Britse vakorganisaties hebben overeenkomst met gejuich ontvangen; Akkoord deeltijd opmaat naar top

Europese werkgevers- en werknemersorganisaties sloten vrijdag naar eigen zeggen een “historisch” akkoord. Mensen die in deeltijd werken, moeten in alle EU-lidstaten hetzelfde behandeld worden als werknemers met een volledige werkweek.

DEN HAAG, 9 JUNI. Een voorbeeld van uitstekende timing zo vlak voor 'Amsterdam', vond minister Melkert (Sociale Zaken) het vrijdag gesloten akkoord tussen Europese werkgevers- en werknemersorganisaties. Het was pas de tweede keer dat de sociale partners het op Europees niveau ergens over eens waren. Dat deze tweede maal uitgerekend nu plaatshad, is wat Melkert betreft een fraaie opmaat voor het opnemen van sociale clausules in het volgende week te sluiten Verdrag van Amsterdam.

Met het deeltijd-akkoord willen de sociale partners blokkades wegnemen die in verschillende EU-landen werken in deeltijd bijna of geheel onmogelijk maken. De afspraak is dat deeltijdwerkers hetzelfde zullen worden behandeld als voltijders. Het akkoord heeft wat beide partijen betreft één heilig doel: stimuleren van werkgelegenheid. En dat sluit mooi aan bij de steeds fellere rugwind die de zogenoemde werkgelegenheidparagraaf krijgt - mede onder invloed van verkiezingsoverwinningen van sociaal-democraten in Frankrijk en Groot-Brittannië.

Met deze paragraaf, die in het Amsterdamse verdrag moet worden opgenomen, verplichten de EU-lidstaten de nationale werkgelegenheid zoveel mogelijk te stimuleren en deze maatregelen onderling te coördineren. Nu het op monetair en economisch gebied niet meer zo wil vlotten, zullen de onderhandelaars in Amsterdam een succesje op sociaal terrein wel goed kunnen gebruiken - gelijk het nagelnieuwe deeltijdakkoord.

Britse vakorganisaties hebben dit akkoord, met de uitbreiding van rechten voor parttimers, met luid gejuich ontvangen. Ze zeggen dat Britse werknemers in Europa koplopers zijn als het gaat om ontbreken van rechten. Ze kennen geen minimumloon en maximum-werkweek. Gevolg is dat Britten de langste werkweek van Europa maken. Gemiddeld 43,7 uur tegen Nederlanders 39,5 uur. Effect is ook dat tien miljoen Britten minder dan 6 pond en 3 pence per uur verdienen, het niveau dat de Raad van Europa als fatsoensminimum heeft bestempeld. Vijf miljoen werknemers zitten onder de vier pond per uur. En dan worden nog niet eens de twee miljoen kinderen van onder de 14 jaar meegerekend die illegaal , maar zonder dat de overheid ingrijpt, betaalde arbeid verrichten, zoals het vullen van vakken in de supermarkt en het werken in de keuken van een buurtrestaurant. Bijna een kwart van het Britse arbeidsleger werkt in deeltijd. Daarbij gaat het om 6,4 miljoen mensen: 5,2 miljoen vrouwen en 1,2 miljoen mannen. Van alle vrouwen met een baan, werkt 45 procent parttime. Bij mannen is dat percentage acht procent. De laatste tien jaar is het aantal deeltijdwerkers in Groot-Brittannië met 26 procent gestegen.

In Frankrijk is deeltijdwerk een uiterst actueel en niet minder beladen thema. Het aantal mensen dat in deeltijd werkt, groeit gestaag van 10 procent tien jaar geleden naar 16 procent nu. Steeds meer fabrieken sluiten akkoorden met werknemers waarbij betere benutting van de productie-capaciteit gepaard gaat met korter maar flexibeler werken per persoon, vaak (bijna) zonder loonverlies. Het grote staatsbedrijf EDF-GDF (elektriciteit en gas) sloot dit voorjaar een omstreden akkoord: 32 uur werken, 35 uur betaald en 15.000 nieuwe werknemers.

Een werkweek van 32 uur is ook het einddoel van de nieuwe linkse regering-Jospin. De komende twee jaar wil hij de werkweek verkorten van 39 naar 35 uur, zonder verlaging van salaris. Frankrijk is sterk verdeeld over de drastische verkorting van de werkweek; de meeste werkgevers zijn tegen, de vakbeweging is fel voor.

