te rijden, koos hij voor de Nederlandse nationaliteit. Wonen doen de Rothenbergers in Duitsland, in Bad Homburg.

In 1994 deed Rothenberger voor het eerst mee en werd hij derde, in de daaropvolgende jaren scoorde hij drie tweede plaatsen. Hoewel Van Grunsven en Rothenberger niet bepaald vrienden zijn - ze hadden vorig jaar onenigheid over de samenstelling van de olympische ploeg -, duldt hij haar liefdevol voor zich: “Het is ook erg mooi, zo'n klein meisje op een paard. Anky is een elegante persoonlijkheid. Al val ik nog zoveel kilo's af, zo mooi en elegant als haar zal ik nooit op een paard kunnen rijden.” Nee, antwoordt Rothenberger lachend, hij zou niet liever een vrouw zijn geweest.

Rothenberger accepteert de huidige situatie met Van Grunsven als onaantastbare amazone als een natuurverschijnsel. De man die een jaar geleden achter Isabell Werth en Van Grunsven brons won op de Olympische Spelen in Atlanta, leeft met een troostende gedachte. “Als je ziet hoeveel mensen deze sport beoefenen, moet je blij zijn als je bij de beste drie van de wereld hoort. Ik denk altijd maar: ik ben de beste man in deze sport en de beteren zijn de vrouwen.” In Duitsland worden kampioenschappen dressuur voor mannen en vrouwen afzonderlijk gehouden. Als Nederland hetzelfde zou doen, zou hij zich nu voor de derde keer Nederlands kampioen mogen noemen. Desondanks heeft hij geen spijt van zijn naturalisatie tot Nederlander.

“Ik kijk niet naar wat anderen doen”, zegt Rothenberger over de hegemonie van Van Grunsven. “Ik probeer optimale prestaties aan de mensen te laten zien. Ik ben tevreden. Ik ben hier met twee paarden en die gaan vandaag weer gezond naar huis. Het zijn geen sportfietsen, maar dieren die ik zo goed mogelijk het jaar door wil krijgen.” Weyden en Olympic Dondolo hebben een toegewijde baas.

Waar haalt de motivatie vandaan om aan wedstrijden te beginnen waarvan al van tevoren vaststaat dat Van Grunsven die gaat winnen? Rothenberger maakt zich er met een grap van af: “Wij winnen ook nog een beetje geld.”

Elk toernooi is spannend voor Rothenberger, ook al verlopen de meeste wedstrijden volgens verwachting, met steeds die ene winnares. “Voor mij bestaat de spanning eruit of ik mijn paarden optimaal kan laten presteren. Bovendien is Weyden een fokhengst. Misschien zaten hier wel tweehonderd fokkers”, zegt Rothenberger, nu in de rol van zakenman. “Dus om het leven rond te laten lopen moeten we goed presteren.”

Sporadisch wordt hij al afgeschilderd als “de eeuwige tweede”, als de man die achter Van Grunsven de tweede viool speelt. Feitelijk onjuist, luidt zijn conclusie. Rothenberger memoreert een handvol indrukwekkende overwinningen uit het verleden: Europees kampioen individueel, de wereldbeker, driemaal Duits kampioen individueel. Ook recenter boekte hij zijn successen, al zijn ze minder aansprekend. “Sinds december heb ik acht wedstrijden gereden en negen proeven gewonnen.”

Op een dag zou Rothenberger met Weyden de rollen voorgoed kunnen omdraaien met het succesduo Van Grunsven-Bonfire. Weyden is met zijn elf jaar immers drie jaar jonger dan Bonfire en kan normaal gesproken dus ook een paar jaar langer op het hoogste niveau mee. “Er zit nog veel meer in”, zegt Rothenberger over zijn paard, “en dat moet ik eruithalen”.

Op zijn brommertje rijdt de zilveren medaillewinnaar vervolgens terug naar de stal.