Bewoners eerlijk over hun villa's

Het uur van de Wolf, NPS, Ned.3, 23.24-0.22u.

Het is er te koud, het is er te warm, het is er groot, het is er te klein. Zelfs de bewoner van een villa kan het moeilijk hebben met zijn huisvesting - en tegelijkertijd houdt hij zielsveel van zijn huis. Dan maar met een deken omgeslagen in de woonkamer zitten terwijl de ijsbloemen op de ramen bloeien, zoals meubelontwerper en kunstverzamelaar Martin Visser en zijn vrouw hebben gedaan in hun Rietveld-villa in Bergeyck.

Regisseur Niels Cornelissen wist de bewoners van vijf villa's in diverse delen van Nederland tot medewerking te bewegen aan het NPS-cultuurprogramma Het uur van de wolf. Dat is tevens de enige overeenkomst; meer dan een rondgang langs een aantal willekeurig gekozen voorbeelden is er niet, waardoor de film Het voldoet wel zeer, een wat onbestemde indruk achterlaat.

Martin Visser gaf zelf opdracht voor de bouw aan Rietveld en later bij de uitbreiding aan Aldo van Eyck; keramist C. Renssen was ook bouwheer van Gunnar Daans villa in het Friese Langezwaag en Jos Naalden werkte nauw samen met Dom van de Laan aan het streng wiskundige ontwerp van zijn huis in Best. Het grootste huis, een huis uit 1939 in Wassenaar, liet Mexx-eigenaar verbouwen door Sjoerd Soeters; aan hun Schiedamse juweel van vooroorlogs Modernisme, een ontwerp uit 1931 van Van der Vlugt, hebben advocaat Den Hertog en rechter Beims nadrukkelijk niets veranderd.

In dit huis, het oudste van de vijf, zit een kwinkslag van de architectuurgeschiedenis. De oorspronkelijke eigenaar was De Bruin, hoofd koffie bij de ook door Van der Vlugt ontworpen Van Nelle-fabriek. Toen zij het huis betrokken ontdekten ze op de eerste verdieping een negentiende-eeuwse wastafel - volgens Den Hertog vermoedelijk een protest van De Bruijn en zijn gezin die ongevraagd het Modernisme van de bevlogen directeur kregen opgedrongen. Nu houden de huidige bewoners hun monument juist met een bijna religieuze verering in stand, van de gebarsten maar wel oorspronkelijke linoleum tot en met de ronde glazen plaatjes ('manchetknopen') achter de lichtknoppen en de antiquarische cv-installatie.

De meesten zijn even liefdevol als eerlijk over hun huis. Keramist Renssen heeft duidelijk genoeg van Daans creatie op het Friese platteland, die ondanks het prachtige uitzicht te groot en onhandig is. Tegen de zin van de architect in heeft de bewoner toch maar een deur voor de wc gezet; van het piepen en kraken van de klapdeuren werd hij ook al gek. Pragmatisch gezien is Rietvelds huis voor het echtpaar Visser ook een probleem: behalve koud was het er te klein en te kleurrijk om geschikt te zijn - zoals was gevraagd - als onderkomen voor zijn kunstcollectie. Die ruimte zou er pas jaren later komen met de uitbreiding door Aldo van Eyck. Toch heeft Visser er begrip voor. “Architectuur is dienend”, zegt hij, “de kunst niet. Rietveld zat daar heel dicht tegen aan. Het was absoluut niet zijn bedoeling je terwille te zijn. Maar het voldoet wel zeer.”

De eerbied van de bewoners voor hun identificatie tussen architect en bewoner gaat het verst bij Naalden en Dom van der Laan - maar het waren ook vrienden. Trots zegt Jos Naalden: “Het is een heel neutraal huis, het zou ook en Rolls Royce-showroom kunnen zijn.” De camera dwaalt langs meubels die in een onwrikbare slagorde staan opgesteld. Naalden weet dat er mensen zijn die wel eens dingen in hun huis veranderen, maar aan dat soort impulsen moet je niet te gauw toegeven, vindt hij.

“U zet nooit iets schuin?”

“Nee. Dacht het niet.”