Arbeidstijdverkorting is niet alleen omstreden omdat de nieuwe regering er snel veel banen mee wil scheppen, maar ook door een initiatiefwet-De Robien uit de vorige, rechtse regeerperiode. Werkgevers krijgen daarmee langjarige korting op sociale premies in ruil voor kortere arbeidsweken waardoor ze gedwongen zijn nieuw personeel in dienst te nemen. Wegens onverwacht succes is de wet echter onbetaalbaar geworden.

In Italië dringen de werkgevers al jaren aan op flexibilisering van de arbeidsmarkt. Zij vinden dat er veel te weinig mogelijkheden zijn om in deeltijd te werken. In veel kleine bedrijven bestaat feitelijke flexibiliteit, doordat veel zwart wordt gewerkt. Grote ondernemingen klagen evenwel over rigide arbeidswetten, terwijl vakbonden vrezen dat flexibilisering van arbeid leidt tot slechtere arbeidsvoorwaarden voor parttimers. Om dezelfde reden staan de bonden ook zeer aarzelend tegenover de introductie van uitzendbureaus.

In Spanje zijn onlangs overeenkomsten gesloten tussen werkgevers en werknemers waarin deeltijdwerk en flexibele arbeidscontracten een belangrijk onderdeel vormen. Met deze akkoorden moet een eind komen aan de veelgebruikte 'afvalcontracten' voor tijdelijk werk of deeltijdarbeid. De mogelijkheid van deze contracten werd enkele jaren terug geschapen om de Spaanse arbeidsmarkt - met zijn traditioneel vrij hoge ontslagpremies - flexibeler te maken.

Omdat er weinig tussenvormen waren tussen de vaste full-timecontracten met hun dure ontslag-regeling en het afvalcontract waarbij de rechtszekerheid voor de werknemer praktisch ontbreekt, werden praktisch alle nieuwe banen onder de tweede regeling afgesloten. Daar was niemand van de sociale partners tevreden mee. Met de pas gesloten overeenkomst zijn de ontslagpremies voor vaste contracten flexibeler gemaakt. Het sociale akkoord geldt als een novum in Spanjes arbeidsverhoudingen. Verdere plannen voor arbeidstijdverkorting om werkgelegenheid te stimuleren hebben de vakbonden echter uitgesteld tot een later tijdstip.

In Duitsland houdt bondskanselier Helmut Kohl vrijwel wekelijks zijn landgenoten het 'Hollandse wonder' voor en doelt vooral op de grote hoeveelheid deeltijdbanen. “Waarom krijgt Duitsland niet voor elkaar, wat in Nederland allang is gelukt?” In Duitsland werkt 19 procent van de beroepsbevolking in deeltijd, maar de bondskanselier vindt dat dit cijfer moet worden opgetrokken naar 24 procent. Ook arbeidsbureaus en vakbonden zijn het erover eens dat er in Duitsland meer deeltijdbanen moeten komen. Dat is goed voor de economie en het kan de hoge werkloosheid verminderen. Alleen, het gebeurt nauwelijks. Bij bedrijven en werknemers is deeltijdwerk niet populair. Werknemers voelen weinig voor vermindering van het salaris. Ondernemingen zien op tegen de ingewikkelde roosters, waartoe het werken in deeltijd leidt. Het autoconcern BMW is een voorbeeld van een concern dat er, net als Akzo Nobel, in is geslaagd op grote schaal deeltijdbanen te scheppen.

Nederland is internationaal koploper als het gaat om het aantal mensen dat in deeltijd werkt. Bijna 40 procent van de werknemers (waarvan driekwart vrouwen) werkt minder dan een normale werkweek van 40 à 36 uur. Voor Nederland maakt het deeltijd-akkoord dan ook weinig uit, althans dat vinden de werkgevers. “Wij zijn met deeltijd verder dan waar het akkoord van uit gaat”, zei werkgeversvoorzitter Blankert vorige week. Dat is wat de vakcentrale FNV betreft nog maar de vraag. Na een dag waarop werknemers hun klachten over deeltijd konden spuien, bleken naar de zin van de FNV nog veel te veel Nederlandse werkgevers hun deeltijd-personeel ongelijk te behandelen.