Anarchie blijft een probleem in Albanië

TIRANA, 9 JUNI. Franz Vranitzky, de OVSE-gezant voor Albanië, heeft in Tirana gezegd bezorgd te zijn over de wetteloosheid aan de vooravond van de verkiezingen van 29 juni.

Ik wil niet verhullen dat ik en alle leden van mijn team ons grote zorgen maken over het geweld en de onveilige situatie in sommige delen van het land”, aldus Vranitzky. Hij deed “een zeer krachtig beroep” op de Albanezen om “hun toekomst niet te bouwen op geweld”.

Grote delen van Albanië, vooral in het zuiden, zijn nog altijd onveilig. Gewapende benden beheersen hele streken en de grote steden worden nog altijd bestuurd door comités die van het centrale gezag in Tirana niets willen weten. Met het oog op de verkiezingen is al een aantal OVSE-waarnemers in Albanië gestationeerd. Zij kunnen zich echter in grote delen van het land niet verplaatsen zonder te worden beschermd door soldaten van de internationale troepenmacht. Een van hen klaagde gisteren dat de toestand in Albanië onveiliger is dan in het verleden in Bosnië. De OVSE liet gisteren weten voor de verkiezingen geen waarnemers te zullen sturen naar gebieden die onveilig worden geacht.

In Albanië vallen nog dagelijks doden bij ongelukken, overvallen en wraakacties met de wapens die begin dit jaar bij de plundering van militaire opslagplaatsen in handen van burgers zijn gevallen. In de stad Lezhë werd gisteren een politieman vermoord. In Tirana kwam het bij een gevangenis tot een vuurgevecht tussen de politie en een aantal mannen die een poging deden de man te bevrijden die vorige week een moordaanslag op president Berisha pleegde. Ze werden door de politie verdreven.

In Albanië zijn de politieke partijen het nog altijd niet eens over de verkiezingen. De regering van president Berisha heeft sommige eisen van de oppositie gedeeltelijk ingewilligd. Zo besloot ze het uur waarop het uitgaansverbod van kracht wordt te verschuiven van negen tot tien uur 's avonds en het uitgaansverbod op de verkiezingsdag helemaal op te schorten. (Reuter, AP)