Zwaluwspuug en kaviaar; Moeizame regulering van handel in wilde dieren

Volgende week begint in Harare een conferentie over de beperking van de handel in bedreigde en kwestbare diersoorten. Over het lot van de Afrikaanse olifant en de steeds grimmiger wordende tijgercrisis.

HOE MERK JE krokodillenhuiden en hoe pluk je verantwoord zwaluwnestjes? De komende twee weken staat de omgang met het commercieel waardevolle wilde dier centraal tijdens de tiende CITES-conferentie. Van 9 tot 20 juni is Harare in Zimbabwe de plaats voor samenwerking èn het strijdtoneel voor de 136 landen die inmiddels het in 1973 opgestelde Verdrag van Washington hebben ondertekend. Dat CITES-verdrag ('Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Flora and Fauna') reguleert de handel in bedreigde en kwetsbare soorten en hun onderdelen.

Op de twee- tot driejaarlijkse conferenties - dit wordt de tiende - wordt volop geschoven met lijstnoteringen. Het verdrag telt verschillende bijlagen. In de eerste bijlage staan de meest bedreigde soorten die volledig uitgesloten zijn van internationale handel. Andere bijlagen vermelden kwetsbare soorten die alleen met bepaalde vergunningen en ontheffingen verhandeld mogen worden. Tal van landen brengen voorstellen tot 'uplisting' of 'downlisting' in waarover op de conferentie gestemd zal worden. Ook de mogelijkheid van 'splitlisting' is doorgaans goed voor veel haarkloverij, waarbij wetenschap, handelsgeest en politiek vloeiend door elkaar lopen. Niet alle populaties of ondersoorten van een soort zijn even sterk bedreigd: die kunnen over de verschillende bijlagen verspreid worden.

De betrokkenheid van landen bij een soort die elders voorkomt, lijkt soms wat willekeurig. Zo trekt Nederland zich het lot aan van bepaalde kikkers op Madagascar. “Het hangt af van wat je als importerend land allemaal doet”, zegt Jan van Spaendonk, tijdelijk gedetacheerd beleidsmedewerker van het Nederlandse CITES-bureau van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. “Er zijn landen die nauwelijks levende vogels importeren, maar bijvoorbeeld weer wel grote hoeveelheden krokodillenhuiden. In Nederland is met name de handel in levende dieren van belang. Als je als Nederland in CITES kadervoorstellen indient, ligt het voor de hand dat die aandacht voor levende dieren wat groter is. In Nederland hebben we regelmatig invoer van kikkersoorten uit Madagascar. Op grond van wat je in zulke zendingen aan soorten aantreft, kun je besluiten onderzoek naar de situatie ter plekke uit te laten voeren. Dat hebben we gedaan, met als gevolg dat we nu bezig zijn met een voorstel om het hele geslacht Mantella in CITES onder te brengen.”

Via zo'n 75 voorstellen komt in Harare het lot van commerciële interessante dier- en plantsoorten onder de hamer. Hier een blik op de meest spraak- en smaakmakende.

TE LAND

De Afrikaanse olifant (Loxodonta africana) staat als vanouds weer hoog op de agenda. In de jaren tachtig is het aantal dieren vrijwel gehalveerd. Het stropen van olifanten is na instelling van een verbod op de ivoorhandel in 1989 sterk afgenomen, maar niet beëindigd. De zuidelijke Afrikaanse landen Botswana, Namibië en Zimbabwe willen dat hun populaties van bijlage 1 naar bijlage 2 van CITES verhuizen. Ze beogen verkoop van ivoor uit eigen voorraad aan Japan en internationale handel in jachttrofeeën, levende dieren en huiden. Onafhankelijke experts hebben geconcludeerd dat statuswijziging terecht zou zijn: de populaties in die landen staan er goed voor. Het grote punt is de hervatting van de ivoorhandel. Door gebrekkig toezicht is er een reële kans dat er illegaal ivoor van elders de handel binnensluipt. Onder meer het WWF vindt dat de handel in ivoor om die reden gesloten moet blijven.

Een vergelijkbaar geval is dat van de Zuidelijke witte neushoorn. Alle neushoornsoorten zijn sterk in aantal teruggevallen. Alleen de Zuid-Afrikaanse populatie van de Zuidelijke witte neushoorn (Ceratotherium simum simum) lijkt relatief veilig. Op de vorige CITES-conferentie, in 1994, werd Zuid-Afrika beloond voor het succesvolle beschermingswerk: handel in levende dieren en sportjacht werd toegestaan, maar niet de handel in hoorn. Zuid-Afrika wil nu een vooralsnog theoretische wijziging: het toestaan van handel in hoorns, maar voorlopig met een nul-quotum. Dat maakt hervatting van de handel in hoorn te zijner tijd mogelijk.

De steeds grimmiger tijger-crisis krijgt ook veel aandacht. Tijgers (Panthera tigris) zijn, verdeeld over verschillende soorten, deze eeuw met 95 procent afgenomen. Stroperij is inmiddels nog belangrijker dan verlies van leefgebied: allerlei tijgeronderdelen zijn gewaardeerde ingrediënten van Chinese traditionele medicijnen. Van de veertien voor tijgers belangrijke landen zijn vijf nog niet toegetreden tot CITES; andere passen de bijbehorende de regelgeving niet toe of bestrijden smokkel onvoldoende.

Finland, Bulgarije en Jordanië hebben onverwachts ambitieuze plannen opgesteld voor de bruine beer (Ursus arctos). Zij willen alle bruine beren van Azië en Europa strikte bescherming te bieden. De toenemende handel in gal en galblazen van beren, ook weer voor Chinese medicijnen, speelt daarbij een rol. Doordat de handel in beerproducten nog beperkt is in verhouding tot de totale aantallen dieren, is het voorstel volgens kenners nauwelijks haalbaar.

