Franse troepen onderweg; Zware strijd leger, militie in Brazzaville

BRAZZAVILLE, 9 JUNI. Hevige gevechten, onder andere met zware mortieren, zijn vandaag opnieuw uitgebroken in de Congolese hoofdstad Brazzaville, waar milities en regeringstroepen al vier dagen slaags zijn. Regeringsmilitairen zijn aan het plunderen geslagen.

Frankrijk heeft 800 man versterkingen gestuurd naar zijn garnizoen in de voormalige Franse kolonie Congo, waar al 450 Franse militairen waren gelegerd, na de dood van een van zijn militairen bij een poging buitenlanders in veiligheid te brengen. De Verenigde Staten proberen een staakt-het-vuren te regelen.

Inmiddels zouden tientallen doden zijn gevallen; vluchtelingen die naar Kinshasa, aan de overkant van de rivier de Congo, zijn uitgeweken, meldden dat de strijd grootschaliger is dan in 1993, toen 2.000 mensen werden gedood bij gevechten na omstreden parlementsverkiezingen. Een vertegenwoordiger van een mensenrechtenorganisatie zei vanochtend dat zijn collega's in Brazzaville - een stad met een miljoen inwoners - niet de straat op kunnen om de lijken te bergen en de gewonden te helpen. Buitenlanders, onder anderen meer dan 2.000 Fransen, worden op beveiligde plaatsen, zoals de Franse ambassade en de Franse legerbasis, bijeengebracht. In Brazzaville heerst volgens Franse zegslieden een anti-Franse stemming. “Het jachtseizoen op de Fransen is geopend”, aldus een Fransman die dit weekeinde uit Congo-Brazzaville in Parijs arriveerde.

De strijd in Brazzaville begon midden vorige week, toen het regeringsleger in een campagne tegen particuliere milities voorafgaand aan de presidentsverkiezingen van 27 juli het huis van de marxistische ex-president Sassou Nguesso omsingelde. Diens 'Cobra'-militie, 5.000 man sterk, heeft gisteren echter een deel van het centrum van Brazzaville in haar macht gekregen, en de gevechten zijn nu in feite een slag om de controle over de hoofdstad.

De regering van de huidige president Pascal Lissouba beschuldigde Sassou Nguesso gisteren van een poging tot staatsgreep, en drong er bij de bevolking op aan de regeringstroepen te steunen. Sassou Nguesso op zijn beurt liet weten alleen uit zelfverdediging te handelen. Een woordvoerder eiste als voorwaarde voor vredesoverleg dat Lissouba erkende de agressor te zijn. Sassou Nguesso, die in 1979 president werd maar in de verkiezingen van 1992 werd weggestemd, heeft Lissouba ervan beschuldigd het geweld te hebben georganiseerd om de verkiezingen van juli te kunnen uitstellen. (AP, AFP, Reuter)