Eendagsvliegen; Mijn interlandshirt mocht ik niet houden

In december 1994 was ik als toeschouwer aanwezig bij een basketbaltoernooi in Lisse. De Nederlands vrouwenploeg speelde daar ook. Komt de coach van het team naar me toe - hij kende me nog uit mijn juniorentijd. Vraagt-ie of ik een dag later beschikbaar kon zijn voor een wedstrijd van Oranje. Hij had een tekort aan speelsters.

Ik moest wel lachen, ik had nog nooit deel uitgemaakt van de selectie. Aan de ene kant wilde ik wel, het leek me wel grappig. Aan de andere kant had ik voor die dag kaartjes voor de Haarlemse Basketbalweek. En daar wilde ik graag heen. Toen beloofde hij me kaartjes voor later die week. En zodoende maakte ik de volgende dag opeens deel uit van het Nederlands team!

Als jeugdspeelster was ik ook voor vertegenwoordigende ploegen uitgekomen. Het Nederlands kadettenteam, Jong Oranje. Ik was een talent. Maar door een operatie aan mijn rechterelleboog in 1987 is mijn basketbalcarrière tot stilstand gekomen. Ik was rechts, en na die operatie kon ik niet meer met rechts schieten. Moest ik eigenlijk helemaal opnieuw beginnen om een goed schot met links te krijgen.

Een uitverkiezing voor het echte Oranje is er daardoor nooit van gekomen. Op die ene keer na dan. Het betrof niet eens een echte interland, we speelden op dat toernooi in Lisse tegen een clubteam uit - als ik het me goed herinner - Turkije. Ik speelde zes minuten.

Het was een leuke ervaring, maar ik ben een vrij nuchter type. Als mensen me aan mijn ene interland herinneren, moet ik altijd hartelijk lachen. Een aandenken heb ik niet. Nee, niet eens het shirtje. De basketbalbond heeft nauwelijks geld; ik moest het na afloop weer inleveren.