Venezuela komt met een wat slordig voorstel om de jaguar (Panthera onca), de grootste kat van Zuid-Amerika, wat minder fel te beschermen. Het land zou graag jachttrofeeën uitvoeren en zit bovendien met 'probleemdieren', die worden afgeschoten omdat zij zich vergrijpen aan vee. Maar het land kan niet overtuigend aangeven hoeveel dieren er nu werkelijk rondlopen.

TER ZEE

Ook wat betreft steuren ontbreken precieze cijfers, maar wat bekend is, is niet positief voor deze groep primitieve vissen (zie kader). Vier steursoorten vallen onder CITES, maar van de in totaal 25 soorten zijn er inmiddels vijftien in gevaar. Controle op steurvangst en kaviaarhandel is goeddeels afwezig. Duitsland stelt uitbreiding voor van het aantal soorten dat onder CITES valt. Daarnaast stelt het WNF voor druk uit te oefenen op Kazachstan, Azerbadzjan en Turkmenistan opdat die landen tot CITES zullen toetreden en regulering van de handel mogelijk wordt.

Al even hectisch is de handel in haaien en roggen. Recent onderzoek toont aan dat jaarlijks tussen de dertig en zeventig miljoen haaien worden gedood om aan de groeiende vraag naar haaievinnen en ander producten te voldoen. De jacht op haaien is nergens officieel geregeld. Daarbij is er vrijwel niets bekend over aantallen haaien in het wild. Voor vier tot zeven zaagvissen, rogachtigen van (sub)tropische zeeën geldt hetzelfde: in diverse onderdelen wordt gehandeld, soorten worden mogelijk met uitsterven bedreigd, maar gegevens zijn er nauwelijks. De Verenigde Staten stellen voor zaagvissen alvast een plek op bijlage 1 te gunnen.

Op diezelfde bijlage staan al alle zeeschildpadden, waaronder de karetschildpad (Eretmochelys imbricata). Door hun nomadische leefwijze zijn deze zeedieren moeilijk te beschermen. Japan heeft een levendige illegale handel in schilden. Cuba stelt voor de 'Cubaanse' karetschildpadden door plaatsing op lijst 2 beperkt vrij te geven voor de handel met Japan. Kenners vermoeden dat die dieren deel uitmaken van de grotere Caribische populatie, die er als geheel slecht voor staat.

Japan en Noorwegen zullen ervoor zorgen dat de jacht op bepaalde walvissen uitvoerig aan bod komt. Maar de kans is gering dat ze via CITES het moratorium van de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) kunnen omzeilen.

IN DE LUCHT

De intensieve internationale vogelhandel is aan voortdurende ontwikkelingen onderhevig. Inmiddels staan meer dan tweehonderd vogelsoorten op bijlagen 1 en 2 van CITES. Onder meer door Nederland wordt een flink aantal nieuwkomers op beschermingslijsten voorgesteld, zoals de populaire Japanse nachtegaal (Leiothrix lutea). Enkele papagaaiachtigen komen inmiddels voor de strengste bescherming in aanmerking.

Een apart geval is dat van de Salanganen, gierzwaluwen van het geslacht Collocalia. Die leveranciers van in Azië graag gegeten zwaluwnestjes krijgen sinds kort bezorgde aandacht. De uit speeksel vervaardigde nestjes van deze in Zuidoost-Aziatische grotkolonies broedende vogels laten zich makkelijk grootschalig oogsten en de vraag naar ingedroogd zwaluwspuug loopt uit de hand. Zeker is dat in enkele leefgebieden de populaties zijn afgenomen. In Harare zullen methoden voor verstandig oogsten worden besproken.

De steur in cijfers

Wellicht is de wereldpopulatie van steuren er recent vijftig tot zeventig procent op achteruitgegaan. Intensieve bevissing en kaviaarhandel zijn acute bedreigingen. Negentig procent van alle kaviaar komt op dit moment uit het gebied van de Kaspische Zee, met drie soorten als leveranciers: de Europese huso (Huso huso), de Güldenstaedt-steur (Acipenser gueldenstaedti) en de spitssnuitsteur (A. stellatus). Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn vangstbeperkingen en controle weggevallen en worden voorheen verboden vismethoden toegepast. De vangsten lopen sterk terug: Rusland bereikte in 1994 slechts eenvijfde van de steurvangst van 1990. Veelzeggend is ook het aantal getelde steuren dat rivieren optrekt om te paaien. Vroeger trokken zo'n 25.000 huso's stroomopwaarts in de Wolga: dat aantal is nu ten minste gehalveerd, tot rond de twaalfduizend. De rivier Oeral telde vroeger een miljoen trekkende spitssnuitsteuren; in 1991 waren dat er nog tweehonderdduizend en sindsdien is het aantal vermoedelijk scherp verder gedaald.

In 1996 bracht het gebied van de Kaspische zee naar schatting 270 ton aan kaviaar op. Het eigen gebruik in de voormalige Sovjet-Unie is drastisch afgenomen. Men richt zich nu sterk op de export-markt; Iran exporteert tegenwoordig het merendeel van de kaviaaropbrengst. Belangrijkste afnemers van Kaspische kaviaar zijn de Europese Unie, Japan en de VS, met respectievelijk zo'n tweehonderd, honderd, en zeventig ton aan kaviaar per jaar. Binnen de EU is Frankrijk koploper, met een jaarlijkse import van tachtig ton, waarvan zestig voor eigen consumptie. Buiten deze geregistreerde cijfers om spelen ook nog grootscheepse stroperij en illegale handel een rol.

Bron: TRAFFIC ('Species in danger'-serie)