Wim Duisenberg bestrijdt Franse EMU-twijfels

NOORDWIJK, 7 JUNI. Wim Duisenberg, nog enkele weken president van De Nederlandsche Bank (DNB), heeft gisteren op indirecte wijze geprobeerd de deze week aangetreden socialistische Franse regering te verlossen van haar EMU-twijfels. Mogelijk speelden ook de Duitse bugettaire troebelen en omstreden pogingen die op te lossen door Duisenbergs achterhoofd.

Niet het versoepelen van de EMU-eisen biedt regeringen de benodigde flexibiliteit om de welvaartsstaat overeind te houden, zo bezwoer Duisenberg, maar juist het strak hanteren daarvan. De aankomend president van het Europees Monetair Instituut sprak gisteren tijdens een internationale conferentie in Noordwijk. Hij zei een aantal misverstanden over de EMU-criteria te willen wegnemen. Zijn opmerkingen lijken onder meer gericht aan het adres van de Fransen.

De nieuwe linkse regering in Frankrijk maakt er geen geheim van voorstander te zijn van een soepeler uitleg van de toetredingscriteria voor de EMU, zoals een begrotingstekort van hooguit 3 procent van het bruto binnenlands product. De nieuwe regering wil niet zozeer het Verdrag van Maastricht openbreken als wel de toepassing ervan ter discussie stellen.

Strikte interpretatie van de EMU-afspraken is belangrijk voor de levensvatbaarheid van de monetaire unie, meent Duisenberg. Alleen met EMU-rijpe landen kunnen grote economische schokken die zich in een of meer EMU-landen voordoen, worden opgevangen omdat die landen financieel-economisch dicht naar elkaar toe zijn gegroeid. Dat het wisselkoersinstrument er binnen de EMU niet meer is, is volgens Duisenberg niet zo'n probleem. Het opvangen van schokken via bijvoorbeeld devaluatie levert een land in een open economie als de Europese uiteindelijk alleen maar hoge inflatie op.

Aanpassing van concurrentieverhoudingen moet juist komen van een flexibele arbeidsmarkt, aldus Duisenberg. Bovendien leidt het bestaande wantrouwen van de financiële markten tegenover budgettair en monetair zwakke landen alleen maar tot grotere schommelingen in de valutakoersen.

Het enkele maanden terug in Dublin overeengekomen stabiliteitspact leidt er volgens Duisenberg niet toe dat de rol van het begrotingsbeleid als stabiliseringsinstrument is uitgespeeld. De EU-lidstaten hebben afgesproken hun begrotingssaldo dichtbij een evenwicht te brengen of in een overschot om te zetten. Zo'n evenwichtige begroting biedt juist speelruimte om een ongunstige conjunctuurontwikkeling op te vangen zonder dat daarmee de 3-procentsnorm wordt overschreden. “Wat binnen het stabiliteitspact echter niet kan, is het benutten van flexibiliteit die je eigenlijk al niet meer hebt.”