'We moeten greep krijgen op ons lot'; Prinses Elizabeth Bagaaya van Toro over de Afrikaanse Renaissance

Prinses Elizabeth Bagaaya van Toro sloot zich in 1979 aan bij de leider van Oeganda's revolutie, Yoweri Museveni. “Hij is een pragmaticus, geen ideoloog.” Een vraaggesprek.

RENKUM, 7 JUNI. “Dit is mijn grootvader”, zegt ze, “koning Oyo Nyimba Kabambaiguru Rukiidi IV van Toro.” De prinses laat een vergeelde foto zien uit 1906. Daarop poseert een Afrikaanse vorst, omringd door hovelingen, met de hertog van Savoye, een reislustige Italiaan van koninklijken bloede. Op de achtergrond rijst het imposante silhouet op van de Ruwenzori, een bergketen op de grens tussen het huidige Oeganda en Congo/Zaïre. Pas aan het einde van de negentiende eeuw drongen Europeanen door in deze legendarische 'Bergen van de Maan', op zoek naar de bronnen van de Nijl.

Het hoogland van Oeganda met zijn grote meren voedt tal van Afrikaanse rivieren, waaronder de Nijl en de Congo. Tegenwoordig geldt het ook als een politieke inspiratiebron. Nog voor de omwentelingen in de Hoorn en aan de Kaap voltrok zich hier de overgang van de post-koloniale periode, getekend door geweld, nepotisme en machtsmisbruik, naar een nieuw Afrika, dat zijn dictators aan de kant zet en hecht aan behoorlijk bestuur, democratie en een vrije markt. Een Afrika dat zijn eigen tradities niet langer verwerpt, maar herwaardeert in het licht van nieuwe omstandigheden.

Prinses Elizabeth Bagaaya van Toro is de verpersoonlijking van deze Afrikaanse Renaissance. Ze groeide op aan een koninklijk hof in Oeganda, bracht de swinging sixties door in de jet set van Londen en New York, sloot zich in 1979 aan bij de leider van Oeganda's revolutie, Yoweri Museveni, en spant zich in voor behoud van de Afrikaanse cultuur. Ik ontmoet de prinses in het Gelderse Renkum, ten huize van een diplomaat die onlangs de Nederlandse ambassade in Kampala heropende. Eind mei was ze te gast op het Festival Mundial in Tilburg.

Elizabeth is de oudste dochter van de voorlaatste koning van Toro, een vorstendom in het zuidwesten van Oeganda, en bracht haar jeugd door in het koninklijk paleis aan de voet van de Ruwenzori-bergen. Ze bezocht eerste-klas kostscholen en studeerde rechten in Cambridge. Toen haar vader, de koning, in 1965 overleed, keerde ze terug naar Oeganda en nam de rol op zich van batebe, 'eerste prinses' en raadgever van haar broer, koning Patrick Olimi Kaboyo.

Prinses Elizabeth: “Het is een oude traditie in Toro, dat de koning de troon bestijgt in gezelschap van zijn oudste zuster, die terugtreedt zodra haar broeder overlijdt. Die traditie delen we met het oude Egypte. Onder de hoogste adviseurs van de koning waren vanouds drie vrouwen - de koningin-moeder, de koningin en de eerste prinses - en slechts één man, de leider der prinsen. Een man kon vroeger een leger op de been brengen om de koning af te zetten, een vrouw niet. De vrouwelijke dignitarissen aan het hof waren geen bedreiging voor de koning en vormden een tegenwicht tegen mannelijke pretendenten.”

Premier Milton Obote, die na de onafhankelijkheid van Oeganda, in 1962, aan de macht kwam, moest niets hebben van het traditionele koningschap. Naar eigen zeggen omdat hij het een achterhaald instituut vond, volgens prinses Elizabeth omdat het “gezag van de vorsten knaagde aan zijn ego”. In 1967 schafte Obote met één pennenstreek de vier monarchieën van Oeganda af. De koninklijke familie van Toro ging in ballingschap. Elizabeth Bagaaya stortte zich met de hulp van prinses Margaret van Engeland en haar man, de fotograaf Lord Snowdon, in de modewereld en maakte furore in Londen en New York. In het zomernummer van 1968 nam Vogue een fotoserie met haar op, die over vier pagina's werd afgedrukt. Nooit eerder was een zwart model die eer te beurt gevallen.

In 1971 werd Obote opzij gezet door een voormalige sergeant van het Britse koloniale leger, Idi Amin Dada. Elizabeth: “Toen besloten we terug te keren naar Oeganda. Wij hadden zelf geen rol gespeeld bij de installering van Amin, dat was het werk van Westerse inlichtingendiensten. Hij was aanvankelijk heel populair, omdat hij korte metten had gemaakt met Obote”, aldus Elizabeth, die in 1974 een half jaar lang zelfs Amins minister van Buitenlandse Zaken was. Maar: “Onze blijdschap was naïef, want wie een dictator afzet, is nog geen goede leider. Zodra we beseften dat hij zelf een dwingeland was, hadden we als Oegandezen iets tegen hem moeten ondernemen, maar dat is niet gebeurd. Daar was een Yoweri Museveni voor nodig. Hij bevocht zowel Obote als Amin. Het was voor ons volk een nieuwe ervaring dat er iemand opstond en zei: we moeten ons ontdoen van deze slechte leiders, we moeten ons lot in eigen hand nemen'.”

