Gotti is en blijft een kluizenaar

Ivan Gotti is de logische winnaar van de Giro d'Italia. De bescheiden Lombardijn was de meest regelmatige renner in een gedevalueerde ronde. De 28-jarige Gotti was the best of the rest.

De zelfverzekerde blik van Ivan Gotti op het erepodium in Milaan was in strijd met het beeld dat dezelfde renner in 1995 in de Tour de France had opgeroepen. De volwassen coureur glunderde gisteren in zijn roze trui. Twee jaar geleden stond hij nog als een klein kind beteuterd te kijken op het podium in Le Havre. De gele trui was vele malen te groot voor de kleine bleekneus, die door een valpartij van de beoogde leider Jalabert tot zijn stomme verbazing werd gehuldigd. “Dit is een vergissing”, sprak Gotti in 1995. “Ik was de beste”, sprak Gotti in 1997.

Gotti ervoer de gele trui als een ondraaglijke last. Hij reed liever in de schaduw van de vedetten, zoals hij in de Alpen en de Pyreneeën op knappe wijze demonstreerde. Hij eindigde op de vijfde plaats in Parijs. Hij was een beetje groter gegroeid in die paar weken. Op de Champs-Elysées stond een zelfverzekerde coureur. “Over een paar jaar kan ik de Tour winnen”, sprak hij in 1995.

De kans is klein dat hij volgende maand zal uitblinken in de Tour. Daarvoor was het deelnemersveld in de Giro te bescheiden, daarvoor was zijn krachtsinspanning van de afgelopen drie weken te groot. De meeste buitenlandse vedetten verschenen niet aan de start in Venetië. Zij bereiden zich voor op de Tour en de zware Giro is geen ideale oefenronde. Erkende ronderenners als Riis, Ullrich, Virenque, Olano en Zülle reden de afgelopen weken in kleinere Franse en Zwitserse ronden. Subtopper Gotti, the best of the rest, heeft optimaal geprofiteerd van hun afwezigheid.

Toen volksheld Pantani twee weken geleden door een overstekende kat van zijn fiets tuimelde en moest opgeven, schreven de Italiaanse sportbladen over een Giro zonder Italiaanse kanshebbers, een strijd tussen de tsaar (de Rus Tonkov) en Napoleon (de Fransman Leblanc). Bijna niemand rekende op een aanval van Gotti, die door een matige individuele tijdrit een paar minuten achterop was geraakt.

Gotti ergerde zich aan de negatieve berichtgeving. “De media hebben mij onderschat. Blijkbaar telde ik niet meer mee. Ik heb ze hopelijk wakker geschud”, sprak hij na zijn overwinning in de zware bergetappe naar Cervinia. Daar legde hij vorige week zaterdag de basis voor zijn eindzege. Hij won zijn tweede dagprijs in een zesjarige profloopbaan. Hij nam de roze leiderstrui met een gelukzalige blik in ontvangst. Hij sprak deze keer niet van een vergissing of een onverdiende koppositie. “Dat shirt heeft me moraal gegeven”, vertelde Gotti deze week. “In het roze rijd je net iets harder dan in een andere kleur.”

De sombere stemming in de Italiaanse media was plotseling omgeslagen. Gotti werd de 'Held van de Matterhorn' genoemd, een ware opvolger van Chioccioli, in 1991 de laatste Italiaanse winnaar van de Giro. Forza Gotti, attento ai gatti, stond vorige week in grote letters op het asfalt gekalkt. De wielerfans waarschuwden hun nieuwe held voor het gevaar van overstekende katten. Een tweede valpartij van een favoriete landgenoot zouden ze vermoedelijk niet overleven.

Gotti is de Zoetemelk van Italië, een onopvallende coureur met een weinig tot de verbeelding sprekende levenswandel. Zijn miljoenensalaris bij hoofdsponsor Saeco, een fabrikant van koffieautomaten, wordt voor een groot deel op de bank gezet. Gotti heeft een huis gekocht voor zichzelf en voor zijn ouders. Andere vormen van luxe zijn niet aan hem besteed. Op de vraag in welke tijd hij het liefst zou leven, antwoordde de vrome wielrenner: de Middeleeuwen. Zijn bijnamen laten zich raden: De Mug, De Vlieg, Ivan de Bescheidene.

