Robeco vertrouwt op de euro

In de week dat de twijfel over de invoering van de euro groter was dan ooit, lanceerde vermogensbeheerder Robeco twee beleggingsfondsen die vooruitlopen op Europese eenwording. “Het zou mij niet verbazen als wij over een paar maanden meer dan een miljard gulden vermogen in deze fondsen hebben”, zegt dr. J. Leenaars, als lid van het beleidscomité van Robeco verantwoordelijk voor de coördinatie voor de particuliere markten.

De Duitse goudtwist en de socialistische verkiezingsoverwinning in Frankrijk hebben bij Robeco in elk geval geen twijfel gewekt over het doorgaan van 'project euro', zo maakt Leenaars duidelijk. “Wij denken dat de euro er komt. De geld- en kapitaalmarkten en de Europese economiëen zijn al zo ver geconvergeerd. De huidige politieke turbulentie is van voorbijgaande aard, de financiële markten denken er niet anders over.”

De twee Euro-beleggingsfondsen die Robeco op de markt brengt, gaan beleggen in in effecten met een vaste rente. Het gaat om obligaties van de landen die nu in de kopgroep van de Europese en Monetaire Unie zitten: Nederland, België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Luxemburg en Oostenrijk. De twee Euro-fondsen, die 15 juni notering aan de Amsterdamse effectenbeurs krijgen, maken wel gebruik van twee typische Nederlandse fiscale kenmerken.

Het Euro Obligatie DividendFund keert alle ontvangen inkomsten als dividend uit en mikt op particuliere beleggers die hun dividendvrijstelling voor de inkomstenbelasting (2.000 gulden voor een gezin, 1.000 gulden voor een allenstaande) willen benutten. Het Euro Obligatie GroeiFund betaalt zelf 35 procent vennootschapsbelasting over de inkomsten, zodat de belegger de verdere inkomsten en koersresultaten belastingvrij kan incasseren.

Onder particuliere beleggers heeft Robeco bij marktonderzoeken een vergelijkbaar optimisme aangetroffen als zijzelf heeft. “Nederlandse klanten zullen dit goed ontvangen. Die geloven dat de euro er komt.”

De beleggingen van de twee fondsen hebben een looptijd van zeven à acht jaar, wat hen in de scenario's van Robeco een wat hoger risicoprofiel geeft dan “zusterfondsen” als Divirente en Florente, maar ook een wat hoger rendement. Robeco constateert dat in de Europese kopgroep, die Leenaars alvast aanduidt als Euroland, nog wel verschillende nationale valuta's bestaan, maar dat het risico van grote schommelingen in de wisselkoersen sterk is gereduceerd. Voor het geval het tijdens de rit naar 1999 toch fout gaat, hebben de fondsen een schokbreker en een noodrem. Om te voorkomen dat de beleggers last krijgen van eventuele heftige wisselkoersschommelingen voorafgaand aan de vaststelling van de introductiekoersen van de nationale valuta in de euro, worden alle valutarisico's afgedekt naar de gulden.

De noodrem, mocht het onverhoopt toch niet doorgaan met de euro, is de mogelijkheid die de beheerder van de fondsen heeft gekregen om desnoods alleen nog maar beleggingen in guldens te doen. Druist Robeco met de timing van deze fondsen niet tegen de markttrend in, waar juist op de aandelenmarkt record na record sneuvelt. Leenaars:“Iedereen die in aandelen belegt weet dat het verstandig is om een deel van zijn vermogen veilig weg te zetten.”