In 1979 sloot Museveni's Front for National Salvation zich aan bij de strijdkrachten van buurland Tanzania, die Oeganda binnenvielen om Idi Amin te verjagen. Toen maakten Elizabeth en haar broer, de afgezette koning Patrick, kennis met de guerrillaleider. De prinses: “Sindsdien hebben we samengewerkt. Via ons kreeg Museveni de steun van Toro. We voerden samen campagne in de jaren 1979-'80. Toen die verkiezingen gemanipuleerd bleken door Obote, weken we opnieuw uit naar het buitenland.”

De prinses spreekt met waardering over de huidige president van Oeganda: “Museveni is een pragmaticus, geen ideoloog. Hij komt uit een milieu van nomadische veehouders en staat heel dicht bij de natuur. Juist daarom heeft hij begrip voor de volkscultuur. Aan de Universiteit van Dar es Salaam, Tanzania, studeerde hij politieke wetenschappen en economie. Die combinatie van intellectuele bagage en guerrilla-ervaring is zeldzaam in Afrika. Museveni is wars van intriges, recht-door-zee en weet precies wat hij wil. Maar hij kan zich ook schikken naar anderen. Wie in een vijandige omgeving koeien drijft, moet samenwerken.”

In 1993, zeven jaar nadat Museveni met zijn National Resistance Army (NRA) het tweede regime-Obote had verdreven, besloot de president drie van de vier oude koninkrijken van Oeganda te herstellen, zij het als louter culturele instituten, zonder juridische of politieke macht. Prinses Elizabeth ziet dit niet als een stap terug: “Onder Museveni heeft Oeganda gekozen voor een politiek van nationale verzoening. In alle maatschappelijke geledingen worden positieve elementen gezocht, die kunnen bijdragen tot nationale eenheid. Zo heeft Museveni alle militairen die zijn NRA hebben bevochten, geïntegreerd in de strijdkrachten. Persoonlijkheden uit verschillende politieke partijen zijn opgenomen in de regering. Die nationale eenheid is ook het leidende beginsel achter de restauratie van de monarchieën. Niet zozeer de koninkrijken zelf, maar hun culturele tradities worden erkend als een positieve kracht. Hun belangrijkste merite is dat zij waarachtig Afrikaans zijn. Ze maken deel uit van onze identiteit. De uitdaging is ze te modelleren overeenkomstig moderne verhoudfingen. Het is beter wat van jezelf is te veranderen, en te accepteren dat dit moet gebeuren, dan klakkeloos andermans modellen over te nemen.”

In de post-koloniale periode was Afrika getuige van nepotisme, corruptie, machtsmisbruik en veel geweld. Waaraan zijn deze uitwassen te wijten? De prinses: “Het heeft ons lange tijd ontbroken aan politiek leiderschap. Het koloniaal bestuur heeft ons politiek bewustzijn niet bevorderd en na de onafhankelijkheid hebben we de controle verloren. Negatieve verschijnselen kregen de overhand. Dat is nu aan het veranderen, van de Kaap tot Congo. We dienen greep te krijgen op ons eigen lot en politiek leiderschap moet richting geven aan dit proces. Dat vereist discipline en dat is onze grootste uitdaging. Macht is niet voldoende, leiderschap dient democratisch te zijn, gevoelig voor menselijke noden en beginselvast.”

President Museveni beziet politieke partijen als een ongewenste erfenis van de laat-koloniale periode en de prinses is het met hem eens: “In Afrika heeft dat systeem grote verdeeldheid in de hand gewerkt tussen etnische en religieuze groepen. Democratie is een universele waarde, partijen zijn dat niet. Alomvattendheid is een wezenstrek van de Afrikaanse politieke traditie. Ik zeg niet dat dit nooit zal veranderen, maar op dit moment, nu we achterliggen bij andere naties, kunnen we ons geen vorm van democratie veroorloven die de nadruk legt op tegenstellingen. Wat we nu nodig hebben, is nadruk op wat ons bindt.”

De Verenigde Staten wekken de indruk ingenomen te zijn met Museveni's Oeganda. Is dat ook zo? Elizabeth: “Vergist u niet, de Amerikanen hebben een lange weg afgelegd en ze zijn nog steeds niet ingenomen met Museveni's denkbeeld van een democratie zonder partijen. In de beginjaren van zijn presidentschap was ik ambassadeur van Oeganda in de VS. Reagan was president en in het State Department dacht men dat Museveni een communist was. Ik wist dat de enige manier om hen van gedachten te doen veranderen was hen te confronteren met Museveni en ik heb hard geknokt voor zijn bezoek aan Washington. Gelukkig had ik goede contacten uit mijn modellentijd. Ik kreeg hulp van Jacqueline Kennedy en van de eigenaar van Vogue, die destijds een hoge post bekleedde bij Buitenlandse Zaken. Museveni kwam, hij werd ontvangen en is begrepen. Dit was goed voor de beweging. De Amerikanen accepteerden dat er in Afrika een nieuw soort leiderschap was opgestaan, een nieuwe kracht.”