Gotti leeft als een kluizenaar in zijn geboorteplaats San Pellegrino, onder de rook van Bergamo. Hij is de oogappel van zijn streekgenoot Felice Gimondi, die in 1965 als laatste Italiaanse Tourwinnaar werd gehuldigd. Oud-wereldkampioen Gimondi won de Giro in totaal drie keer en wordt in eigen land nog steeds als een campionissimo vereerd. De veteraan staat bij elke grote Italiaanse koers nog steeds in het middelpunt van de belangstelling.

Gotti's populariteit is pas deze week aangewakkerd. Zijn vijfde plaats in de Tour van 1995 en zijn vijfde plaats in de Giro van 1996 maakten nauwelijks indruk bij het grote publiek. Tot twaalf maanden geleden stond hij bekend als de beste wielrenner ter wereld die nog nooit een profkoers had gewonnen. Zijn eerste overwinning als beroepsrenner behaalde hij vorig jaar in de Giro, toen hij in het slotweekeinde een zware bergetappe won.

Gotti reed zijn eerste koers op uitnodiging van een pastoor die een plaatselijke omloop had georganiseerd. De twaalfjarige dreumes versloeg zijn grotere, oudere dorpsgenoten en was de teleurstelling van een dag daarvoor meteen vergeten. Toen hij zich aanmeldde voor een open wedstrijd werd hij door de autoriteiten meteen naar huis gestuurd. “Jij bent nog veel te iel voor het zware werk”, beten ze hem toe. Op school werd de kleine Ivan gepest wegens zijn flaporen. Hij onderscheidde zich in positieve zin door harder te fietsen dan zijn klasgenoten. Gimondi ontfermde zich over het broze talent en moedigde hem aan beroepsrenner te worden.

In 1991 verdiende Gotti een profcontract bij Gatorade, waar hij drie jaar in dienst reed van Bugno. De goede onderlinge verstandhouding werd dezer dagen op de proef gesteld door een uitspraak van Gotti in Gazzetta dello Sport. “Het wordt tijd dat Bugno stopt”, zou de voormalige knecht over zijn voormalige kopman hebben gezegd. Bugno reageerde geprikkeld. “Ik maak zelf wel uit wanneer ik stop en laat mij niet de les lezen door een coureur die nog nooit iets heeft gewonnen.” Gotti had spijt van zijn kritische uitspraak en verontschuldigde zich openlijk bij de tweevoudige wereldkampioen. 'Vergeven en vergeten', kopte de Gazzetta de volgende dag.

In 1995 kwam Gotti in dienst van Gewiss, waar de Rus Berzin de onbetwiste kopman was. Gotti was zijn beoogde meesterknecht, maar in de grote ronden werden de rollen spoedig omgedraaid. Berzin stelde teleur, Gotti kroop uit zijn schaduw. Toen de beste renner ook het meeste geld ging eisen, moest ploegleider Bombini hem teleurstellen. Bij Gewiss was geen ruimte voor een tweede topsalaris, Gotti vertrok naar Saeco. Bombini is nog altijd vol lof over zijn vertrokken renner. “Iedereen weet hoe goed hij kan klimmen. Weinigen weten hoe slim hij kan koersen.”

Gotti werd gisteren gehuldigd als 55ste Italiaanse winnaar in de 80-jarige geschiedenis van de Giro. Hij heeft zich geschaard in een illuster rijtje Italiaanse kampioenen zoals Binda, Coppi, Bartali, Gimondi, Moser, Saronni en Bugno. Het is veel eer voor een bescheiden kampioen. Gotti is een uitstekende klimmer en een redelijke tijdrijder. Hij fietst op souplesse, maar hij is geen 'berggeit' en zeker geen geboren aanvaller. Met zijn geringe lengte (1.73 meter) en zijn geringe gewicht (65 kilo) heeft hij een vergelijkbare lichaamsbouw als zijn landgenoten Pantani en Chiappucci. Zo populair als het tweetal zal hij nooit worden, daarvoor mist hij de aanvulslust, de uitstraling en de gevleugelde uitspraken. Zijn roze trui verbleekte bij gebrek aan charisma.