Billy Two Hats

Billy Two Hats (Ted Kotcheff, 1973, VS). BBC1, 1.10-2.45u.

Toen Kevin Koster in 1990 zijn Oscar-winnende Dances with Wolves presenteerde, leken in één klap alle politiek incorrecte westerns vergeten. De indianen waren altijd al onze beste vrienden en de blanken poëtische helden of onderontwikkelde schurken. In 1973 werden de Apache-indianen in de western Billy Two Hats echter nog met verbluffende vanzelfsprekendheid afgeschilderd als oorlogszuchtige griezels. Regisseur Ted Kotcheff (in 1982 regisseerde hij de eerste Rambo-film First Blood) portretteert ze als zuiplappen met gemene tronies en afgebroken tanden.

Toch is Billy Two Hats geen doorsnee-western, want ook de blanken komen er niet zo goed af. Eigenlijk zijn er noch helden, noch winnaars, noch verliezers. De hoofdpersonen zijn twee schlemielige bankrovers (met Gregory Peck in een ongewone rol als de Schotse Deans en Desi Arnaz jr. in de titelrol) en de sheriff is een lompe papzak. Op de desolate prairie is iedereen aan elkaar overgeleverd: de prooi aan zijn jager en de beul aan zijn slachtoffer. Hoewel aan het einde van de film bijna iedereen het loodje heeft gelegd, heeft het sterven iets terloops en onoverkomelijks, alsof dat er nou eenmaal bijhoort als je met geweren zwaait.

De film opent met beelden van een karakteristiek western-stadje, waar de wind door de kale straten giert en al voor het ontbijt de eerste schoten worden gelost. Dit tergend langzame exposé doet denken aan het begin van Sergio Leone's klassieker Once Upon a Time in the West (1969). Ook het gebrek aan actie, de spaarzame dialogen, de trage en elliptische vertelstijl en de plotselinge geweldsuitbarstingen roepen Leone's spaghettiwestern in de herinnering.

Bijna surrealistisch is het beeld van de stervende Deans die Schotse liedjes zingt onder het met kogels doorzeefde skelet van een houten wagen. Er bovenop ligt het lijk van een indiaan. Het tuttige kanten parasolletje dat dit opperhoofd altijd bij zich droeg, tolt koket rond in de wind. De enige overlevenden zijn twee jonge mensen. Niet omdat dat een bedoeling heeft, bijvoorbeeld omdat er voor de jeugd een taak zou zijn weggelegd, maar meer omdat dat nou eenmaal toevallig zo is.