Van de bijstand in de drup

Bij McDonald's in Chicago is het aanvangssalaris nu 7 dollar per uur. Met een veertigurige werkweek en de wisselkoers van 1,95 gulden per dollar, komt dat neer op 2.375 gulden per maand. Vrijwel vergelijkbaar met het Nederlandse minimumloon, zij het met een iets langere werkweek. Maar er is één heel groot verschil tussen McDonald's in Chicago en McDonald's in Coevorden.

In Nederland moet iedereen - ook met minimumloon of Melkertbaan - nog ten minste 300 gulden per maand afdragen aan belasting en premies. In de Verenigde Staten hebben mensen met een laag inkomen daarentegen recht op een teruggaaf door de belastingdienst. Die kan oplopen tot 500 gulden per maand voor aleenstaande ouders. Desgewenst boekt de belastingdienst dit bedrag elke maand terug. Overigens prefereren veel Amerikanen liever één keer per jaar een teruggaaf van een paar duizend gulden, om tenminste hun schulden af te kunnen lossen of een nieuwe wasmachine te kopen.

De belastingdienst neemt (Nederland), de belastingdienst geeft (Amerika): een alleenstaande ouder met een voltijdbaan is in de Verenigde Staten al gauw een paar honderd gulden per maand beter af dan een Nederlandse minimumloner. Gelukkig krijgt de benarde positie van alleenstaande ouders met een lager inkomen ook in Nederland steeds meer aandacht. Nu bestaat nog de pijnlijke situatie dat een alleenstaande vader of moeder met twee kinderen die een baan aanneemt tegen het minimumloon er financieel vaak op achteruit gaat, omdat het loon nauwelijks hoger is dan de bijstand, maar werkende ouders wél kosten gaan maken voor kinderopvang. Zou u weten hoe de gemeentelijke sociale dienst met goed fatsoen zo'n alleenstaande vader of moeder kan begeleiden naar een laagbetaalde baan?

En de situatie is nog absurder. Niet alleen verliest een alleenstaande ouder bij de overgang van bijstand naar een laag betaalde baan, ook de gemeente lijdt financiële schade. Vertrekt iemand uit de bijstand, dan levert dat de gemeente in eerste instantie ongeveer 2.100 gulden per jaar op, omdat de gemeenten op dit moment 10 procent moeten betalen van de uitkeringslasten in de bijstandswet. Tegenover dat voordeel voor de gemeente staat echter meestal een groter nadeel. In 265 gemeenten is de algemene uitkering van het Rijk uit het Gemeentefonds gekoppeld aan het aantal bijstandsgerechtigden. Eén persoon uit de bijstand, betekent 2.400 gulden minder uit het Gemeentefonds. Trek dat af van de uitgespaarde 10 procent op de uitkering, en ook de gemeente gaat erop achteruit.

Dit geldt ook wanneer een gemeente zich extra inspant om misbruik van de bijstand op het spoor te komen. Alle kosten van betere controle zijn voor de gemeente; het Rijk boekt 90 procent van de uitgespaarde uitkeringen en hoeft bovendien de gemeente dan voortaan minder te betalen via het Gemeentefonds. Toen ik onlangs een lezing hield in Rotterdam over het omzetten van uitkeringsgeld in werk, was dan ook de reactie: “U weet toch dat het de gemeente geld kost wanneer het beroep op de bijstand afneemt?” En bij een recente conferentie op Nijenrode zei het hoofd sociale zaken van Z.: “Wij hebben in Z. veel mensen kunnen helpen met de overgang van uitkering naar werk, maar wij zijn bang dat we onze onspanningen nu moeten temperen, omdat het Z. te veel geld kost.”

Ik hoop dat onze politici niet wachten tot het volgende regeerakkoord om deze dubbele absurditeit te corrigeren. Waarom niet op dit ene punt het succesvolle Amerikaanse voorbeeld gekopieerd, met een teruggaaf door de belastingdienst aan iedereen die vier of vijf dagen per week werkt, maar niet veel verdient? En ook de financiële regels tussen Rijk en gemeenten zijn dringend toe aan correctie. Het huidige kabinet denkt eraan om de gemeenten steeds meer financieel verantwoordelijk te maken voor de uitvoering van de Bijstandswet. Betaalt de gemeente nu slechts 10 procent, straks wordt ook de complete 'bijzondere bijstand' een taak van de gemeente, die dan voor 20 à 25 procent mee betaalt.

Op het congres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten eerder deze week bleek nog eens dat gemeenten huiverig staan tegenover die verandering. Want wat moet de gemeente doen wanneer opeens het aantal bijstandsontvangers sterk toeneemt, omdat de werkloosheid stijgt? Nu al hebben gemeenten als Rotterdam, Kerkrade en Groningen het moeilijk vanwege een hoge werkloosheid; straks moet daar de gemeentelijke belasting nog eens extra omhoog wanneer de werkloosheid zou stijgen. Dat jaagt bedrijven en burgers weg. Toch is het belangrijk dat gemeenten zelf voor een deel de vruchten kunnen plukken van een goed beleid en niet - zoals nu - verlies lijden wanneer veel burgers uitstromen uit de bijstandswet. Een sociale dienst kan beter werken en de wethouder beter plannen wanneer hun inspanningen èn iets opleveren voor de cliënt èn gunstig zijn voor de gemeente.

Een Haagse commissie, gelukkig broederlijk geleid door Financiën en Sociale Zaken, heeft de urgentie onlangs nog eens goed aangegeven, maar helaas nog niet de beste oplossing laten uitwerken. De ambtenaren zoeken naar een manier om de financiële bijdrage van het Rijk in de kosten van de bijstand te berekenen met een vaste, wiskundige formule die niet meer op en neer gaat met het aantal cliënten in de bijstand. Maar wat moet de gemeente dan doen wanneer opeens het aantal cliënten stijgt, terwijl de formule stug uitkomt op dezelfde bijdrage als vorig jaar? De gemeentelijke belastingen verhogen, precies op een moment dat de werkloosheid toch al tegenvalt?

Een andere methodiek dringt zich op, namelijk om de gemeente eenmalig een koopsom te geven van het Rijk voor elke nieuwe cliënt in de bijstand. Voor net afgestudeerde studenten kan het bedrag heel laag zijn; voor een 45-jarige laaggeschoolde ex-werknemer is een veel hogere koopsom passend. Het Rijk betaalt dan eenmalig per nieuw geval, een methodiek die overigens nu al gebruikelijk is in de ziekenhuizen. Als dan de gemeente snel en efficiënt werkt blijft er geld over. Ook heeft zo'n systeem met een eenmalige koopsom aan de gemeente per nieuwe cliënt het grote voordeel dat de gemeente veel meer vrijheid heeft om geld in te zetten voor scholing, begeleiding of loonkostensubsidie. Misschien een voorzichtig experiment waard in één van onze steden?