Dronken automobilist niet vrijuit met Securitel

Een aantal Nederlandse wetten staat volgens sommigen op losse schroeven omdat de technische voorschriften niet bij de Europese Commissie zijn aangemeld. De 'aanstichters' in Luxemburg volgen de commotie met verbazing.

DEN HAAG, 9 JUNI. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is niet een plaats waar men vaak opwinding bespeurt. De hoogste rechter van de Europese Unie verricht zijn werk in alle rust. De conflicterende partijen zijn meestal gevestigde bedrijven die zich laten begeleiden door advocaten van naam. Van de gelegenheid om de behandeling van zaken bij te wonen maken behalve de directe belanghebbenden en studenten Europees Recht slechts weinigen gebruik.

Maar nu heerst er in Luxemburg dan toch verbazing. De commotie in Den Haag over het zogeheten Securitel-arrest is voor de Europese juristen moeilijk te begrijpen. De Nederlandse staat heeft zich - anders dan tot nu toe naar buiten was gekomen - actief in de behandeling van de zaak gemengd. Het arrest is inmiddels meer dan een jaar oud, in de vakpers is er herhaaldelijk over gepubliceerd. “Wat mij nog het meest verbaast is dat Den Haag nu pas begint met het repareren van niet-aangemelde voorschriften. Dat had toch sinds 30 april vorig jaar gekund”, zegt prof. mr. R. Barents. Hij is verbonden aan het Hof als medewerker van de Nederlandse rechter in Luxemburg, mr. P.J.G. Kapteyn. Barents is tevens hoogleraar Europees Recht in Maastricht.

In het Securitel-arrest heeft het Hof bepaald dat technische voorschriften die voorafgaand aan hun vaststelling niet aan Brussel zijn gemeld, niet toepasbaar zijn. Het gaat om regels voor bijvoorbeeld de veiligheid van speelgoed of de kwaliteit van meetapparatuur. De EU-landen hadden melding verplicht gesteld om te voorkomen dat het ene land technische voorschriften gebruikt om concurrerende goederen uit een ander land te weren. De betreffende Europese richtlijn dateert van 28 maart 1983 en trad in 1984 in werking. Minister Wijers (Economische Zaken) schreef vorige week aan de Tweede Kamer dat aan 17 wetten, 86 Algemene Maatregelen van Bestuur, 138 ministeriële beschikkingen en 21 besluiten van Publiek Rechtelijke Bedrijfsorganisaties “een gebrek lijkt te kleven”: zij zijn nooit gemeld aan de Europese Commissie en volgens het Securitel-arrest dus ongeldig.

Er volgde een stortvloed van speculaties, waarvan de meest geciteerde deze is: kan een dronken automoblist worden verooordeeld wanneer het bewijs van zijn dronkenschap is geleverd door ademhalingsanalyse-apparaten die zijn vervaardigd volgens technische voorschriften die ongeldig blijken te zijn omdat ze nooit bij Brussel zijn aangemeld? Het Openbaar Ministerie vergadert vanmiddag over de vraag welke strafzaken aangehouden moeten worden totdat deze vraag is beantwoord. Voor Barents is dat antwoord snel gegeven.

“Tijdens de procedure in de Securitel-zaak is nooit gesproken over dronken rijders of schietlustige burgers. Het ging alleen om de meldingsplicht en de ongeldigheid van voorschriften die niet zijn gemeld. De betreffende Europese richtlijn is bedoeld om producenten van apparatuur te beschermen, niet dronken automobilisten.” Een Duitse producent wiens beademingsapparaten zijn geweerd op de Nederlandse markt omdat ze niet voldoen aan Nederlandse voorschriften, zou zich volgens Barents op het arrest kunnen beroepen. Een Nederlandse automobilist niet. Dat de voorschriften voor beademingsapparatuur niet Europees zijn aangemeld, heeft volgens Barents “geen effect op de rechtmatigheid” van de alcoholcontrole. “Het gaat erom of de strafbare feiten zijn geconstateerd.”

Een voorbeeld van een getroffen bedrijf dat voor de rechter wél succes zou kunnen hebben is de Hema. Dit winkelbedrijf wilde eind jaren tachtig een eigen telefoontoestel op de markt brengen, de Kingtel, maar het toestel werd door het ministerie van Verkeer en Waterstaat verboden omdat het niet voldeed aan voorschriften uit de wet telecommunicatie. Die voorschriften waren echter niet aangemeld, zo betoogde de Hema destijds al. Toen tevergeefs. Of het nu een poging onderneemt schadevergoeding te krijgen wil het bedrijf vooralsnog niet zeggen. “Als de Hema goede advocaten heeft, sla ik de kansen hoog aan”, zegt Barents. “Ik denk dat de overheid er niet onderuit komt. De aanmeldingsplicht is zo duidelijk dat je je niet kunt verweren met het argument dat je niet op de hoogte was.” De geleden schade moet wel berekend kunnen worden, maar dat acht Barents geen probleem. “Deskundigen kunnen op basis van marktvoorspellingen en eventuele voorraad de schade wel vaststellen. Het zou flink in de papieren kunnen lopen.”

