Airbus wil met 'superjumbo' Boeing aftroeven

Airbus overweegt een A3XX-'superjumbo' voor 550 tot 900 passagiers te ontwikkelen. Het zal een ingrijpend besluit worden. Doet Airbus het niet dan kan het geen volwaardige concurrent van het Amerikaanse Boeing worden.

TOULOUSE, 9 JUNI. “Het is een geweldige gok. Maar als wij er niet in slagen in dit marktsegment voor de allergrootste vliegtuigen voet aan de grond te krijgen, is het voortbestaan van Airbus in zijn geheel in gevaar.” Philippe Jarry, vice president marktontwikkeling van Airbus, is speciaal belast met het A3XX-project, het passagiersvliegtuig dat in één keer een eind moet maken aan Boeings monopolie op de markt voor grote passagiersvliegtuigen. Jarry is, ondanks zijn professionele optimisme, tenslotte ook eerlijk. Hij geeft toe dat de ontwikkeling van zo'n supervliegtuig, voor het Europese luchtvaartconsortium de grootste uitdaging in zijn 25-jarige geschiedenis, nog met tal van onzekerheden is omgeven. “We zullen de A3XX alleen maken als er voldoende klanten bereid zijn om het toestel te bestellen. Gebeurt dat niet, dan komt de A3XX er niet. Zo eenvoudig is dat.”

Toch is Jarry ervan overtuigd dat een groter vliegtuig dan de Boeing 747 er zal komen. “We weten dat het gebeurt, de vraag is alleen wanneer. Boeing zelf heeft enkele maanden geleden zijn plannen voor een vergrote Jumbo, de 747X genaamd, afgeblazen omdat er volgens de Amerikanen geen markt voor zou zijn. Airbus denkt daar uiteraard heel anders over. In Toulouse valt te beluisteren dat het besluit van de Amerikaanse concurrent vooral zou voortkomen uit het feit dat de luchtvaartmaatschappijen vinden dat een vergrote 747, een afgeleide van een in de jaren zestig ontwikkeld toestel, niet het antwoord is op hun wensen en die van de luchtreizigers.

Jarry is er trouwens zeker van dat zodra Airbus besluit de A3XX te lanceren, Boeing onmiddellijk zal besluiten toch met een New Large Aircraft te komen. “Ze houden alle mensen die aan dat project hebben gewerkt in huis”, zegt hij. De Fransman vergelijkt Boeing en Airbus met twee sportploegen, de ene in groene en de andere in gele shirts, de aanvallers en de verdedigers.

“Wij zijn als kleinere en opkomende ploeg altijd in de aanval en altijd is het Boeing die reageert. De mannen in de gele shirts houden zich nu even gedeisd en laten niet na alles te doen om ons zwart te maken, bij regeringen, de financiële wereld en het publiek. Ze roepen dat de belastingbetalers het geld dat in de A3XX verdwijnt nooit zullen terugzien.” Het politieke doel van de Amerikanen is in Philippe Jarry's ogen het behalen van “een goedkope overwinning”.

Airbus ziet wel degelijk een markt voor passagiersvliegtuigen met 550 of meer stoelen. Het consortium voorspelt dat het passagiersvervoer door de lucht de komende jaren gemiddeld met 5,2 procent zal groeien en dat het daardoor in twintig jaar bijna zal verdrievoudigen. Die groei betekent dat er elk jaar een hoeveelheid luchtpassagiers bijkomt die even groot is als het totale aantal luchtreizigers in het jaar 1967, het jaar waarin Boeing zijn 747 ontwikkelde.

In de visie van Airbus is er wel degelijk ruimte en behoefte aan een groter vliegtuig dan Boeings jumbo omdat zo'n toestel kan bijdragen aan het verminderen van de toenemende congestie op de luchthavens doordat het relatief minder vliegbewegingen nodig maakt. Daardoor zullen er op de airports minder nieuwe gates en vliegtuigparkeerplaatsen nodig zijn. In Toulouse hebben de experts uitgerekend dat de 747 nu al te klein is voor veel van de drukst bevlogen vliegroutes.

De A3XX moet 30 procent meer capaciteit bieden dan de 747 bij eenzelfde brandstofverbruik. Het moet een schoner, zuiniger en technisch uiterst geavanceerd vliegtuig worden met een radicaal nieuwe vleugel. Airbus streeft er volgens Philippe Jarry naar eind '98 de A3XX formeel aan de airlines aan te bieden. Als dat gebeurt moet het prototype in 2002 klaar zijn. Zijn er genoeg orders binnen dan wordt het toestel een jaar later officieel gelanceerd en zal het eerste vliegtuig nog datzelfde jaar worden afgeleverd.

Hoe belangrijk de A3XX dan ook voor Airbus' toekomst mag zijn, al te grote financiële risico's kan het consortium zich natuurlijk niet permitteren. De groep heeft trouwens nog enkele andere prioriteiten: want synchroon aan de poging om in het segment aan de bovenkant van de markt het gat op te vullen om de aartsvijand en trouwens ook de enige conconcurrent Boeing te evenaren, loopt het project om de produktfamilie ook aan de onderkant uit te breiden met een toestel met 100 zitplaatsen. Hiertoe is onlangs een samenwerkingsakkoord gesloten met China en Singapore. Pas dan zal Airbus zich over de hele linie kunnen meten met de Amerikanen.

Tegelijk met deze twee enorme opgaven heeft de Europese vliegtuigbouwer zich ten doel gesteld het losse samenwerkingsverband dat het nu nog vormt, om te smeden tot een echte onderneming die zich, uiteindelijk ook beursgenoteerd, flexibeler en nog meer marktgeoriënteerd, toegang weet te verschaffen tot de internationale kapitaalmarkt.

De omvorming tot éen echte vennootschap zal, zeker in het licht van de verrassende verkiezingsoverwinning van de Franse socialisten, nog moeilijk genoeg worden. De Franse invloed op Airbus is nu via Aérospatiale nog steeds omvangrijk.

Het gaat bij Airbus' plannen voor de bouw van de gigantische A3XX - geschikt voor 550 of meer passagiers, in charteruitvoering zelfs 900 - om groot geld en grote risico's. “Het is een geweldig beest. Het zijn eigenlijk twee vliegtuigen in één”, zegt Philippe Jarry. Hij schetst het beeld van een toestel met twee dekken, een bovendek voor 200 en een benedendek voor 350 passagiers. Een toestel dat, hoewel niet langer dan de Boeing 747 en ook passend binnen de geldende 'box-maat' van 80 meter voor de luchthavens ook op de vliegvelden en bij de luchtvaartmaatschappijen ingrijpende aanpassingen nodig zal maken.