Willem Oorebeek hekelt 'snelle' reclame in Biennale-inzending; 'Ik wil de traagheid terug in het kijken'

De kunstenaar Willem Oorebeek richt samen met Aernout Mik het Nederlandse paviljoen in op de Biennale in Venetië die op 15 juni open gaat. Hij maakt gebruik van bestaande foto's, veelal afkomstig uit de reclame. “Ik wil deze figuren ontdoen van de betekenis die ze normaal in de reclame hebben”, zegt Oorebeek.

AMSTERDAM, 7 JUNI. “Onlangs hing Brussel vol met parfum-flesjes, getekend door Andy Warhol. Door de hele stad waren ze te zien, in bushokjes, op reclamezuilen, overal die Chanelflesjes, twintig jaar geleden getekend - prachtig was dat. Het zei ook zoveel: over Warhol, zijn blik, zijn visie, maar ook over de beperkte vermogens van de huidige reclamemakers. De circulatie van reclame is tegenwoordig zo hoog dat reclame steeds sneller met nieuwe ideeën moeten komen die er bij het publiek steeds steviger inhakken. Vroeger kon een slogan 15 of 20 jaar bestaan, tegenwoordig werkt het alleen nog maar bij de gratie van de eerste blik en de eerste kick.”

Willem Oorebeek (1953) praat graag over reclame en tijdschriften. De kunstenaar, die deze zomer samen met Aernout Mik Nederland zal vertegenwoordigen op de Biennale van Venetië, brengt regelmatig uren door boven allerlei Vogues, Cosmopolitans en Burda's. Daar selecteert hij foto's uit die hij overbrengt op litho's die hij drukt in een oplage van twee of drie exemplaren. Daarmee maakt hij wandvullend 'installaties' op de muren van musea of galeries. Meestal gaan die beelden over de werking van de massamedia, wat wordt versterkt doordat de drukken altijd zijn opgebouwd uit een duidelijk zichtbaar raster, 'de moleculen van de druk', zoals Oorebeek ze noemt. Juist door de opvallende zichtbaarheid van de stippen creëert Oorebeek een afstand tussen onderwerp en beschouwer.

Een paar jaar geleden richtte Oorebeek de 'Vertical Club' op: een reeks modellen, gelithografeerd en op een lange muur geplakt, die de toeschouwer direct aankijken en er alles aan lijken te doen hem verlokken. We zien een mollige blondine poserend met een telefoon in haar hand, of een meisje in een bananenrokje, uit de Chiquita-reclame. Allemaal staren ze naar jou, de toeschouwer, en het lijkt of ze iets van je willen, maar door hun ongebruikelijke plek en zwart-witte uiterlijk wordt niet altijd duidelijk wát.

“Ik wil deze figuren ontdoen van de betekenis die ze normaal in de reclame hebben”, zegt Oorebeek. “Ik vind die modellen vaak zo tragisch: op het moment dat de flits van de fotograaf afgaat zijn ze eigenlijk verloren, dood. Ze leven wel verder, maar hun afbeelding wordt iets publieks, een beeld dat naar gelieven kan worden ingevuld. Er hangt daardoor een diepe tragiek om die mensen, alsof hun persoonlijkheid is geïmplodeerd, geplatplodeerd zeg maar.”

Die aandacht voor de consequentie en uitwerking van het afbeelden is typisch voor Oorebeeks werk dat juist om die reden vaak niet erg nadrukkelijk aanwezig is. In Museum Boijmans Van Beuningen is nu bijvoorbeeld het project 'Muren' te zien. Het dringt zich allesbehalve op, wat nog wordt versterkt doordat de 'muren' worden gebruikt als achtergrond voor het exposeren van andere werken uit de collectie.

“Veel dingen die ik doe, hebben te maken met het probleem van de zichtbaarheid”, zegt Oorebeek. “De hele beeldcultuur van tijdschriften, televisieprogramma's maar ook van steeds meer beeldende kunst is steeds sterker gebaseerd op directe consumptie. Ik wil de moeizaamheid, de traagheid weer terugbrengen in het kijken. Het gevoel dat iets niet ophoudt als je het gezien hebt, dat het niet even snel geverifieerd en geconsumeerd kan worden. Daarom wil ik ook graag dat je mijn werk niet in een oogopslag kunt zien.”

Op de Biennale was Oorebeek nog nooit geweest (“ik hou niet van dat soort instituten”). Toen Aernout Mik en hij op het Giardini di Castello aankwamen 'schrok hij zich te pletter'. “Dat Rietveld-paviljoen is zo open, zo direct: het is een soort erezaal, waar alles is bedoeld om vanaf de ingang gezien te worden - typisch zo'n gebouw waar in de jaren vijftig schilderijen werden geëxposeerd. Aernout en ik hebben onmiddellijk besloten dat we daar vanaf wilden. Aernout kwam vervolgens op het idee om een muurtje te bouwen van anderhalve meter hoog, waar je net overheen kunt kijken. Het is een obstakel dat die panoramische blik opheft. Een soort biggenkot, maar dan heel zuiver en heel zinnelijk, waar je toch niet omheen kunt.”

Zelf zal Oorebeek op één wand een afsplitsing van zijn Vertical Club maken: twee fotomodellen ('voor rokjes geloof ik') en een afbeelding van een Japanse prins. “Hij figureert op een oude foto van keizer Hirohito in een besloten, zogenaamd informele bijeenkomst op het paleis, ter gelegenheid van Hirohito's verjaardag. Een stuk of drie fotografen zijn uitgenodigd om die bijeenkomst vast te leggen. Om alles zo informeel mogelijk te laten lijken moest het prinsje klaarblijkelijk gaan spelen.”

Op een andere wand zullen, geheel in de geest van Oorebeeks fascinatie voor reproductie, fragmenten van lichaamsdelen te zien zijn die hij het afgelopen half jaar uit tijdschriften heeft gehaald. “Het zal er wel een beetje macaber uitzien: één afbeelding is bijvoorbeeld een been dat is opgevist uit de maag van een krokodil. Op een bepaalde manier gepresenteerd kan het, hoe onwerkelijk het ook is, heel pijnlijk worden om te zien. Toen ik daar bijna een maand mee bezig was, werden in België die lijken gevonden, die in delen in plastic zakken waren gedaan. Zelf vind ik het op het niveau van het beeld al intrigerend genoeg: het idee dat je kunt snijden waar je maar wilt.”

Het gebruik van de eeuwenoude lithotechniek, waarvoor hij naar eigen zeggen al een voorliefde heeft sinds de academie, maakt een belangrijk onderdeel van zijn werk uit. “Wat me bij lithograferen altijd heeft geïntrigeerd, is de ongelooflijke hoeveelheid conventies die er omheen zijn gecreëerd. Voor een klassiek lithograaf moet de ene druk exact op de andere lijken, pure herhaling, reproductie. De oplage moet van nummer één tot nummer 140 identiek zijn, en vervolgens nummeren ze de oplage om ze te onderscheiden van elkaar - belachelijk! Het kost ongelooflijk veel tijd om je te ontworstelen aan dat idee.

“Juist daarom maak ik vaak oplages van één of twee exemplaren, die ik af en toe, op verschillende plaatsen in mijn werk laat opduiken. Zo geef ik die modellen een 'nabeeld', dat veel menswaardiger is dan het verblijf in die reclamestroom, of eigenlijk bedoel ik beeldwaardiger. Even hoeven ze niet te bestaan in dat enorme plan dat er voor ze bedacht is, even hoeven ze niet aan dat ideaal te voldoen. Kunnen ze tot rust komen.”