Minister Wijers heeft afgelopen vrijdag een oplosing van de problemen in het vooruitzicht gesteld. In een 'nationale hersteloperatie' zullen technische voorschriften die wegens niet-aanmelding in strijd met Europese afspraken zijn, alsnog worden aangemeld. De Europese Commissie heeft inmiddels zijn medewerking toegezegd. Voor de procedure zijn ten minste drie maanden nodig: dat is de voorgeschreven termijn dat een voorstel voor een voorschrift voor de andere lidstaten ter inzage moet liggen. Barents ziet hier geen probleem: de normale procedure wordt gevolgd, dat dit voor meerdere voorschriften tegelijk gebeurt is geen bezwaar.

Hij wijst er echter wel op dat dit uitsluitend een 'oplossing voor de toekomst' is. “Deze oplossing kan voor de periode achter ons natuurlijk niet worden toegepast. Je kunt niet aanmelden met terugwerkende kracht.” Voorschriften die volgende week worden aangemeld zullen dus met hulp van de Commissie drie maanden later geldig zijn, maar dat verandert niets aan de ongeldigheid in de jaren daarvoor. Tegen schadeclaims die betrekking hebben op de toepassing in de periode tussen 1984 en het moment dat een voorschrift alsnog wordt aangemeld, kan de overheid zich met deze oplossing niet verweren, aldus Barents.

De medewerker van het Hof is overigens verbaasd dat de nationale hersteloperatie nog moet beginnen. Ook begrijpt hij niet waarom minister Wijers de problemen zo lang stil heeft gehouden. Wijers zei vorige week dat hij pas in januari op de hoogte was gebracht van de kwestie. Nog diezelfde maand heeft het kabinet een inventarisering gelast van voorschriften die mogelijk door het Securitel-arrest zouden zijn getroffen. Pas de afgelopen weken zou de volle omvang van het probleem duidelijk zijn geworden. Raar, vindt Barents.

“Nederland heeft zowel schriftelijk als mondeling opmerkingen gemaakt tijdens de behandeling van de zaak”, vertelt hij. De schriftelijke opmerkingen dateren van september 1994, de mondelinge van het voorjaar 1995. Dat 'Den Haag' heeft zitten slapen, een verwijt dat de afgelopen dagen wel werd gehoord, is dus niet waar. Maar helemaal wakker waren de Nederlandse juristen ook niet. “Nederland heeft in een algemeen betoog gezegd dat niet-aanmelding van een voorschrft niet direct ongeldigheid met zich mee moet brengen”, herinnert Barents zich. “Er is echter niet op gewezen dat Nederland door een eventuele andere interpretatie van het Hof in grote problemen zou komen omdat honderden voorschriften niet waren aangemeld.” Zou dit verschil hebben gemaakt? “Het is speculeren, maar het is denkbaar dat het Hof in dat geval in zijn arrest zou hebben gesteld dat deze interpretatie van de richtlijn (niet-aanmelden is niet-geldig) pas zou gelden vanaf het moment van de uitspraak.”. De uitspraak was 30 april 1996, dus dat zou Den Haag alle oudere zaken hebben bespaard.

Is de uitvoering van Europese regels in Nederland eigenlijk wel goed geregeld? Daarover wil Barents zich niet uitlaten, maar dat het elders anders gaat is hem niet ontgaan. “In Frankrijk heeft destijds premier Fabius (1984-1986) al alle overheidsdiensten een brief gestuurd met de opdracht alle technische voorschriften in Brussel te melden. In Frankrijk is er een gecentraliseerde procedure bedacht om de aanmeldingen te controleren. In het Verenigd Koninkrijk bestaat iets vergelijkbaars. In Nederland ontbreekt echter een ambtenaar die hiervoor verantwoordelijk is. Het is een organisatorisch probleem.” Dat andere EU-landen als Italië of Griekenland wellicht ook slordig zijn omgesprongen met de aanmeldingsplicht, zoals Wijers vrijdagavond suggereerde, is volgens Barents geen argument. “Dat is een elementair juridisch beginsel.”

De kritiek op het Hof die de afgelopen dagen hier en daar klonk - Europees Circus, schreef het Algemeen Dagblad boven een hoofdartikel - vindt Barents “echt onzin” “De taak van het Hof is het interpreteren van de Europese regels. Dat heeft het gedaan.”